Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten

1631-1661 – Zuid-Beijerland in het Oud Rechterlijk Archief – piershil.com
piershil.com

1631-1661 – Zuid-Beijerland in het Oud Rechterlijk Archief

In dit artikel leest u de akten uit het Oud Rechterlijk Archief van Oud Beijerland, 1631 t/m 1661. Het is uit de periode dat Zuid Beijerland nog niet zelfstandig was en alles moesten regelen in Oud-Beijerland (Bewerking Arie M. Butterman)

28-07-1631
28-7-1631 compareert Willem Jansse van der Graeff, wonend alhier, met
procuratie van Jonchr. Reijnier van Oldenbarnevelt en Juffrou Petronella van
Oldenbarnevelt geassisteert met de heer Pieter de Goijer, burgemr. van Ammers
foort, als hare gecore voocht, verleden voor notaris Cornelis Vosmer op 27-3-
1628. Volgens de akte van procuratie had Sabine van Egmont, prinsesse van
Gaveren aan Johan van Oldenbarnevelt, hun vader, in zijn leven pensionaris van
Rotterdam, op 30-11-1606, bij acte van donnatie, 10 mergen gorsen gegeven,
“soo wanneer die selve soude bedijckt werden” op een plaat bezuiden Beijer
d, genaamd de Hitsert. Na het overlijden van hun vader hebben de erfgena
men aan hare genade gemeld dat “sij beter geaccomodeert soude wesen mette
voors. thien mergen inde gorssinge genaemt Borrekeen twelck de welgemelte
vrouwe gravinne van Egmont den xviij julij 1613 bij acte den voors. erffgenamen
heeft gegunt. Door het overlijden van Gerrit van Oldenbarnevelt, hun broeder,
kwamen de tien mergen aan Willem van Oldenbarnevelt za: hun andere broeder,
die op 21-2-1626 “op seeckere goede consideratien hem moverende” de helft
van zijn recht overdroeg aan Steven Snouck, commissaris ordinaris van de
monsteringe. “Daer alsoo haerl. voors. broeder sa: corts daer naer quam
t’overlijden, sonder voor stadhouder ende leenmannen des graeffelijckheijts van
Hollant ofte voor den Gerechte waer onder de voors. gorssen gelegen sijn” de
helft van de tien mergen opgedragen te hebben, verzoeken de comparanten die
overdracht alsnog te doen plaatsvinden. “Ende hebben ten aensien van de
goede diensten die den voorschreven Commissaris Snouck henluijden heeft
gedaen, de selve oock willen erkennen, ende den voors. Commissaris Snouck
uijt Liberaliteijt geschonken het recht vande wederhelft van de voors. acte van
donnatie”. Ze machtigen Mr. Adriaen van Assendelf, advocaet voor het hof van
Holland en Willem Jansse van der Graeff samen en elk afzonderlijk, om de tien
mergen aan Steven Snouck op te dragen. Getuigen Jan Claessen van Steen
wijck en Jan Luijcxs. Van der Graeff draagt vervolgens de 10 mergen over aan
Steven Snouck.
w.g. J. van Dievoort, F. van Aeswijn. Tevens aanwezig Jeronimus Manrique. @
OBL ORA 6 191v”

08-01-1632
8-1-1632 compareert Willem Jansse van der Graeff, pennmr. van de Zuijt
Beijerlanden, als procuratie hebbende van Angeniesgen Jansdr. van der Graeff,
weduwe en boedelhoudster van wijlen Gerrit Woutersse Lieffting, wonend te
Delff. Hij verkoopt “in dier qualiteijt” aan Gillis Pandelaert, rentmr. van de
Domeijnen van de Beijerlanden, 8 mergen 120 roeden land in de 10e cavel van
de Hitsert in Groot Zuijt Beijerlant, “de voorn. Angeniesgen Jansdr. bij cavelinge
te beur gevallen.” De koper betaalt een deel contant en de rest met een obliga
tie.
w.g. Jermus Manrique, F. van Aeswijn, J. van Dievoort.
OBL ORA 6 210v

03-04-1632
03-04-1632 Steven Snouck, commissaris van de monsteringe verkoopt 3-4-1632
aan Dirck Ariense Luchtenburch,
Trijntgen Pouwels, wed. van Jacob Cornelissen van Rooijen, Arij Jacobse van Rooijen,
Tonis Dirckse van de Kooij,
Arij Sijmonsse int Velt en Lenert Ariensse (zie voor woonplaatsen Snouck, Steven, 3-4-1632),
sijne cavel lants in groot Suijtbeijerlant. Zie voor ligging en belendingen: als boven.
De kopers betalen met een schepenen schultbrieff. w.g. Jermus Manrique, F. van Aeswijn,
Engel Dircksse Visser@OBL ORA 6 219r

03-04-1632
3-4-1632 compareren Dirck Arijensen Luchtenburch, wonende in Mijnsheeren
Š lant,
Arijen Jacobsen v. Rooijen, soo voor hemselven als van wegen sijn moeder
Trijntgen Pouwels, wed. van Jacob Cornelisse van Rooijen, Tonis Dircksen van
de Kooij, wonende op de Westmaes, Arij Sijmonsse int Velt, wonend int Maesse
Nieuwlant, ende Lenert Ariense, wonende op Claeswael. Ze verklaren schuldig
te zijn aan Steven Snouck, commissaris van de monsteringe, de somme van
40670 car. guldens, vijf stuivers, vier penningen van XL grooten den gulden,
i.v.m. de koop van …. (akte beschadigd) cavel lants in Suijtbeijerlant in den
Hitsert, groot 42 mergen 352 roeden “weesende de seste cavel aldaer, ijder
mergen jegens negen hondert vijffenvijftich guldens,” en nog eens 400 car. gld.
“over den vorderinge ende die te betalen ten dage van de gifte ende overdrach
ten.” Ze zullen het bedrag betalen 30-4-1633 met een rente “jegens den
penninck xvj, gerekend vanaf 7-11-1631. In marge: Schuld geroyeerd maart
1632.
w.g. Jermus Manrique, F. van Aeswijn, Engel Dircksse Visser
OBL ORA 6 219v

09-05-1632
Gijs Janssen, onsen inwoonder, verklaart 9-5-1632 schuldig te zijn aan Jan
Jansse de Laet, mede wonende alhier, de somme van 200 car. guldens tot xx
stuijvers den gulden, i.v.m. een lening. Hij zal het bedrag terugbetalen over een
jaar na dato “metten intreste van dien jegens den penninck xvj int jaer.”
Onderpand zijn zijn huis en erf aan de oostzijde van de Voorstraet alhier, belend
ten N. de wed. van Cornelis de Wever, ten O. de wed. van Cornelis Jansse
Sijdervelt, ten Z. Bastiaen Treur, ten W. de Voorstraet. Arijen Janssen, wonend
in Suijtbeijerlant en Tijs Dirckse, wonend alhier, staan borg.
w.g. Jermus Manrique, Cornelis van Abbenbrouck, J. van Dievoort.
OBL ORA 6 230r

19-05-1632
19-5-1632 compareren Jacob Herweijer,dijkgraaf van Nieuw- en Zuid-Beijerland,
voor hem selven ende Willem Jansse van der Graeff, penninckmr. van de
Suijtbeijerlanden, soo voor hem selven als procuratie hebbende van de heeren
Adriaen, Engelbrecht ende Pieter Paeuw, mitsgaders van de erffgen. van de heer
Cornelis Bogaert. Ze verkopen “in de voors. qualite” aan de heeren Arent van
der Graeff, burgemeester van Delff en Steven Snouck, comm. van de monsterin
ge, “drie vijffde paerten van de Santplaet ontrent xiiii mergen, gelegen in Groot-
Suijtbeijerlant … (rand film) den Borrekeen ende Hitsert, toecomende de andere
twee vijfde paerten de heeren coopers.” De kopers hebben betaald.
w.g. Jermus Manrique, F. van Aeswijn, J. van Dievoort.
OBL ORA 6 231r

..-05-1632
Engelbert Pauw, wonend te Delff, verkoopt [wrsch. mei 1632] aan de wed. en
de erfgenamen van za: Willem van Sijl, in sijn leven Out secretaris van Strijen,
een vierderpart van 41 mergen 435 roeden land in Groot Zuijtbeijerlt.in den
Hitsert, “noch een vierdepaert in sevenentwintich mergen xxxc roeden gelegen
in Suijtbeijerlant voors., wesende de iiij-e cavel in de suijder gorssinge aldaer,
uijtgesondert eene mer. toecomende Claes Jansse, wonende in Strijen. De
verkoper is betaald met een obligatie “onder des cooper hant, als met een
schultbrieff.
[Rest akte ontbreekt. Folio 232v en 233r zijn niet gefilmd.]
OBL ORA 6 232r

08-06-1632
Claes Jansse, wonend in Piershil verklaart 8-6-1632 schuldig te zijn aan
Anthonió Ruttensså vaî Soî då sommå vaî 60° car® guló tå xø stuivers groot den

gulden i.v.m. een lening. Hij zal het bedrag terugbetalen over 4 jaar na dato,
verhoogd met een intrest “jegens den penninck sesthijen int jaer.” Als onder
pand dienen ontrent 2 mergen land in Zuijt Beijerlant, “gemeen met Willem
Pietersse sijns compts swaeger, in een stuck van ontrent de vijer mergen ende
wesende t volgerlant van twee bedijckte cavelen, toecomende d’erffgen. van de
heer Jacob van der Dussen Za:, geteijckent inde caerte met no 9 en 10,” belend
ten O. d’erffgen. van de heere tresorijer de Bije Zalr., ten Z. den Steltwech, ten
W. de armen van Nieuw-Beijerland, ten N. de gemeene lants wateringe.
w.g. Jermus Manrique, Cornelis van Abbenbrouck, Engels Dircksse Visser
OBL ORA 6 237r

23-11-1632
Jacob Herweijer, dijckgraeff van Nieu ende beijde de Zuijt Beijerlanden, verkoopt
23-11-1632 aan Pietertgen Jansdr., wed. van Za: Claes Pieterssen Proijen, 3
mergen 38 roeden land in Zuijt Beijerlant, belend ten O. de erfgenamen van Oth
Cornelisse Robbe, ten Z. de Zuijt Beijerlantsen dijck, ten W. Haesgen Lam-
brechtsdr., wed. van Floris Pietersse, ten N. de Out Beijerlantsen dijck. De
koopster betaalt contant.
w.g. Jermus Manrique, J. van Dievoort, M. van Eijnde
OBL ORA 6 247r

09-04-1634
Giftbrief verleeden bij Jillis Pandelaert, rentm.r van Beyerlant als procuratie
hebbende van Joost Brasser, ten behouve van d’Heeren Mathias en Huybrecht
Berck van 1 mergen 450 roeden lants
Jillis Pandelaert, rentmeester van de domeinen van de Beijerlanden, en procura
tie hebbend van Ed heer Joost Brasser, wonend tot Amstelredamme, verkoopt
9-2-1634 aan Mathias en Huybrecht Berck, wonend te Dordrecht, een mergen
vierhonderdvijftig roeden land, gelegen in Groot Suijt Beijerlant in de westelijck
ste helft vande cavel op des gemeens lants Parte opten gront van Suijt Beijerlant
geteijkent met No 1, belent ten oosten de coopers, ten zuijden den vercooper,
ten oosten ’t lant van Arij Jacobsz. van Roijen, ten noorden het diep van
Aecxkeen putse maete ter halver kreecke, voor lant gemeeten tgeene bijde
genraele cavelinge voor lant gemeeten is geweest ter halve schijsloot, met
expresse conditie dat den vercooper off de actie van hem verkrijgende t’ allen
tijden over de voorsz. eene merge vierhondertvijfftich roeden lants met hun
beestiael te wateren als andersints sullen moogen gaen ende haeren soo
dickwels als hun dat goet duncken sall, ende dat de scheijsloot ter oirsacke van
dese vercoopinge ten wedersijden het halver gront te maecken bij de voorsz.
coopers int geheel alleen becosticht sal worden, als mede dat de selve ….
coopers aen Meeuwis Bastiaansz. contentment sullen doen opden affstant van
alsulcke vijff jaars pacht als den voorsz. Meeus Bastiaansz. aent voorsz. landt in
meerdere partijen is hebbende sonder dat den voorsz. Meeus daer vooren
geduyrende sijne voornoemde vyff jaren huyren hen vercoopers meer sall
vermoogen te corten aen sijn belooffde huijren als twee ende t’seventich
guldens t’sjaers.
w.g. Jer.mus Manrique, F. van Aeswijn, j. van Dievoort
OBL ORA 7 8r

20-05-1634
Pieter Gerritsz. Wagemaker verkoopt 20-5-1634 aan Jacob Herweyer, dyck
graeff, Lodewyk Pleunen en Seger Dirckxs Fonkert een huis en erf op de berm

van de Zuid-Beijerlandsedijk, belend ten westen Aert Aertsz. slootmaker, ten
noorden Ary Cornelisz. Wagemaker, ten oosten en zuiden de dijk. Hij is betaald
met een schepenen schult ofte custingbrieff.
Šw.g. Jeronimus Manrique, F. van Aeswijn,
J. van Dievoort.
OBL ORA 7

20-05-1634
Jacob Herweijer, dyckgraeff, Lodewyk Pleunen en Seger Dirckxs Fonkert
verklaren 20-5-1634 schuldig te zijn aan Pieter Gerritsz. Wagemaker, onsen
inwoonder, 200 car. gld. van 20 st. de gulden, i.v.m. de koop van een huis en
erf op de berm van de Zuid-Beijerlandsedijk. (zie Pieter Gerritsz. Wagemaker 20-
5-1634) Ze zullen de schuld aflossen, verhoogd met een interest van den
zestienden penninck, op Meydach 1641.
w.g. Jeronimus Manrique, J. van Dievoort, J. van Aeswijn
OBL ORA 7

27-06-1634
Willem Pietersz., wonend in Zuid-Beijerland, verklaart 27-6-1634 schuldig te zijn
aan Aelbrecht van der Graeff, brouwer, wonend te Delft, 1200 car. gld. van 20
st. de gld. wegens een lening. Interest: de 16e penning over het uitstaande
kapitaal. Onderpand: twee mergen land in Zuid-Beijerland, belend ten oosten de
erfgen. van de Ed. Heer de Bie, ten zuiden de volgerlantse wech, ten westen en
noorden de armen van Nieuw-Beijerland.
w.g. Jeronimus Manrique, Michiel van Eynde, Willem Jansse van der Graeff.
OBL ORA 7

19-08-1634
Den Ed. Joost Brasser, wonende te Amstelredamme, verkoopt 19-8-1634 aan
Meeus Bastiaensz., wonend alhier, vier mergen land in groot Zuid-Beijerland in
een stuk van elf morgen vijfhonderdveertich roeden op den gront van den
Hitsaert, wesende een gedeelte van een cavel op des gemeenen lants caerte
geteyckent met nombre 14, te weten een marge waer op de huysinge staet van
cooper aant westeynde ende drie margen vant oosteynde. Streckende de
Kruyswech tot aen de Zeedijck. De koper betaalt met een schepenen schultbrief.
w.g. Jeronimus Manrique, J. van Dievoort, Willem Jansse van de Graeff.
OBL ORA 7

19-08-1634
Meeus Bastiaansz., wonend in groot Zuid-Beijerland, verklaart 19-8-1634
schuldig te zijn aan de Ed. Joost Brasser, wonend tot Amstelredamme, 4080
car. gld. van 20 st. de gld. i.v.m. de koop van 4 morgen land. (zie Brasser, joost
19-8-1634). Hij belooft te betalen: in bancko precys d’eene helff nu kersmisse
1635 eerstcomende ende de andere helft een jaer daer naer. Bij te late betaling
is hij een rente verschuldigd van 5%.
w.g. Jeronimus Manrique, J. van Dievoort, Willem Jansse van de Graeff.
OBL ORA 7

27-07-1635
Claes Jansz., wonend te Piershil, verkoopt 27-7-1635 aan Anthonis Ruttensz.
van Son, wonend alhier, twee mergen lants in Zuid-Beijerland, gemeen met
Willem Pietersz., belend ten oosten Willem Pietersz., ten zuiden den Volger
wech, ten westen den Armen van Nieuw-Beijerland, ten noorden de gemeen
lants wateringe, met het gewas jegenwoordig daer op staende. De koper heeft
betaald met contant geld en met een obligatie “onders des coopers hant ten
prouffyte van hem compt. verleden”
w.g. Jeronimus Manrique, Michiel van Eynde,
Willem Jansz. van der Graeff
OBL ORA 7 72v

Š22-02-1636
Seger Jacobssen Cranendonck, wonend te Cromstrijen, vervangende en hem
mede sterck makende voor syn andre mede erffgenamen van Jacob Segerssen
Cranendonck, syn Zal. vader, verkoopt 22-2-1636 aan Joffij. Susanna Poes,
(moet zijn: “Pols”, vlgs Sigmond en Slijkerman: De gesl. Cranendonck …) wed.
van dHeere Cornelis Boogaert, 1 mergen, 17,5 roeden lant in Zuid-Beijerland,
belend ten oosten de Commissaris Steven Snouck, ten zuiden en westen de
Zuid-Beijerlandse dijk, ten noorden de Volgerlandse weg. Verkoper is betaald.
Anthonis Dircksse van der Stee staat borg voor de lastenvrije levering.
w.g. Jeronimus Manrique, Willem Jansz. van der Graeff, Jan Cornelisz. Robbe.
OBL ORA 7 84v

09-05-1636
Adriaen Jansse van Driel, wonend in Groot Zuid-Beijerland, verkoopt 9-5-1636
aan de kinderen en erfgenamen van Zal. Mr. Adriaen Tedingberckhout, in zijn
leven Raet Ordinaris in den Hove van Hollant, een huis, schuur, keet als ander
getimmerte, staande op het land van de kopers in Groot Zuid-Beijerland, op de
achtste kavel in Borrekeen, waarin hij Comparant tegenwoordig woont. De
verkoper is contant betaald.
w.g. Jeronimus Manrique, Willem Jansz. van der Graeff, Michiel van Eynde.
OBL ORA 7 93v

22-06-1637
De Heeren Mr. Mathias Berck, raetpensionaris en secretaris der stad Dordrecht
en Huybrecht Berck, ridder, verkopen 22-6-1637 aan Dirck Adriaensse Luchten
burch de oosterse helft van een cavel lants in Groot Zuid-Beijerland op de grond
van de Hitsert, groot in het geheel 42 mergen 352 roeden, “wesende de
negende cavel aldaer”, belend ten oosten Juliaen de Moor en Gillis Pandelaert,
rentmr. van Beijerland, ten zuiden de dijk van Groot Zuid-Beijerland, ten westen
de westerse helft van het voorsz. cavel, “gecocht bij Geleijn Adriaensse”, ten
noorden het water genaamd de Bordelkene. Verkopers zijn alleen verantwoorde
lijk voor lasten en servituten die tijdens hun bezit op het land gevestigd zijn. De
koper heeft een deel contant betaald en de rest met een schepenen schultbrieff.
w.g Jeronimus Manrique, Willem Jansz. van der Graeff, Michiel van Eynde.
OBL ORA 7 133v

22-06-1637
Dirck Aryensse Luchtenburch verklaart 22-6-1637 schuldig te zijn aan de heren
Mathias Berck, raetpensionaris en secretaris der Stadt Dordrecht, en Huybrecht
Berck, ridder, 10000 car. gld. van 20 st. de gld. als reste van meerder somme
i.v.m. de koop van een halve cavel land. (Zie Berck, Mathias, 22-6-1637). De
koper mag dit bedrag op intrest houden tegen een rente van de 16e penning,
mits hij jaarlijks op tijd de rente betaalt “ende waervan t’1e jaer interest om
coomende ende verschynen sall den 15 November” 1637. Indien gewenst kan
hij als het hem gelegen komt, een vierde deel aflossen, mits 3 maanden tevoren
aangekondigd.
w.g Jeronimus Manrique, Willem Jansz. van der Graeff, Michiel van Eynde.
schuld doorgehaald door J. van Bijemont, secretaris, april 1644
OBL ORA 7 134r

22-06-1637
De Heeren Mr. Mathias Berck, raetpensionaris ende secretaris der Stadt
Dordrecht
ende Huijbrecht Berck, ridder, verkopen 22-6-1637 aan Geleijn
Adriaensse de westerse helft van een cavel land in Groot Zuid-Beijerland op de
grond van de Hitsert, groot in het geheel 42 mergen 352 roeden, wesende de

negende cavel aldaer, belend ten oosten de oostersche helft van de voorsz.
cavel, gecocht bij Dirck Adriaensse Luchtenburch, ten zuiden de dijk van Groot
Zuid-Beijerland, ten westen Goss. Erkenraet Berck en rentmr. Pandelaert, ten
noorden de Borrekene. De koper betaald een deel contant en de rest met een
schepen schultbrieff.
w.g Jeronimus Manrique, Willem Jansz. van der Graeff, Michiel van Eynde
OBL ORA 7 135r

22-06-1637
Geleyn Adriaensse verklaart 22-6-1637 schuldig te zijn aan Mathias Berck,
raetpenionaris en secretaris der stadt Dordrecht en Huijbert Berck, ridder, 10000
car. gld. van 20 st. de gld. i.v.m. de koop van de helft van een kavel land. (Zie
Berck, Mathias 22-6-1637). De koper mag dit bedrag op intrest houden tegen
een rente van de 16e penning, mits hij jaarlijks op tijd de rente betaalt “ende
waervan t’1e jaer interest omcoomende ende verschynen sall den 15 Novem
ber” 1637. Als het hem gelegen komt, mag hij een vierde deel aflossen, mits 3
maanden tevoren aangekondigd.
w.g Jeronimus Manrique, Willem Jansz. van der Graeff, Michiel van Eynde
Schuld doorgehaald door J. van Bijemont, 10-4-1647
OBL ORA 7 135v

27-07-1637
Johan van Ophooven, notaris, wonende te Delft, compareert 27-7-1637, als
procuratie hebbende van Angneta Jansdr. van der Graeff, wed. van zal. Gerrit
Woutersse Lieffting, en van Doctor Gualteris Lieffting, van Johan Lyeffting, van
Gerrit van der Mast, out burgemeester der stede van den Brielle, als getrout
hebbende Magriete Lyeffting, van Sophia Lyefftings bejaerde dochter, ende van
Mr. Bartholomeus van der Mast. advocaet, als getrout hebbende  Sabina
Liefftings, alle kinderen ende erffgenaemen vande voorsz. Gerrit Woutersse
Lieffting, gepasseert onder tsegel der Stadt Delff in dato den xx juni anno 1637.
Johan van Ophooven verkoopt in dier qualiteyt” aan de heer Geraldo Welhouck,
wonend te Delff, de 16e cavel in Zuid-Beijerland, “groot, met sijn volgerlandt
daer aen gelegen volgens de caerte ende meetinge daer van ter eersten in
stantie tyden vande cavelinge gedaen, twintich mergen twee hont, twee ende
tsestich roeden thijen voeten landts gelyck deselve alsnu gebruyckt wert bij
Adriaen Cornelisse Meeldijck ende Anthonis Dircksse vander Stee sonder dat
van d’over offe ondermaete yets betaelt ofte gepretendeert sall werden. Welcke
voorsz. 16e cavel de vercoopers te beurte is gevallen, ende de 15e cavel (die
tsamen gemeen syn geweest) Pauwelis Berckhout, pensionaris der stadt
Monickendam als testamentaire voocht van Johan Berckhout syn broeder, soon
van zal. de raetsheer Mr. Adriaen Teding Berckhout, volgens de acte van
cavelinge opte ii en Febuarij deses jaers 1636 voor den notaris Willem de Langh
ende seeckere getuygen gepasseert”, belend ten oosten Johan Berckhout
voornt., ten zuiden de Zuid-Beijerlandse dijk en de bermsloot, ten westen Arent
Jacobsse van der Graeff, oud burgermr. van Delft, de erfgenamen van burge
meester Jacob Pauw en de armen van Nieuw-Beijerland, ten noorden de Nieuw-
Beijerlandsedijk, met vrijdom voor nu en altijd, van de tienden. Kopers hebben
contant betaald.
w.g. Jeronimus Manrique, F. van Aeswijn, Willem Jansz. van der Graeff.
OBL ORA 7 140r

20-06-1636
Procuratie dienende tot het voorgaande transport.
Wij schout, burgemeesters, schepenen ende raden der Stadt Delff …  Gecompa
reerd Angemeta Jansdr. van der Graeff, wed. van zal. Gerard Woutersse
Lyeffting,
midtsgaders doctor Gualterus Lyeffting, Johan Lyeffting, Gerard van
der Mast, out Burgemr. der Stede vande Briel, als getrout hebbend Margrieta
Lyefftings, Sophia Lyeffting, alle kinderen ende erffgenaemen  vande voorsz.
Gerard Woutersse Lyefftings. Ende hebben geconstitueerd ende Machtich
gemaeckt, sulcx sy doen bij desen, Johan van Ophooven, Notaris alhijer, haer
neef (?, rand film) specialycken omme te compareeren voor Schout ende
Schepenen der Heerlijckheijt ende dorpe van Beijerlandt ende aldaar gifte te
geven ende opdrachte te doen aen ende ten behouve vande Heere Geraldo
Welhouck vande sestiende cavel in Zuijt Beijerlandt opde Gront vande Zuyder
Gorssen aldaer groot met sijn volgerlant daeraen gelegen twintich Margen twee
hont twee ende sestich Roeden thijen voeten landts, gelijck de selve alsnu
gebruijckt worden bij Adriaen Corneliss Meeldijck, ende Anthonis Dircksse van
der Stee. Waringe te gelooven haer constituanten persoon ende goederen
subiect allen rechten ende rechteren daer vooren te verbinden alles …[enz]
20 junij 1636
OBL ORA 7 141v

27-07-1637
Johan van Ophooven compareert 27-7-1637 als procuratie hebbend van Doctor
Gualteres Lyeffting, item van Johan Lyeffting, van Gerrit van der Mast, out
Burgemr. der stede vande Briele als getrout hebbend Margreta Lyefftings, van
Sophia Lyefftings, bejaerde dochter ende van Mr. Bartholomeeus van der Mast,
advocaet als getrout hebbende Sabina Lyefftings, alle kinderen ende erffgenae
men van Zal.r. Gerrit Woutersse Lyeffting, gepasseert onder tsegel der Stadt
Delff, ende in dato den 20en junij anno 1637 ons Bailliuw, Schout ende schepe
nen voornt vertoont ende geexhibeert aen desen. Hij heeft verkocht aan de
Heere Geraldo Welhouck, wonend te Delft, de gerechte helft van 32 margen,
drie hondt, 52 roeden land in Groot Zuid-Beijerland op de grond van de Hitsert,
“wesende de 18e cavel aldaer”, waarvan de ander helft eigendom is van
Angneta Jansd. van de Graeff, wed. van de voorn. Gerrit Woutersse Lyeffting.
“Ende sulcx d’selve inden jare 1631 bedyckt ende gecavelt is sonder dat van de
over ofte onder maete yets betaelt ofte gepretendeert sal worden, mette vrydom
voor nu ende altyt van thienden.” Koper heeft contant betaald.
w.g Jeronimus Manrique, F. van Aeswijn, Michiel van Eynde
OBL ORA 7 142r

27-07-1637
Gualteris Lyeffting, doctor, e.a. machtigen 20-6-1637 te Delft notaris Johan van
Ophooven om te Oud-Beijerland de gerechte helft van een cavel land te verko
pen.
Afschrift opgenomen in OBL ORA  Oud-Beijerland.
Voor samenvatting, zie: van Ophooven, Johan, 27-7-1637.
OBL ORA 7 143v

27-07-1637
Johan van Ophooven, notaris, wonend te Delft, compareert 27-7-1637 met
procuratie – opgemaakt te Delft 20-6-1637 – van Johan Lyefting, Gerardt van
der Mast, oud burgemeester van Den Briel, gehuwd met Margrieta Lyeffting, en
van Mr. Bartholomeus van der Mast, advokaat, gehuwd met Sabina Lyeffting,
allen kinderen en erfgenamen van Gerrit Woutersse Lyeffting. Hij verkoopt aan
Doctor Gualteris Lieffting drie vijfde deel van de helft van 27 mergen, 300
roeden land in Zuid-Beijerland op de grond van de zuider Gorzen in de 18e kavel.

Koper heeft contant betaald.
w.g. Jeronimus Manrique, Cornelis Willemsz. van Abbenbrouck, F. van Aeswijn.
OBL ORA 7 144r
Š
20-06-1637
20-6-1637 compareren voor schout, burgemeesters, schepenen en raeden van
Delft Johan Lyeffting, Gerard van de Mast, oud burgemeester van Den Briel,
gehuwd met Margrieta Lyefftings, Mr. Bartholomeus van der Mast, advokaat,
gehuwd met Sabina Lyeftings, kinderen en mede erfgenamen van zal. Gerard
Woutersse Lyeffting. Ze machtigen Johan van Ophooven, notaris, hun neef, om
te Oud-Beijerland aan Guakteris Lyeffting, doctor in de medicijnen, “haer
constituants broeder ende swager” te verkopen drie vijfde deel van een stuk
land. Zie verder: van Ophooven, Johan, 27-7-1673
Kopie van een akte te Delft opgemaakt, in OBL ORA  Oud-Beijerland.
OBL ORA 7 144v

28-07-1637
Claes Jansse, wonend te Groot Zuid-Beijerland, verklaart 28-7-1637 schuldig te
zijn aan Johan Coobs, wonend te Dordrecht, 600 car. gld. van 20 st. de gld.
i.v.m. een lening. Hij zal het bedrag over een jaar aflossen, verhoogd met een
interest van de 14e penning per jaar. Als onderpand dient een mergen land met
een woning, schuur, berg en keet, gelegen in Groot Zuid-Beijerland op de grond
van de Hitsert, belend ten oosten de Oostweg, ten zuiden en westen het land
van de erfgenamen van Willem van Zijl, ten noorden Arent Jacobsse van der
Graeff.
w.g. Jeronimus Manrique, Willem Jansz. van er Graeff, F. van Aeswijn.
Aant. in marge: Aeltgen Willemsdr., wed. van Claes Jansz. toonde aan dat de
schuld was afgelost. doorgehaald door W. Carducx, klerk, april 1652
OBL ORA 7 146v

..-07-1638
De Ed. Heeren Jacob van der Grave, hoge heemraet van Delffland en schepen
der Stadt Delff, en Jacob van Bochoven, comijs van D’artillerie der Ho. Mo.
Heeren Staten Generael, beyde gecommiteerde hooft Ingelanden van de Ed.
Heeren Eijgenaers van de gorsen van Suijt Beijerlant, Borrekeen ende Hitzert,
“verclaerden sij comparanten dat byde Heeren eygenaers voorss. in de Dijckaige
van Groot Zuyt Beyerlandt in den jare xvic.xxxi gedaen, int gemeen is gehouden
een partije lants leggende byde groote sluijs aldaer, omme tjaerlijcx incoomen
vandien bij hare Ed. uuytgedeelt te werden aen sulcke armen als haer goet
duncken sall, van welck lant daer naer byde voorss. Ed. Heeren eygenaers in
erffpacht is uuytgegeven aen Willem Pietersse Picklap, schipper, in twee partijen
de nombre van seven hondert vijff roeden opde kaerte getekent nuo. i ende iii,
ende aen Thonis Michielsse zal.r drie hondert roeden getekent nuo. ii
OBL ORA 7 199r

18-02-1639
Adriaen Jansse van Driel, wonend in Groot Zuyt Beijerlandt, verklaart 18-2-1639
schuldig te zijn aan Machtelt Adriaensdr., wed. van Eeuwout Aryensz. Corbijn,
wonend in Geervliet, 800 car. gld. van 20 st. de gld. “spruijtende uut saecke
van deuchdelijcke verstreckte penningen by de voorss Machtelt Adriaens voor
hem comparant betaelt ende verstreckt.” Hij zal het bedrag, verhoogd met een
rente van de 16e penning, over een jaar terugbetalen. Onderpand is een derde
deel van omtrent 7 mergen land in de zuidergorzen in Groot Zuijt Beijerlant
“gemeen met Bastiaen ende Leendert Maertensse de Recht”, belend ten noorden
den Zuijt Beijerlantsse Dijck, ten oosten den Heere Commissaris Bouckhooven,
ten zuiden twater genaampt Aecxkeen, ten westen den Dyckgraeff Herweijer.

w.g. Andries Hesselt, Michiel van Eynde. Tevens aanwezig Frederick van
Aeswijn.
OBL ORA 7 217r
Š
19-02-1639
Geleijn Arijensse van der Zyde, wonend te Nieuw-Beijerland, verkoopt 19-2-
1639 aan Arijen Arijensse Lantmeeter, onsen inwoonder, twee mergen land,
gelegen in Zuid-Beijerland, belend ten oosten de erfgenamen van de Heer van
Cromvliet, ten zuiden de zeedijk, ten westen Anthonis Dircksse van de Koij, ten
noorden de ouwe seedijck. De koper heeft contant betaald.
w.g. Andries Hesselt, Cornelis van Abbenbrouck. Tevens aanwezig Frederick
van Aeswijn.
OBL ORA 7 217v

22-03-1640
Adriaen Jansz. van Drijel, wonende in Groot Zuijt Beijerlant, verkoopt 22-3-1640
aan Joffr. Margarieta Berckhouts, wonend te Delft, 2 mergen, 249 roeden land
in Groot Zuijt Beijerlant, in de achtste cavel op de grond van de Zuijdergorssen,
“wesende een derde paert van een stuck van seven mergen een hondert seven
ende dertich roeden lants”, belend ten oosten den heer commisse Bockhoven,
ten zuiden t’water genaempt Aecxkeen, ten westen de dijkgraaf Herweijer, ten
noorden de Zuid-Beijerlandsedijk. De koper is betaald.
w.g. And. Hesselt, Leonaerdus Oppervelt. Tevens aanwezig Cornelis van
Abbenbrouck.
OBL ORA 7 263v

19-04-1640
De heer Gillis Pandelaert, rentm.r van de Beijerlanden, vertoont 19-4-1640 een
acte van procuratie, opgemaakt 16-11-1633, in opdracht van de heer Mr.
Anthonij de Wael, raet in den hoogen rade, voor notaris Vosmer en enkele
getuigen te ’s Gravenhage.
Inhoud akte van procuratie: de heer Anthonij de Wael verklaart dat hij 11-11-
1631 aan Jacob Herwijer , wonend in Oud-Beijerland, verkocht heeft 8 mergen,
456 roeden land “inde nieuwe en alsdoen ongecavelde Dijckagie van Groot Zuijt
Beijerlant.” Het land lag “noch gemeen en ongesmalcavelt” in het bedijkte
veertiende pat, “van sijns Comparants schoonvader za: gecoomen, en dat onder
conditien dat hij comparan in geene vordere waringe noch in eenige restitutie
van penninge gehouden zal wesen, dan alleenlijck ter saecke van die lasten
daermede sijn schoonvader voornt., ofte hij comparant geduijrende haerluijder
beyder possessie de selve acht mergen vierhondert ses en vijftich roeden
souden belast off beswaert soude mogen hebben, ende vorders niet.” Voor
andere lasten en beswaernissen moet de koper terugvallen op de “waringe” die
de eerste kopers gemeenschappelijk van Graaf Karel van Egmondt hadden
verkregen. De comparant authoriseert de Rentm.r  Gillis Pandelaert om het land
aan Jacob Herweijer te transporteren en in eigendom over te dragen en deze te
“quiteeren” voor de koopsom. Getuigen: Heynderick Cornelisz. van Gansbeeck
en Pieter Vosmer. (Einde acte van procuratie)
Gillis Pandelaert verklaart dat hij het land transporteert en in eigendom over-
draagt aan Jacb Herweijer, onder de voorwaarden in de acte van procuratie
genoemd.
Niet ondertekend. Aanwezig waren: Jonker Andries Hesselt de Dinter, Cornelis
van Abbenbrouck, Johan Mersschaert.

Samenvatting.
Rentmr. Gillis Pandelaert compareert 19-4-1640 met procuratie van Mr. Anthonij

de Wael, raet in den hoogen rade, opgemaakt te ‘s-Gravenhage, voor notaris
Vosmer en  de getuigen Heynderick Cornelisz. van Gansbeeck en Pieter Vosmer.
Hij transporteert aan Jacob Herweijer, 8 mergen 456 roeden land in Groot Zuid-
Beijerland.
Zie voor voorwaarde, voorgeschiedenis en betaling: Pandelaert, Gillis,
19-4-1640.
OBL ORA 7 267r

19-04-1640
Willem Pietersz. Schipper, wonend in Groot Zuid-Beijerland, verkoopt 19-4-1640
aan de heer Arent Jacobsz. van der Graeff, oud burgemeester der stad Delft, 2
mergen, 35 roeden land in Zuid-Beijerland in de cavel volgerlants, belend ten
oosten Jon.r Jacob de Bije, ten zuiden  s’Heeren wech, ten westen de erfgena
men van Anthonis van Son, ten noorden de armen van Nieuw-Beijerland. De
koper betaalt contant.
Niet ondertekend. Aanwezig waren: Jonker Andries Hesselt de Dinter, Cornelis
van Abbenbrouck, Willem Jansz. vander Graeff.
OBL ORA 7 268v

17-03-1640
Arij Jansse, bode van Zuid-Beijerland, verklaart 17-3-1640 schuldig te zijn aan
Maritgen Willemsdr., “woonende opde Westmaes, de somme van” 150 car. gld.
van 20 st. de gld. i.v.m. een lening. Hij zal het bedrag over een jaar na dato
terugbetalen, verhoogd met een intrest van de 16e penning per jaar, “mits van
de afflossinge d’eene d’andere maelcanderen te waerschouwen drie maenden te
vooren.” Onderpand is zijn schuur in Groot Zuid-Beijerland, belend ten noorden
en oosten Willem Pietersz., ten zuiden de Vliet, ten westen de wech.
w.g. And. Hesselt, Cornelys Abbenbrouck, Leonardus Oppervelt.
OBL ORA  8 12v

13-11-1641
Claes Janssen, wonend in Groot Zuijt Beijerlant, verkoopt 13-11-1641 aan de
heer Arent Jacobsz. van der Graeff, oud burgemeester van Delft, “eene mergen
lants mette huijsinge, schuijre, timmeraige ende planttaige daer op staende,
gelegen in Groot Zuijt Beijerlant”, belend ten oosten de Hitsaert(sen?) dam
wech, ten zuiden de verkoper, ten westen en noorden de koper. Koper heeft
betaald.
w.g. And. Hesselt. Tevens aanwezig Willem Jansz. van der Graeff, Cornelis van
Abbenbrouck.
OBL ORA 8 39v

30-04-1642
30-4-1642 compareert Pieter Pauw “voor hem selven ende vervangende sijne
Broeders Adriaen Paeuw ende Engelbrecht Paeuw.” Hij verkoopt aan d’E Heer
Doctoor Gualtheri Lieffing drie vierde deel van “ontrent seven margen lants off
soo veel min off meer als bij meetinge ende cavelinge sal bevonden worden in
aenstaende nieuwe dickagie van Hitsaert met die van Cromstrijen.” De koper
heeft betaald.
w.g. And. Hesselt, Cornelis Abbenbrouck, Leonardus Oppervelt.
OBL ORA 8 51r

28-04-1642
Afschrift van not. akte in OBL ORA  Oud-Beijerland:
Compareert 28-4-1642 voor notaris (J. van Geel, (waarschijnlijk, maar ben niet
geheel zeker)) en de getuigen Jan Cornelisz. Poel en Jacob Cornelisz. Molenaer,
te Delft, Adriaen Jacobsz. Paeuw, wonend binnen Delft “ende heeft geconstitu
eert
ende machtig gemaeckt, constitueert ende maeckt machtig mit desen”,
Engelbrecht Jacobsz. Paeuw, zijn broer, mede binnen Delft, om namens hem te
Oud-Beijerland te transporteren aan de achtbare Wouter Lijeffting, doctor in de

medicijnen, het vierde deel van een veertiende deel in de dijckagije gelegen
tusschen den Hitsaert ende Cromstrijen, twelck jegenwoordich bedijckt wert
ende dit alles in conformiteijt vande accorde coopvoorwaerde ende bescheijden
daer van zijnde, waer naer den voorsz. Lijefting hem sal moeten reguleren.”
OBL ORA 8 51v

10-07-1642
Jacob Bockhoven, commiss. en Aelbert vander Graeff, gecommitteerde hooft
ingelanden van Borrekeen ende Hitsaert, verkopen 10-7-1642 aan de E Hr
Mathias de Monsiron 256 roeden, 8 voeten land, “sijnde een houck oft gedeelte
vande wech int Volgerlantvan Zuijt Beijerlant”, belend ten oosten de erfgenamen
van de E Heer Jacob Paeuw, ten westen de E Heer cooper. De verkopers
hebben de koopprijs contant ontvangen van de penningmeester van de koper:
Willem Jansz, vander Graeff.
w.g. A. Hesselt, Cornelis Abbenbrouck. Tevens aanwezig Johan Merschaert.
OBL ORA 8 56r

17-11-1642
Willem Jansz. van der Graeff, onsen mede schepen ende penninckm vande Zuijt
Beijerlanden, vertoont 17-11-1642 aan schout en schepenen een procuratie,
hem verleend door de heren Jacob en Francois van Bockhoven, commisen van
d’Artillerie der Ho: Mo: Heeren staten Generael, Joffr. Catrina ende Machtalina
van Bockhoven, Mr. Adriaen Sneewijns, advocaet voor den Hove van Holland,
als getrout hebbende Joffr. Maria van Bockhoven, gesaementlijck vervangende
ende haer sterck makende voor Reijnoult van Bockhoven, Lieutenant van
capitain Besancon. De akte is opgemaakt 22-10-1642 te ‘s-Gravenhage voor
notaris Makingie in het bijzijn van getuigen. Samenvatting akte van procuratie:
Jacob en Francois van Bockhoven en andere bovengenoemden machtigen
Willem Jansz. van der Graeff en Jan van Dievoort, wonend in Oud-Beijerland om
namens hen  “opte dragen ende transporteren aen ende ten behouve van haere
mede Ingelanden ende Eijgenaers vande Gorsen van Zuijt Beijerlant, Borrekeen
ende Hitsert, t’gerecht veertiende part vande bequame ende onbequaeme tient
vrije gronden bij haer comparanten nevens d’andere heeren Ingelanden voorsz.
in desen jegenwoordigen jare 1642 van hare Gorsen van Zuijtbeijerlt., van oudts
genaemt de Jacht ende van den Hitsert, ingedijckt met de Dijckagie van
Cromstrijen ofte Numanspolder, sulcx de selve binnendijcx besloten leggen,
uijtgeseijt de dijcken (en?. (Rand blad aangetast)) bermen die zij aen haer
gereserveert ende behouden hebben nevens d’andere hare buijten gronden, gifte
ende eijgendom van t veertiende part van alle d’selve binnengedijckte, bequaem
ende onbequaeme tient vrije gronden, te geven ende te doen.”
Getuigen: Goris van Donnigsvelt en Henderick Berning. (Einde akte van procura
tie)
Vervolgens verklaart Willems Jansz. van der Graeff te “cederen, transporteren
ende in vrijen eijgendomme opte draegen aende Ingelanden ende eijgenaers van
de Gorsen,” etc. zie boven. De kopers hebben betaald.
w.g. And. Hesselt, Cornelis Abbenbrouck, Leonardus Oppervelt.
OBL ORA 8 60r

05-03-1643
akte van 5-3-1643: slot van wat blijkbaar de kopie is van een akte van procura
tie, opgenomen in deze akte. Het begin moet staan op het niet gefilmde folio
66v en/of 67r. De akte van procuratie is opgemaakt te Delft in tegenwoordig
heid
van de getuigen Daem Rochusz. van Berckel en Niclaes Rinck (of Rinch).
Mede ondertekend door Gualtheris Liefftinck en ?, vand.r Graeff, notaris.
Vervolgens verklaart Willem Jansz. van der Graeff voor schout en schepenen

van Oud-Beijerland (blijkbaar is hij de geprocureerde) , dat hij uit naam van
Gualtherus Liefftinch verkoopt aan d’heere Aelbrecht van der Graeff, wonend te
Delft, drie vierde deel van 7 mergen, 309 roeden land, gelegen in de 10e cavel
van de Hitsaert “bedijckt inden jare 1642 met die van Numanspolder in Crom
strijen, sulcx het selve nu onlancx den voorsz. Liefftinck aengecomen is uut den
staecke vande heer Burgem.r Jacob Paeuw Za: met sulcke gedeelte inde
visscherije ende wegen als den voorsz. Liefftinck constituant voor sijn gedeelte
vande coop van d’heer Bockhoven gecocht is competerende.” De kooppennin
gen zijn betaald.
w.g. And. Hesselt, Cornelis Abbenbrouck, Leonardus Oppervelt.
OBL ORA 8 67v

21-04-1643
Gillis Pandelaert, rentmeester van de domeinen van de Beijerlanden, verkoopt
21-4-1643 aan de heer Dirck van Coolwijck, “seeckere ontrent acht mergen drie
hondert roeden lants gelegen inde Thiende cavel vanden Hitsert inde Dijckagie
off polder van groot Suijt Beijerlant, bij den voorsz. comparant eertijds gecocht
vande wed. van Za: Gerrit Woutersz. Liefftinck. De koper heeft betaald.
“ende tot verseeckeringe vande voorsz. coop voor alle lasten ende naemaeninge
die ter saecken vant voorsz. lant bij Iemant gepretendeert souden mogen
werden, soo transporteerde ende drouch den voorsz. comparant mede over aen
ende ten proffijte vande voorsz. heer cooper alle trecht ende actie hem compe
terende uijt crachte vant contract bijde eerste coopers originelijck met den heere
Graeff Carel van Egmont gemaeckt, als mede den principalen transport brieff die
de voorsz. wed: van Za: Gerrit Woutersz. Liefftinck tot proff…(rest niet zicht
baar op film) vande voorsz. comparant heeft gepasseert voor de gerechten van
outBeijerlant, wesende van dat den viii Jannuarij” 1632. Verder is Pandelaert
alleen verantwoordelijk voor lasten op het land die tijdens “sijn possessie”
ontstaan zijn.
w.g. A. Hesselt, Leonardus Oppervelt. Tevens aanwezig Anthonis Ipelaer.
Aantekening in marge, gedateerd 8-5-1683: Op 26-3-1683 en 7-5-1683 twee
brieven ontvangen, gedateerd 24-3 en 5-5, afkomstig van Dirck van Coolwijck,
bailliu en dijckgraeff van Delfflant, waarin hij verklaart de landen in “desen
nevenstaende brieff gemelt….mitsgaders nogh ontrent acht mergen lant nevens
de voorsz. landen, inden selven cavel en polder gelegen” gekomen uit de boedel
van DHr Johan Berck zal.r, toebedeeld aan zijn huisvrouw Erckenraet Berck, aan
zijn zoon Johan van Coolwijck “ten huwelijck te hebben gegeven”. w.g. G. van
Campen.
[Opm. Brieven volgen hieronder, ca pag. 16. P.G.]
OBL ORA 8 69r

26-05-1643
Sebastiaen Dolen van der Houck, inwoonder alhijer, verkoopt 26-5-1643 aan
Huijch Dircxz. Greijn, wonend in Groot Zuid-Beijerland, 2 mergen 50 roeden
land, gelegen in Groot Zuid-Beijerland, belend ten oosten de heer Burgem.r van
de Nisse, ten zuiden den Dijck, ten westen Francois van Bleijswijck, ten noorden
den Middelwech. De koper heeft betaald.
w.g. And. Hesselt, Cornelis Abbenbrouck. Tevens aanwezig Willem Jansz. van
de Graeff.
OBL ORA 8 77v

26-05-1643
Heijnderick van Ravenswaij, onsen inwoonder, compareert 26-5-1643 met een
acte van procuratie, opgemaakt voor notaris Sijmon van Bieslvelt, opgemaakt
binnen Sgravenhage, de 16e maart 1643, “verleden ende gepasseert bij d’heere

Joost vander Hooge, Reeckenm.r in des generaliteijts reeckencamer.” Heijnde
rick van Ravenswaaij verklaart uit naam van Joost vander Hooge te verkopen
aan de heer Gillis Pandelaert, rentm.r van de domeinen van de Beijerlanden, 8
mergen, 262 roeden, 2 1/2 voet land in de polder van Groot Zuijtbeijerlant,
“leggende tegenwoordich noch gemeen ende ongecaveld met de landen van (de
heer?) Juliaen vande Moer (rest niet gefilmd op rand blad) en vande voorsz.
Pandelaert.”De koper heeft gedeeltelijk contant betaald, en de rest met een
schepenen besegelden schultbrieff van 4220 gld., 10 stuivers.
w.g. A.Hesselt, Cornelis Abbenbrouck. Tevens aanwezig Willem Jansz. vande
Graeff.
OBL ORA 8 78r

26-05-1643
Willem Jansz. vande Graeff, schepen alhier, en penninckm.r van de Zuijdt
Beijerlanden, compareert 26-5-1643 met procuratie van de heer Aelbrecht vande
Graeff, wonend te Delft, opgemaakt voor notaris Jan vande Graeff en getuigen,
op 23-5-1643 te Delft.
Inhoud akte van procuratie: Aelbert vander Graeff machtigt 23-5-1643 ten
overstaan van notaris Jan vander Graeff, Willem Jansz. vander Graeff, wonend
te Oud-Beijerland,  om “gifte te geven ende opdrachte te doen aenden E. Joost
Brasser, coopman tot Amsterdam, vande helfte vande xii cavel, groot int geheel
seven margen, iiic ix roeden lants gelegen opden gront van Zuijdtbeijerlant off
Hitsert inde Numanspolder, nu voorleden somer Nieuwel. bedijckt ende binnen
geslagen, hem constituant aengecomen uut den Boedel ende sterffhuijse van
sijn Za: Vader.” Getuigen: Daem Rochussen van Brackel en Gillis Gromme.
(einde akte) Vervolgens verkoopt Willem Jansz. vander Graeff het land aan
Joost Brasser en verklaart dat de koper betaald heeft.
w.g. A.Hesselt, Cornelis Abbenbrouck, Leonardus Oppervelt.
OBL ORA 8 79r

01-03-1644
Willem Jansz. vander Graeff, penningmeester van Zuijt Beijerlant, compareert 1-
3-1644 “dewelcke ons vertoonde seeckere procuratie op hem voor notaris ende
getuijgen in sGravenhage gepasseert bijde heer ende Mr. Paulus Berckhout
pensionaris der steede Monincken-dam soo voor hem selven als mede voocht
over Adriaen Brasser eenige naergelaten soon van sijne Ed suster Za: Juffr.
Geertruida Berckhout verweckt bij Hugo Brasser. De heer ende Mr. Govert
Brasser tresorier Generael over de vereenichde Nederlanden, als getrout hebben
de Juffr. Lijdia Berckhout. De heer Maerten Harpensz. Tromp Luitenant Admiraal
over Hollant ende Westfrieslant, als getrout hebbende Juffr. Cornelia Berckhout,
Mr. Nicolaes de Bije als getrout hebbende Joffr. Maria Berckhout ende de Hr
ende Mr. Johan van Nieuwburch, schepen der steede Alckmaer als getrout
hebbende Juffr. Margareta Berckhout.” Willem Jansz. vander Graeff verkoopt
vervolgens aan Cornelis Willemsz. Romeijn een “parthije lant vande Hitsaert met
die van Numans polder” in 1642 bedijkt als cavel no 3. De koper heeft betaald.
w.g. A: D Dinter, Cornelis van der Schoor, Leonardus Oppervelt.
OBL ORA 8 91r

01-03-1644
Acte van procuratie van 2-7-1643 waarin Willem Jansz. van der Graeff voor
notaris Samuel Keun te ’s Gravenhage gemachtigd wordt een partij land in de
Hitsaert te verkopen aan Cornelis Willemsz. Romeijn. Zie verder: van der Graeff,

Willem Jansz. 1-3-1644.
OBL ORA 8 92r

Š03-03-1644
3-3-1644 compareren Gillis Pandelaert, rentmeester van de Domeinen van de
Beijerlanden, voor een achtste part, Johan van Dievoort, penningmeester van
Nieuw-Beijerland, met procuratie van van de heren Johan Basius,  Joost van der
Hooge,  en Anthonij de Wael, voor zes achtste deel. De akte van procuratie is
opgemaakt voor notaris Pieter van Groenewegen op 10-12-1643 in ‘s-Gravenha
ge. Samenvatting akte van procuratie: 10-12-1643 compareren voor de notaris
de heren Johan Basius, heer van Heerenkarspel, eerste rekenmeester van Hol-
land, Anthonis de Wael, raad in de hoge raad, mede vervangende de nagelaten
kinderen van zijn zwager Julio van de Moere, en Joost van der Hooge, reken
meester van de generaliteit, mede vervangende zijn zwager Cornelis Graswin-
ckel. Zij hebben 31-11-1642 door Gillis Pandelaert laten verkopen aan Cornelis
Willemsz. Romeijn, wonend in Beijerland, zes achtste deel van een dertiende
deel van 97 mergen 300 “ende eenige” roeden land die in in 1642 in de Hitsert
bedijkt waren. Een dertiende deel is groot 7 mergen 309 roeden, en een achtste
deel daarvan 563 roeden, tien voeten. Basius, Graswinckel, van der Hooge en
de Wael verkochten toen een achtste deel en van der Moer twee achtste delen.
Volgen bepalingen over aansprakelijkheid voor eventuele lasten op het land. De
verkopers zijn alleen aansprakelijk voor lasten, ontstaan tijdens hun bezit. Voor
oudere lasten verwijzen ze naar de contracten en brieven van waringe, die de
eerste kopers van de gorzen en aanwassen van Graaf Karel van Egmond
ontvingen. Lasten als gevolg van de bedijking, komen, voor zover ze na 31-12-
1642 in rekening worden gebracht, voor rekening van de koper. Aangezien de
verkopers de kooppenningen en de lopende rente hebben ontvangen, machtigen
ze Johan van Dievoort  het land te transporteren en op te dragen. Ondertekend
door not. P. Groenewegen en de getuigen Mr. Abraham Graswinckel, advocaet
en Adriaen Verburch. Einde akte van procuratie. Vervolgens transporteert Johan
van Dievoort zes achtste deel van de betreffende grond en Rentmeester Pande
laert een achtste deel.
w.g. A: Hesselt, Cornelis van der Schoor, Leonardus Oppervelt.
OBL ORA 8 93r

03-04-1644
Heijnderick Bastiaensz., wonend in Groot ZuijtBeijerlant, en Anthonis Jaspersz.
Kievit, als voogden van de nagelaten weeskinderen van Zal.: Bouwen Thomasz.
timmerman verkopen 3-4-1644 aan Isack Balen, mede onsen inwoonder, een
huis en erf aan de oostzijde van de Voorstraat alhier, belend ten oosten Dirck
Corssen, ten zuiden Jan Roelantsz. Lathouder, ten westen de voorsz. straet, ten
noorden Gerrit Cornelisz. Swaenhil, “ende dat met soodanige vrijdommen ende
servituijten als tselve huijs ende erve hebbende is volgende de oude brieven
ende bescheijden daervan sijnde.” De koper betaalt met een schepenen besegel
den schult off custingh brieff.
w.g. A: Hesselt, Cornelis Abbenbrouck, tevens aanwezig Johan Merschaert.
OBL ORA 8 96r

12-07-1644
Cornelis Van Abbenbrouck, schepen deser plaetse, compareert 12-7-1644 met
procuratie van de heere Mr Jacob van Veer, bailliu ende dijckgraeff vanden
Huijgen Waert, wonend tot Alckmaer. Samenvatting akte van proc.: Compareer
de voor schout en schepenen van Oud-Beijerland de heer Mr. Jacob van Veer
die verklaarde Cornelis van Abbenbrouck te machtigen om aan Meeus Basti
aensz. Gouweman te verkopen 8 mergen min 60 roeden land in groot Zuid-
Beijerland,
in cavel no 14. w.g. 22-6-1644 Johan Merschaert, Anthonis Ipelaer,
Mij present J. van Bijemont.  van Abbenbrouck verkoopt vervolgens het land,
belend ten oosten en westen de koper, ten zuiden de zeedijk, ten noorden de
Wech.
De koper betaalt met een schepenen besegelden schultbrieff. Niet
ondertekend. Aanwezig: Andries Hesselt de Dinter, Johan Merschaert, Anthonis
Ipelaer.
OBL ORA 8 107v

18-08-1644
Marcuó Jansz¬ smiô iî då Hitsert¬ verklaarô t.o.v® notarió 
Cristiaaî vaî Vliet¬
schuldiç tå zijî aaî Huijcè Dircxsz¬ Jaî Pleuneî eî 
Cornelió Jansz¬ alleî wonendå iî då Hitserô
¬ då sommå vaî 10° car® gld® i.v.m® 
eeî lening¬ nodiç oí ijzeò eî koleî tå kopen®
Onderpandº aì heô ijserwercë iî 
då winckel¬ heô aambeelä eî då rest¬
uitgezonderä heô gereedschað vaî då 
slootmakerije.
Getuigen: Cornelis Willemsz Broeder en Jan Jacobsz van Doornick
ONA Oud-Beyerland inv nr 529

11-12-1644
De voogden van het weeskind van Za: Cent Jacobsz. verkopen 11-12-1644 aan
Willem Jansz. Beijerlander een “huijsgen staende aenden binnen berm van den
Dijck van Zuijt Beijerlant.” De koper betaalt met een schepenen besegelden
schultbrieff.
w.g. A. Hesselt, Leonardus Oppervelt. Tevens aanwezig Johan Merschaert.
OBL ORA 8 117r

11-12-1644
Willem Jansz. Beijerlander verklaart 11-12-1644 schuldig te zijn aan de voogden
van het weeskind van Za: Cent Jacobsz. de somme van 195 car. gld. van 20 st.
de gld. i.v.m. de koop van een “huijsgen staende aenden binnen berm van den
Dijck van Zuijt Beijerlant.” Hij betaalt 30 car. gld. contant, “vijff en twintich
guldens waren verscheenen 1 November voorleeden” en verder jaarlijks 30 car.
gld. Cornelis Claesz., wonend in Nieuw Beijerlant, staat borg.
w.g. A. Hesselt, Leonardus Oppervelt. Tevens aanwezig Johan Merschaert.
OBL ORA 8 118r

27-12-1644
Jacob van Bijemont, secretaris alhier, compareert 27-12-1644 met procuratie
van de E: Heeren Johan van der Thijs en Mr. Jacob van Veen “als borgen voort
accoort van Joost Brasser ende indier qualiteijt recht vercregen hebben vande
crediteuren desselffs Brasser.” De acte van procuratie is opgemaakt voor notaris
Jan Pietersz. Timmers en getuigen te ‘s-Gravenhage op 22-12-1644. Samenvat
ting acte van proc.: Johan van der Thijs en Mr Jacob van Veen machtigen
Jacob van Bijemont om namens aan aan de heer Geraldo Welhouck, oud
burgemeester van Delft, “te cederen ende op te dragen”, twee stukken land, elk
groot 4 mergen 4 hont 18 roeden, naast elkaar gelegen in de Dijckagie van
Nieuw groot Zuijt Beijerlant opten gront vanden Hitsaert onder de cavel no 14,
bedijckt anno xvjC een en dertich.” Verder kan hij verklaren dat de kooppennin
gen – 8923 car. gld. 14 stuivers – contant betaald zijn. Getuigen: Arijen Arijensz.
Schrinwercker en Bernardus La Faille. Vervolgens verklaart van Bijemont dat hij
deze gronden overdraagt aan Geraldo Welhouck.
w.g. A. Hesselt, Cornelis van der Schoor, Leonardus Oppervelt.
OBL ORA 8 118v

21-02-1645
Jacob van BIjemont, secretaris alhijer, compareert 21-2-1645 met procuratie.
Samenv. akte van proc.: Opgemaakt voor notaris Arent Cornelisz. Boogaerd te
Delft op 3-1-1645. Johan van der Chijns, schepen der stadt Delft, en Mr. Jacob
van Veen, schepen van Alkmaar, compareren “als borgen voor het accoort van
Joost Brasser.
” Zij machtigen Jacob van Bijemont om te Oud-Beijerland “van
haeren tweegen .. gifte ende opdrachte van te doen ende geven Brieffven van
opdrachte te passeeren aen ende ten behouve van Reijer van der Burch,
brouwer binnen Delft, eerst van soo danige twaalff Mergen Lants gelegen inde
Dijckaige van Groot Zuijt Beijerlant ende noch seven mergen drie hondert negen
Roeden Lants gelegen in Nimantspolder op de grond van de Hitsaert bedijckt bij
haer constituanten aaenden voorsz. Reijer van der Burch vercoft,”
w.g. A.C.Boogaerd. Getuigen: Hermanus vander Ceel, mede notaris en Hugo
Brasser. Einde akte van proc.
Vervolgens verklaart van Bijemont het land te cederen, transporteren en in vrijen
eijgendomme op te draegen aende heer Reijer van der Burch. De 12 mergen
liggen in cavel no 1 en de 7 mergen 309 roeden in Niemantspolder, bedijckt
anno 1642 en opte gemeenlants caerte geteeckent met no. 12.
w.g. And: Hesselt, Leonardus Oppervelt. Tevens aanwezig Johan Merschaert.
OBL ORA 8 124v

18-05-1645
Gillis Pandelaert, rentmeester van de domeinen van de Beijerlanden, verkoopt
18-5-1645 aan de Wel. Ed: Heere Marthijn Tromp, Admirael over Hollant ende
Westvrieslant, een “hoffsteede  soo huijsinge schuijr twee Bergen andere
getimmerten met alle de plantagien staende op ende inde achtste cavel inde
Dijckagie van Groot Zuijt Beijerlant opten Hitsaert, genaempt Stellestee, met
alles wat daer op ende aen aert ende nagelvast is, mitsgaders noch drie vijffde
parten lants van de voorsz. achtste cavel die int geheel groot is” 42 mergen,
110 roeden. Het drie vijfde deel is groot 25 mergen, 186 roeden. Het land is
eeuwig tiendvrij en “leggende alsnoch gemeen ende onverdeelt” met de andere
twee vijfde delen die toebehoren aan de erfgenamen van Za: d’Heere Julio de
Moere. De koper zal met de erfgenamen smalcavelinge mogen en moeten doen
en de pachter het gebruik van de hofstede en het land moeten laten. De koper
heeft betaald. Pandelaert staat niet in voor lasten op het land die onstaan zijn
voor de tijd van zijn bezit. Daarvoor verwijst hij naar de coop ende opdracht
brieven , indertijd afgegeven door Johan Basius, Heer van Heerencarspel en
Joost de Hooge, reeckenmr. van de Generaliteijt. “Ende naerdien den Bode
verclaert hadde dat de drie sondaechse gebooden … waren gedaen, … soo
heeft den voorsz. comparant de vrije gifte met halm stroo en Kluijtgen aerde …
aen Anthonis Cornelisz., Schout van Sijmonshaven, ten proffijte vanden voorn.
Ed: Heere cooper overgelevert.”
w.g. And. Hesselt, Leonardus Oppervelt. Tevens aanwezig Johan Merschaert.
OBL ORA 8 144r

13-06-1645
Willem Jansz. van de Graeff, penninckmr. van Zuijt Beijerlant compareert 13-6-
1645 met procuratie van Francois van Bockhoven, commijs van de Artillerije der
vereenichde Nederlanden, Rijnoult van Bockhoven, Lieutenant van Capitain
Besancon, Joffr. Catharina van Bockhoven, Maria van Bockhoven, wed. van Za:
Mr. Adriaen Sneewijns, in sijn Leeven Advocaet voorden voorsz. Hove, ende
van Machalina van Bockhoven, alle wonnende inden Haghe, kindren en erfgena
men van Za: d’heer Jacob van Bockhoven, in sijn leven mede commijs vande
Artillerije. Willem Jansz. van der Graeff verkoopt “in dier qualiteijt” aan de heer
Jacob van Beveren, heer van Swijndrecht, schout der stadt Dordrecht, een
cavel land gelegen in Groot Zuijt Beijerlant, n.l. de 6e cavel, groot 27 mergen,
90 roeden, belend ten oosten de erfgenamen vanden heer Tresorier de Bije, ten
zuiden het diep ofte cavel genaempt Borrekeen, ten westen de erfgenamen van
de Heer van Heerencarspel ofte haeren rechtshebbende, ten noorden de Zuijt
Beijerlantsen Dijck. De koper betaalt gedeeltelijk contant en de rest met een
Šschepenen besegelden schultbrieff.
w.g. And. Hesselt, Cornelis van der Schoor, Leonardus Oppervelt.
OBL ORA 8 148v

16-06-1646
Onvolledige akte. Eerste helft ontbreekt. Datum akte: 16-6-1646.
Notaris Pieter van Groenewegen maakt 23-5-1646 een akte op “in den Haghe”.
Samenvatting not. akte: Voor Pieter van Groenewegen compareert d’heere
Jacob van der Moere, heere van Heerencarspel, die verklaart dat de heere
Maerten Harpersz. Tromp, Luijtenant Admirael ter Zee deser Landen, “t’sijnen
proffijte, laste ende pericule” van hem op 16-5-1646 gekocht heeft 16 mergen,
524 roeden bedijkt land “leggende samen alsnoch gemeen ende ongecavelt met
de landen vanden voornoemden heere Admirael Tromp in Groot Zuijtbeijerlant”.
Jacob van der Moere is alleen aansprakelijk voor lasten op het land die ontstaan
zijn in de tijd dat hij, of zijn vader Julio vande Moere, het land in bezit hadden.
Voor andere lasten zal hij zich “moeten behelpen ende vernougen met de
waringe die de eerste coopers originelicken, int gemeen van Graeff Carel van
Egmondt vercregen hebben.” Volgen bepalingen over de kaveling en de lopende
pachten. De koper heeft beloofd “nevens d’opdrachte” contant te betalen
17.173 car. gld.”daerinne gereeckent de belooffde vereeringe van drie hondert
guldens,” … “alles vrij gelts soo van veertichste mindere ofte meerdere pennin
gen, item van het schrijven ende verlijden vande brieven van opdrachte ende
andere oncosten daer aen corresponderende.” De koopprijs is betaald en Jacob
van der Moere authoriseerd Gillis Pandelaert om het land te transporteren en in
eigendom over te dragen. Getuigen: Roeloff Maertensz. en Pieter de Coning.
w.g. P. van Groenewegen, Notaris Publijcq.
Vervolgens verkoopt draagt Gillis Pandelaert het land over aan Admirael Tromp.
w.g. And. Hesselt, Leonardus Oppervelt.
OBL ORA 8 213v

16-06-1646
Gillis Pandelaert verkoopt 16-6-1646, daartoe geautoriseerd door Jacob van der
Moere, heer van Heerencarspel, zoon van Julio van der Moere, aan admirael
Maerten Harpersz. Tromp 16 mergen, 524 roeden bedijkt land in Groot Zuijtbeij
erlant. Voor eventuele lasten op het land, niet door Jacob of Julio van der
Moere daarop gevestigd, verwijzen zij naar “de waringe”, afgegeven door graaf
Carel van Egmondt. De acte van procuratie is opgemaakt voor notaris Pieter van
Groenewegen en de getuigen Roeloff Maertensz. en Pieter de Coning te Den
Haag. Voor uitgebreidere samenvatting zie: Van Groenewegen, Pieter, 16-6-
1646.
OBL ORA 8

21-09-1646
Arijen Otten Robben, wonend in ZuijtBeijerlant, verklaart 21-9-1646 schuldig te
zijn aan Sr Johan Cools, wonend te Dordrecht, de somme van 1700 car. gld.
van 20 st. de gld. i.v.m. een lening. Hij zal het bedrag over een jaar na dato
terugbetalen “metten Intreste van dien iegens den penninck vijftien vant hondert
int Jaer.” De intrest gaat in op 7-4-1646. Als onderpand dienen ca 6 mergen
land in Zuijt Beijerlant, belend ten noorden Leendert Maertensz. de Recht, ten
oosten de erfgenamen van den heer vande Moer Za:, ten westen Pieterken
Jansdr., ten zuiden den Dijck. Verder is afgesproken “dat van de Lossinge sij
Maelcanderen sullen waerschouwen drie Maenden tevooren.” Robben zal de
jaarlijkse rente in Dordrecht betalen “op sijne costen, ofte plaetse sijner residen
tie.” Verder verklaart hij dat er geen andere lasten op het land rusten, behalve
dan een bedrag van 600 Car. gld. ten bate van Sr Johan Cools.
Šw.g. And. Hesselt, Leonardus Oppervelt. Tevens aanwezig Johan Merschaert.
OBL ORA 8 229v

07-05-1648
7-5-1648 compareert Johan van de Graeff, penninghmr. van de Zuijt Beijerlan
den, wonend alhier, “als gesubst. van d’heeren Mr. Jacob van de Graeff,
advocaet voor den Hove van Hollant, en Arent van der Graeff, commissaris
ordinaris ten dienste deser lande”, met procuratie van 6-4-1648, opgemaakt
voor notaris Harman vand. Ceel,  i.o.v. d’heer Adriaen Pau, Joffr. Maria
Hoogenhouck, wd. en boelhouster van Za: d’heer Engebrecht Pau, en Joffr.
Margareta Pau, wed. wijlen d’heer Pieter van de Graeff, tezamen erfgenamen ex
testamento, van wijlen d’heer Pieter Pau, burgem.r van Alkmaar.
Johan van de Graeff verkoopt “in de voorsz. qualiteijt” aan d’heer Arnout van
Beresteijn, out schepen van Delft, 5 mergen, 551/2 roede patrimoniaal teellants,
gelegen in Cleijn Zuijt Beijerlant, wesende een gerecht vierde paert vande
tweede cavel aldaer. Met het volgerlant leggende gemeen met den heer cooper,
mitsgaders den Heeren Engelbrecht Pau ende Willem van Chijs, waer van
Bruijckers sijn Pieter ende Adriaen Bastiaensz vand. Jacht, gebroeders, mitsga
ders Heijnderick Bastiaensz.
w.g. And. Hesselt, Cornelis Abbenbrouck, Lenaerdus Oppervelt.
OBL ORA 8 289v

08-04-1648
afschrift van akte van substitutie in ORA-Oud-Beijerland. 8-4-1648 compareren
voor Mr Pieter van Groenevelt, notaris in ’s Gravenhage, Mr. Jacob vander
Graeff, advocaat, en Arent vander Graeff, commissaris ordinaris deser lande. Zij
machtigen Johan van der Graeff om de landen van de heer burgemeester Pieter
Pauw Za: te verkopen. Afschrift van akte van proc. opgenomen in deze,
opgemaakt voor Harman vand. Ceel, notaris te Delft. Adriaen Pauw e.a. (voor
volledig gezelschap, zie: van de Graeff, Johan, 7-5-1648) machtigen Jacob van
der Graeff en Arent van der Graeff om te verkopen “alle de huijsingen, ende
landen, ende alle roerende ende onroerende goederen, paerden, wagens ende
gereetschap, als anders tgeen sij totten meesten dienste van den voorsz. boedel
bij den voorsz. heer Paieter Pauw naergelaten, bevinden sullen te behoren.”
OBL ORA 8 290v

01-06-1648
Adriaen Jacobsz., wonend aan de zuidzijde van de Hitsaert, verklaart 1-6-1648
schuldig te zijn aan de voogden van de weeskinderen van Arij Jansz. Geus de
somme van 142 car. gld. van 20 st. de gld. i.v.m. een lening. Hij zal het bedrag
aflossen over een jaar na dato “metten intreste van dien jegens den pen. xvi van
t’hondert int jaer.” Onderpand is zijn huis aan de Groot ZuijtBeijerlantse dijck,
belend ten oosten Dirck Thonisz., ten westen Arijen Laurensz. Joris Arijensz.
Vermaes staat borg.
w.g. And. Hesselt, Cornelis Abbenbrouck, J. van Dievoort.
OBL ORA 8 301v

28-06-1648
Meeus Bastiaensz. Gouwerman verkoopt 28-6-1648 aan Cornelis Jacobsz. van
der Wael, Lodewijck Pleunen van Driel en Zeger Dircxz Fonckert, ieder voor een
derde deel, 11 mergen land, “met gewasch daer op staende”, in Groot Zuid-
Beijerland, in de 14e kavel, belend ten oosten de burgemr. Welhouck en doctor
Liefftinck, ten zuiden en westen de dijk en de verkoper, ten noorden de wech.
De kopers betalen met een schepenen besegelden schultbrieff.
w.g. And. Hesselt, J. van Dievoort, Lenaerdus Oppervelt.
ŠOBL ORA 8 304v

28-06-1648
28-6-1648 compareren Cornelis Jacobsz. van der Wael, wonend in de Hitsaert,
Lodewijck Pleunen van Driel en Zeger Dircxz. Fonckert, beide wonend in Nieuw-
Beijerland. Zij verklaren “elcx een voor all ende als principael” schuldig te zijn
aan Meeus Bastiaensz. Gouwerman, de somme van 11.550 car. gld. van 20 st.
de gld. i.v.m. de koop van 11 mergen land. (Zie voor ligging en belendingen:
Gouwerman, Meeus Bastiaensz., 28-6-1648) Ze mogen het bedrag op intrest
houden tegen een rente van 4 gld. 10 st. vant hondert int jaer, jaarlijks te
betalen, en moeten over 2 jaar 4000 car. gld. aflossen.
w.g. And. Hesselt, J. van Dievoort, Lenaerdus Oppervelt.
OBL ORA 8 305r

09-07-1648
Leendert Maertensz. de Recht verklaart 9-7-1648 schuldig te zijn aan Willem
Jacobsz. en Gerrit Jacobsz. onsen inwoonders, de somme van 1700 car. gld.
van 20 st. de gld., “uitsaecke soo van geleende penningen als t’gunt haer van
den selven de Recht is competerende als erffgenaemen van Pieter Dircxz. Visser
Za.” Hij zal het bedrag over twee jaar betalen “metten intreste van dien jegens
vijff guldens vant hondert int jaer.” Onderpand zijn 6 mergen, 150 roeden land,
in Zuid-Beijerland, belend ten oosten de erfgenamen van de heer van de Moer,
ten zuiden Arijen Otten Robben, ten westen Pieterken Jans, ten noorden de
Oud-Beijerlandse dijk. en vier mergen land in Oud Beijerland op het Tollegors,
belend ten oosten Aeltgen Heijndericx erfgenamen, ten zuiden Gillis Herweijer,
ten westen het land in gebruik bij Carel Joosten, ten noorden de Plaetsen wech.
w.g. And. Hesselt, Cornelis Abbenbrouck, Leonardus Oppervelt.
OBL ORA 8 305v

15-07-1648
15-7-1648 compareert Johan van der Graeff, penninckmr. van Zuid-Beijerland,
“als gesubstitueert van d’heeren Mr. Jacob van der Graeff, advocaet en Arent
van der Graeff, commissaris ordinaris ten dienste deser lande.” met acte van
procuratie, opgemaakt voor notaris van Ceel te Delft op 7-4-1648 in opdracht
van d’heer Adriaen Pauw, Joffr. Maria Hoogenhouck, weduwe ende boelhouster
van Za. Egbert Pauw, mitsgaders Joffr. Margareta Pauw, wed. wijlen d’heer
Pieter van der Graeff, tesamen erfgenamen van Pieter Pauw, burgemeester van
Alkmaar. Johan van der Graeff verkoopt “in de voorsz. qualiteyt” aan Willem
van der Chijs, vijf zesde parten van 3 mergen 463 roeden land in de Hitsaert, in
de 4e kavel in Groot Zuid-Beijerland, “gemeen in een stuck van seven mergen
326 roeden met d’heeren Adriaen Pauw ende de voorsz. cooper, als sijnde voor
een sesdepaert erffgenaem van voorsz. heer burgemr. Pieter Pauw,” belend de
voorsz. gemeene perthijen int oosten ……..int zuiden ………. ende int noorden
…….(halve regel weggekrast?) elccx aldernaest (punten staan in het origineel)
gebruijckt werden bij Huijch Dircxz. Greijn. De koper heeft betaald.
w.g. And. Hesselt, Leonardus Oppervelt. Tevens aanwezig Cornelis Arijensz.
Weijer. Akte geheel doorgehaald. In marge aant. dat Dirck ???? Fonckert bewijs
van betaling vertoonde op 9-12-1681. [misschien verkeerde akte doorgehaald?]
van der Graeff, Jacob, 15-7-1648
OBL ORA 8 307r

17-08-1648
Johan van der Graeff compareert 17-8-1648 met een akte van substitutie en
een akte van procuratie; zie daarvoor: van der Graeff, Johan, 15-7-1648.
Hij verkoopt “inde voorsz. qualite” uit de erfenis van Pieter Pauw, aan de heer
ende Mr Nicolaes Boogaert, ontfanger van de gemeene middelen over het
Šquartier van Delff, 12 mergen 212 roeden land in Groot Zuijt Beijerlant op de
gront van Borrekene in de 13 cavel, “leggende gemeen met gelijcke paerthije
toecomende d’heer Adriaen Pau, met het recht ofte vrijdom van thijenden
origineelijcken”, belend ten westen de voorsz. heer cooper, ten noorden de
Dromcreeck, ten oosten d’heer burgermr. van der Graeff Za., ten zuiden de
Groote Creecke. “werdende althans gebruijckt bij Pieter ende Heijnderick
Bastiaensz”. De koper heeft betaald.
Aanwezig waren: Andries Hesselt de Dinter, Cornelis Arijensz. Weijer, Anthonis
Jansz. Ipelaer.
OBL ORA 8 310v

01-09-1648
Geleijn Adriaensz. van der Zijde, wonend in Nieuw-Beijerland, verkoopt 1-9-
1648 aan Gillis Jansz. Herweijer 21 mergen176 roeden land in Groot Zuid-
Beijerland, op de grond van de Hitsaert, in de negende cavel, belend ten oosten
Dirck Arijensz. Luchtenburch, ten westen de heer Coolwijck, ten zuiden de
zeedijk,  ten noorden de Groote Creecke. De koper heeft betaald.
w.g. And. Hesselt, J. van Dievoort, Leonardus Oppervelt.
OBL ORA 8 311v

01-09-1648
Gillis Jansz. Herweijer, wonend in Groot Zuid-Beijerland, verkoopt 1-9-1648 aan
d’heer Jacques van Baerlant, heere van Dircxlant, etc. 21 mergen 176 roeden
land in Groot Zuid-Beijerland, op de grond van de Hitsaert, wesende de helft van
de negende cavel, belend ten oosten Dirck Arijensz. Luchtenburch, ten westen
de heer Coolwijck, ten zuiden de zeedijk,  ten noorden de Groote Creecke. De
koper betaalt contant.
w.g. And. Hesselt, J. van Dievoort, Leonardus Oppervelt.
OBL ORA 8 312r

03-12-1648
Aert Aertsz. den Ouden verkoopt 3-12-1648 aan Aert Aertsz. den Jonghen, sijn
soon, een huis en erf “soot beheijt ende bepaelt staet, aan de Zuid-Beijerlandse
dijk, mitsgaders de smits winckel ende smits gereetschap, koijen ende paerden,
als anderen huijsraet. De koper heeft betaald.
Niet ondertekend. Aanwezig waren Andries Hesselt de Dinter, Cornelis Arijensz.
Weijer en Anthonis Jansz. Ipelaer.
OBL ORA 8 314v

03-12-1648
Aert Aertsz. den Jongen verklaart 3-12-1648 schuldig te zijn aan Aert Aertsz.
den Ouden de somme van 1300 car. gld. van 20 st. de gld. i.v.m. de koop van
een huis en erf “soot beheijt ende bepaelt staet, aan de Zuid-Beijerlandse dijk,
mitsgaders de smits winckel ende smits gereetschap, koijen ende paerden, als
anderen huijsraet. Hij betaalt 300 car. gld. per jaar, ingaande 1 mei 1649.
Acte doorgehaald zonder aantekening in marge.
Niet ondertekend. Aanwezig waren Andries Hesselt de Dinter, Cornelis Arijensz.
Weijer en Anthonis Jansz. Ipelaer.
OBL ORA 8 315v

20-01-1649
Anthonis Dircxz. van der Koij verkoopt 20-1-1649 aan Cornelis Pancaressen 3
mergen 661/2 roe land, gelegen alhier in Groot ZuijtBeijerlant in hoffsteede van
de selven Cornelis Pancaresse, belend ten oosten burgem. Jacob van der
Graeff, ten westen de voorsz. Cornelis Pancaresse, ten noorden de Middelwech,
Šten zuiden de zeedijk en daarnaast nog eens 1 mergen 17 roeden land in
ZuijtBeijerlant in het volgerland, belend ten oosten Arijen Arijensz. Lantmeter,
ten zuiden de ZuijtBeijerlantsen Dijck, ten westen de erfgenamen van de heer
ontvanger Boogaert, ten noorden de Middelwech. De koper betaalt met een
schepenen besegelden schultbrieff.
w.g. And. Hesselt, J. van Dievoort, Cornelis Abbenbrouck.
OBL ORA 8 317v

20-01-1649
Cornelis Pancaressen, wonend in Groot Zuijt Beijerland, verklaart 20-1-1649
schuldig te zijn aan Anthonis Dircxz. van der Koij, de somme van 4000 car. gld.
van 20 st. de gld. i.v.m. de koop van land.  (Zie voor ligging en belendingen:
van der Koij, Anthonis Dircxz., 20-1-1649) Hij betaalt 2000 car. gld. contant en
de rest Kersmisse 1649.
w.g. And. Hesselt, J. van Dievoort. Tevens aanwezig Anthonis Ipelaer.
OBL ORA 8 318r

23-12-1650
Arijen Otten Robben verkoopt 23-12-1650 aan Dirck Pietersz. visser, onsen
inwoonder, 6 mergen land in Zuid-Beijerland, belend ten O. de erfgenamen van
de Heer van der Moer, ten Z. de Zuid-Beijerlandse dijk, ten W. Pieterken Jansz.,
ten N. Leendert Maertensz. De koper heeft contant betaald.
w.g. And. Hesselt, Cornelis Abbenbrouck, J. van Dievoort.
OBL ORA 9 64v

18-04-1651
Willem Bouwensz. verkoopt 18-4-1651 aan Pieter Cornelisz. van der Goes een
huijsken ende erve aan de Zuijt Beijerlantsen Dijck. De koper betaalt met een
schepenen besegelden schultbrieff.
w.g. A. Hesselt, J. van Dievoort, Arijen Sidervelt.
OBL ORA 9 81v

18-04-1651
Pieter Cornelisz. van der Goes verklaart 18-4-1651 schuldig te zijn aan Willem
Bouwensz. de somme van 250 car. gld. van 20 st. de gld. i.v.m. de koop van
een huijsken ende erve aan de Zuijt Beijerlantsen Dijck. Mei a.s. betaalt hij 50
car. gld. en verder 30 car. gld. per jaar, ingaande a.s. Baeffmis.
w.g. A. Hesselt, J. van Dievoort, Arijen Sidervelt
OBL ORA 9 82r

01-05-1651
Adriaen Sijdervelt verkoopt 1-5-1651 als administreerende voocht van de
naergelaten weeskinderen van Za: Dirck Thonisz., aan Pieter Pietersz. Stoocker,
een huijsken en erve aan de Groot Zuijt Beijerlantsen Zeedijck. De koper betaalt
met een schepenen besegelden schultbrieff.
w.g. Thonis Verstolck, J. van Dievoort, tevens aanwezig Andries Hesselt de
Dinter.
OBL ORA 9 85r

01-05-1651
Pieter Pietersz. Stoocker verklaart 1-5-1651 schuldig te zijn aan Adriaen
Sijdervelt als administreerende voocht van de weeskinderen van Za: Dirck
Thonisz, ten proffijte van de selve, de somme van 275 car. gld. van 20 st. de
gld. i.v.m de koop van een huijsken en erve aan de Groot Zuijt Beijerlantsen
Zeedijck. Hij betaalt over het uitstaande kapitaal een intrest “jegens den pen
Šninck xvi vant hondert int jaer” en lost tijdens de a.s. Beijerlandse jaarmarkt 50
gld. af. Vervolgens betaalt hij 25 gld. per jaar, ingaande 1-5-1652. Mocht hij
een betaling missen, dan is hij verplicht het gehele bedrag in een keer af te
lossen. Arijen Jacobsz. Fret staat borg.
w.g. And. Hesselt, Thonis Verstolck, J. van Dievoort.
OBL ORA 9 85v

16-05-1651
Gerrit Pietersz. Jongepierneeff verkoopt 16-5-1651 aan Thonis Jansz. Roos een
huis en erf op den Hitsaertsen Cleijne Sluijs, mitsgaders een kromsteven
schuijtdie hij compt. jegenwoordich voerende is. De koper betaalt gedeeltelijk
contant en de rest met een schepenen besegelden schultbrieff.
w.g. And. Hesselt, Arijn Sidervelt, Cornelis Abbenbrouck.
OBL ORA 9 91r

16-05-1651
Thonis Jansz. Roos verklaart 16-5-1651 schuldig te zijn aan Maritgen Kiebooms
als d’actie hebbende van Gerrit Pietersz. Jongepierneeff, de somme van 425
car. gld. van 20 st. de gld. i.v.m de koop van een huis en erf op den Hitsaertsen
Cleijne Sluijs, mitsgaders een cromsteven schuijt.  Hij betaalt 100 car. gld. per
jaar, ingaande 1-5-1652.
w.g. And. Hesselt, Arijn Sidervelt, Cornelis Willemsz. Abbenbrouck.
OBL ORA 9 91v

22-09-1651
22-9-1651 compareren: Hilleken Claesdr. [tweemaal “Hilleken” genoemd, in 2
akten], wed. van Za: Leendert Maertensz. de Recht, Bastiaen Maertensz. de
Recht, dijckgraeff van Out Piershil, Jan Cornelisz. Robbe, Pieter Otten Robbe en
Arijen Otten Robbe, oomen ende voochden van de naergelaten weeskinderen
van de voorn. Leendert Maertensz. de Recht. Zij verkopen aan Huijbrecht
Thonisz. Visser 6 mergen 96 roeden land in Zuid-Beijerland, in de 11-e cavel,
belend ten O. Joffr. Geertruijt van de Moer, ten Z. Dirck Pietersz. Visser, ten W.
Pieterken Jans, ten N. de Out Beijerlantsen Dijck. De koper betaalt met een
schepenen besegelden schultbrieff.
w.g. A. Hesselt, Arijen Sidervelt, Willem Jacobsz. de Bijl.
OBL ORA 9 104v

08-03-1652
Marinus Willems van Bieselinge verklaart 8-3-1652 schuldig te zijn aan Arijen
Egbertsz., wonende in den Doel, de somme van 300 car. gld. van 20 st. de
gld.i.v.m. de leverantie van tarruwe. Hij zal het bedrag over een jaar na dato
aflossen. Onderpand zijn zijn huis en erf aan de dijck van Groot Zuijt Beijerlant,
belend ten O. de Redute en ten W. Thonis Jansz. Roos.
w.g. And. Hesselt, Thonis Verstolck, Arijen Sidervelt
OBL ORA 9 140r

22-05-1652
Heijnderick Thonisz. van der Weijde verkoopt 22-5-1652 aan Huijch Dircxz.
t’Greijn 2 mergen 407 roeden land in Groot Zuid-Beijerland, op de grond van de
Hitsaert,  in de 6de cavel, belend ten O. en Z. de weg, ten N. Dirck Arijensz.
Luchtenburch, ten W. het land in gebruik bij Jan Cornelisz. Robbe. De koper
betaalt contant.
w.g. And. Hesselt, Cornelis Abbenbrouck, Arijen Sidervelt.
OBL ORA 9 151r

Š25-11-1652
25-11-1652 compareren Willem Jacobsz. de Bijll en Anthonis Verstolck, onse
mede schepenen, “in qualite als voochden van de naergelaten weeskinderen van
Meeus Bastiaensz. Gouweman ende Neeltgen Zenten, beijde Za:” Ze verkopen
“inde voorsz. qualite” aan Pieter Arensz. Neus, onsen inwoonder, een huis,
schuur en erf, mitsgaders ontrent eene merge lants in Groot Zuijt Beijerlant.
(Geen belendingen genoemd) De koper heeft betaald.
w.g. And. Hesselt, A. Sidervelt, A. Coninckx
OBL ORA 9 176v

27-11-1652
Marijnus Willemsz. van Bieselinge, wonend in Groot Zuijt Beijerlant, verkoopt
27-11-1652 aan Cornelis Panckertse een huis en erf aan de “hitsersen off Groot
Zuijt Beijerlantsen dijck bij de kleijne Sluijs.” De koopprijs is 900 car. gld. “in
minderinge van welcke somme den cooper tot sijnen laste neempt alsulcke
driehondert Car: guldens als Arijen Egbertsz. daer op spreeckende heeft.” De
resterende 600 car. gld. zijn contant betaald.
w.g. And. Hesselt, Willem Jacobsz. de Bijll. Tevens aanwezig Adriaen Sijdervelt.
OBL ORA 9 177v

14-12-1652
Cornelis Pancarissen, wonend alhier in Groot Zuijt Beijerlant, verkoopt 14-12-
1652 aan Pieter Wilemsz. Picklap, mede woonende aldaer, een huis en erf aan
de groot Zuijt Beijerlansen Dijck bij de kleijnen Sluijs. De koper betaalt met een
schepenen besegelden schultbrieff.
w.g. And. Hesselt, Willem Jacobsz. de Bijl. Tevens aanwezig Adriaen Coninck.
OBL ORA 9 178v

14-12-1652
Pieter Willemsz. Picklap, wonend alhier in Groot Zuijt Beijerlant,  verklaart 14-
12-1652 schuldig te zijn aan Cornelis Panckarissen, mede woonende aldaer, de
somme van 900 car. gld. van 20 st. de gld. i.v.m. de koop van een huis. (Zie
voor ligging en belendingen: Pancarissen, Cornelis, 14-12-1652.) Hij neemt tot
zijn last 300 car. gld. die Aert Egbertsz., woonende in den Doel, op het huis
spreeckende heeft en betaalt 150 car. gld. contant “nevens de aenvaerdinghe,
welcke aenvaerdinghe wesen sall den eersten januwarij ” 1653. Verder betaalt
hij jaarlijks, 150 car. gld., ingaande 1-1-1654.
w.g. A. Hesselt, Willem Jacobsz. de Bijl, A. Coninckx
OBL ORA 9 179r

02-01-1653
Maritgen Meeusdr., wed. van Za: Pieter Arijensz. Neus cedeert en transporteert
2-1-1653 aan Jacob Jansz. Visser een huijs, schuijre ende berch, mitsgaders
ontrent eene merge lants in Groot Zuijt Beijerlant bij Pieter Arijens Neus in sijn
leven aen Jacob Jansz. vercocht. De koper betaalt met een schepenen besegel
den schultbrieff.
w.g. A. Hesselt, A. Sidervelt, A. Coninckx
OBL ORA 9 182v

02-01-1653
Jacob Jansz. Visser verklaart 2-1-1653 schuldig te zijn aan de weeskinderen
van Za: Meeus Bastiaensz. Gouwerman, als d;actie hebbende van Maritgen
Meeus Gouwerman, wed. van Za Pieter Arensz. Neus, de somme van 1400 car.
gld. van 20 st. de gld. i.v.m. de koop van een huis, schuur, berch en een
mergen land. (Zie voor ligging en belendingen: Meeusdr., Maritgen, 2-1-1653)
ŠHij betaalt 700 car. gld. contant. De rest mag hij “op intrest houden” van mei
1652 tot mei 1653, “jegens vijff guldens vant hondert int jaer.”
w.g. A. Hesselt, A. Sidervelt, A. Coninckx
OBL ORA 9 183v

10-04-1653
10-4-1653 compareert Aeltgen Willemsdr., wed. van Za: Klaes Jansz. van Esch,
wonend in groot Zuijt Beijerlant, geassisteert met Adriaen Sijdervelt, haren
gecoren voocht in desen. Ze verkoopt aan de weduwe en erfgenamen van de E.
heere Pieter van der Graeff Za:, raet der stadt Delft, 3 mergen 300 roeden
weijlants in Groot zuijt Beijerlandt, belend ten O. den Hitsertsen Damwech, ten
N. en W. de coopers, ten Z. de Creecke. De kopers hebben de koopsom van
2925 car. gld. als volgt betaald. Ze nemen “tot haren laste” 2500 gld. “capitaels
als Mr. Lovijs Heijnsius, secretaris van de weeskamer der voorsz. stadt Delft van
weegen sijne huijsvrouwe, mede erffgenaem in de goederen van Za: Joffr. Maria
Hoogenhouck, wed: was van de heer Engbrecht Pauw uit voorgaende coop opt
voorsz. lant bij besegelde brieve alsnoch spreeckende heeft, met drie jaren
verscheene intresten van dien, monterende tsamen de somme van” 2950 car.
gulden. De rest, 25 car. gld, zijn verrekend met landpachten die Aeltgen
Willemsz. nog schuldig was aan de koper. Adriaen Sijdervelt, onse mede
schepen, staat borg voor eventuele lasten op het land “uitcrachte van seecker
procuratie op hem Sijdervelt gepasseert.” Inhoud akte van proc.: Opgemaakt
voor schout en schepenen van Nieuw Leckerlant. 28-2-1653 compareren Willem
van Sijll, secretaris van Nieuw Leckerlant en Adriaen Willemsz. van Sijll, desselfs
broeder. Zij machtigen Adriaen van Sijdervelt om hen “te verbinden als waerbor
gen voor Aertgen Willemsd (…) voor alle aenspraecke” op bovengenoemd land.
w.g. Jan Cornelisz., Willem Arijensz., Willem van Sijll, Arijen van Sijll, Cornelis
Gijsen. Einde akte van proc.
w.g. A. Hesselt, Willem Jacobsz. de Bijll. Tevens aanwezig Johan van der
Graeff.
OBL ORA 9 191v

10-04-1653
10-4-1653 verkoopt Aeltgen Willemsdr., wed. van Klaes Jansz. van Esch,
wonend in Groot Zuijt Beijerlant, geassisteert met haar gecoren voocht Adriaen
Sijdervelt, aan de wed. en erfgenamen van Pieter van der Graeff, 3 mergen, 300
roeden weiland in Groot Zuijt Beijerlant. De koopsom bedraagt 2925 gd.
Daarvan heeft Mr. Lovijs Heijnsius, vanwege zijn vrouw mede erfgenaam van
Juffr. Maria Hoogenhouck, wed van Engbrecht Pauw, inclusief rente, 2950 te-
goed. De rest wordt verrekend via achterstalige pachten. Adriaen Sijdervelt
staat namens Willem en Adriaen Willemsz. van Sijl borg voor eventuele lasten
op het land. Daartoe is een acte van proc. opgemaakt te Nieuw-Leckerlant,
ondertekent door Jan Cornelisz., Willem Arijensz., Cornelis Gijsen en de broe
ders van Sijll. Zie voor ruimere samenvatting, belendingen, titulatuur, etc.
Willemsdr., Aeltgen 10-4-1653
OBL ORA 9

..-04/05-1653
Cornelis Panckerssen, wonend in Groot Zuijt Beijerlandt, verkoopt  april\mei
1653 aan Bastiaen Arijensz. een huijsken en erve aen den Numans Poldersen
Dijck opten Gront van Groot Zuijt Beijerlant. De koper betaalt de koopsom van
125 car. gld. contant.
Datum onbekend, akte op film onvolledig
w.g. A. Hesselt, A. Sidervelt, A. Coninckx.
OBL ORA 9 201r

Š19-05-1653
Maritgen Arijensdr., wed. van Za: Johan Herweijer verkoopt 19-5-1653 aan
Gillis Herweijer seeckere ontrent acht margen lants in Groot Suijt Beijerlant,
belend ten O. de heer commissaris Snouck, ten N. de Nieuw Beijerlantse Dijck,
ten W. de wed. van Leendert Maertensz. de Recht, ten Z. het Borrekeensen
Diep. De koper heeft contant betaald.
w.g. And. Hesselt, A. Sidervelt, Thonis Verstolck.
OBL ORA 9 205v

30-11-1653
Jacob Gerritsz. Kraijesteijn, wonend in Groot Cromstrien, verklaart 30-11-1653
schuldig te zijn aan Meester Adriaen Prins, wonend te Rotterdam, de somme
van 2500 car. gld. van 20 st. de gld. i.v.m. een lening. Hij zal het bedrag
terugbetalen met 200 car. gld. per jaar, ingaande over een jaar na dato, “metten
intreste vandien jegens den penn. sesthijen vant hondert int jaer.” Indien hij de
intrest niet binnen 3 maanden na de verschijningsdatum betaalt is hij daarover
een intrest schuldig “jegens den penninck twintich.” Onderpand is de helft van 9
mergen land in Zuid-Beijerland, belend ten O. Arijen Arijensz. Lantmeeter, ten Z.
de Zuid-Beijerlandse dijk, ten W. de heer Pauli Hallingh, ten N. de Nieuw-
Beijerlandse dijk. In marge: 30-8-1656 vertoont Jacob Gerritsz. Kraijesteijn
bewijs vanbetaling. Schuld geroyeerd.
w.g. And. Hesselt, Anthonis Verstolck. Tevens aanwezig Dirck Arensz. Luchten
burch.
OBL ORA 9 222v

14-04-1654
14-4-1654 compareert Sr. Johan van Ophoven, notaris tot Delft, als last ende
procuratie hebbende van Jacob ende Frederick vanden Hoove, van meester
Geraerd Graswinckel, secretaris van s’Gravenhage, als man ende voocht van
Joffr. Constantia vanden Hoove, van Joffr. Geertruit ende Sophia van den
Hoove, ende van Jacob van Hartichsvelt, soon van wijlen Joffr. Elisabeth van
den Hoove, alle kinderen ende kintskint. respectieve, van wijlen henluijder
moeije ende out moeije, vrouwe van Heerenkerspel. Hij verkoopt in de voorsz.
qualite aan Joffr. Sophia van der Hooge, wed. ende boelhoust. van wijlen de
heer Pieter van der Graeff, in sijn leven Raet der Stadt Delft, een gerecht achtste
paert in een veerthijende paert van de laetst nieuwe  bedijckte landen, gelegen
op de gronden van Borrekeen ende den Hitsert, alsnoch ongecavelt sijnde. De
koopster heeft betaald. In marge: vrij van 40en penninck
w.g. A. Hesselt, A. Coninck, Cornelis Willemsz. Abbenbrouck
OBL ORA 9 250v

14-04-1654
Afschrift van akte van procuratie, op 14-4-1654 opgenomen in ORA Oud-
Beijerland: 28-2-1654 compareren voor Davit Vinck, notaris te ‘s-Gravenhage,
de kinderen en kindskinderen (Zie voor hun namen: van Ophoven, Johan, 14-4-
1654) van wijlen Joffr. Magdalena van der Dussen, in haer leven vrouwe van
Heerenkerspel. Ze verkopen aan Joffr. Sophia van der Hooge, wed. ende
boelhoust. van wijlen de heer Pieter van der Graeff, in sijn leven Raet der Stadt
Delft, een gerecht achtste paert in een veerthijende paert van de laetst nieuwe
bedijckte landen, gelegen op de gronden van Borrekeen ende den Hitsert,
alsnoch ongecavelt sijnde, voor 5000 car. gld., “te betaelen teffens, ende
t’eender somme binnen een maendt eerstcomende benevens de opdrachte.” Ze
machtigen advocaat Mr. Lambert Le Casteleijn en Johan van Ophoven, Notaris,
om het land te Oud-Beijerland te cederen en te transporteren aan Sophia van der
Hooge. Getuigen: Willem Havius, rentm.r en Hans Jacob Beer, gousmit. w.g.
ŠDav. Vinck.
OBL ORA 9 252r

15-04-1654
15-4-1654 compareren Bastiaen Crijnen en Arijen Pietersz. Gout, “woonende
alhijer onder out Beijerlant, in qualite als voochden vant naergelaten weeskint
van Za: Jacob Hartichse.” Ze verkopen aan Jan Jansz. van de Linde een huis en
erf aan de Suijt Beijerlantsen dijck, aen de Suitsijde achter Aert de Smith. De
koper betaalt met een schepenen besegelden schultbrieff.
w.g. And. Hesselt, A. Coninck, Arijen Sidervelt.
OBL ORA 9 254r

15-04-1654
Jan Jansz. van de Linde, wonend in Groot Zuijt Beijerlant, verklaart 15-4-1654
schuldig te zijn aan het weeskind van Za: Jacob Hartichse, de somme van 369
car. gld. van 20 st. de gld. i.v.m. de koop van een huis. (Zie voor ligging en
belendingen: Crijnen, Bastiaen, 15-4-1654) Hij betaalt 50 gld. contant en 50 gld.
per jaar, ingaande 8-3-1653. Arijen Leendertsz. en Bastiaen Crijnen, wonende …
(stippen in origineel, woonplaats niet ingevuld), staan borg.
w.g. And. Hesselt, A. Coninck, Arijen Sidervelt.
OBL ORA 9 254v

11-05-1654
11-5-1654 compareert Fop Crijnen, als getrout hebbende Maritgen Arijens
dochter. Hij verkoopt aan Jochem Klaesz. een huis en erve op de Hitsertsen
dijck onder out: Beijerlandt. De koper betaalt de koopprijs van 200 car. gld.
contant.
w.g. A. Hesselt, Arijen Sidervelt, Cornelis Willemsz. Abbenbrouck.
OBL ORA 9 268r

27-05-1654
27-5-1654 compareert Johan van Ophooven, notaris te Delft, met procuratie
van Joost van der Hooge, “vanwegen de provintie van Zeelant gecommitteert in
den Hage, als getrout hebbende Joffrou Cornelia van der Dussen, sijne
huijsvrou”. Hij verkoopt “inde voorsz. qualite” aan Arent van der Graeff,
schepen en raedt van Alckmaer en rentm.r van des Graeffelijckheijts Vroon ende
Sijplanden, mitsgaders Egmonden, “een gerecht derde paert in een veerthijende
paert der landen die inden voorleden jare xvic drie ende vijftich sijn begonnen te
bedijcken onder een winterdijck opde Gorsinge ende gront vanden Hitsert ende
Borrekeen, den voorn. vercooper aengecomen uitten hooffden vande heer Jacob
van der Dussen, in sijn leven heer van Heerenkarspel, burgem.r der Stat Delff
ende hoge heemraet van Delfflant, haer joffr. Cornelia van der Dussens vader
Za:.” De verkoper is betaald met een obligatie bij den cooper verleeden ende
gepasseert.
w.g. A. Hesselt, Cornelis Willemsz. Abbenbrouck, A. Sidervelt.
OBL ORA 9 277r

02-06-1654
Pieter de Lauresse, wonend te Dordrecht, verkoopt 2-6-1654 aan Johan van der
Graeff, penninckmeester van de Zuijt: Beijerlanden,  “ten behouve ende proffijte
van Maria Arijens Hoogendijck, sijn huijsvrouwe,” 2 mergen 552 roeden land “in
groot Zuijt: Beijerlant op den gront van den Hitsert, in de eerste cavel aldaer,
leggende gemeen mette voorsz. Maria Arijens Hoogendijck, mette helft vande
huijsinge ende schuijre, daer op staende.” De koper heeft contant betaald.
w.g. A. Hesselt, A. Coninck, Cornelis Willemsz. Abbenbrouck.
ŠOBL ORA 9 282v

24-06-1654
24-6-1654 compareert Cornelis de Winter, wonend in s’-Gravenhage, met last
en procuratie van vrouwe Loijsa Berckhout, weduwe van wijlen Govert Brasser,
ridder, raet ende tresorier generael der vereenichde Nederlanden.  Hij verkoopt
“inde voorsz. qualiteijt” aan Lambert Jansz. Visser, wonend aan de dijk van
groot Crom Strijen, 5 mergen 551 roeden lants, gelegen in de nieuwe bedijkte
polder van Eendracht opden gront vanden Hitsert, belend ten O. de dijk van
Numanspolder, ten W. de erfgenamen van de heer de Bije, inde cavel No 2. De
koper betaalt met een schepenen besegelden schultbrieff. In marge: vrij van
40en penn. Onderaan in marge: Lambert Jansz. Visser vertoont bewijs van
betaling, schuld geroyeerd. 12-5-1656. (Daarop is de akte, zoals gewoonlijk,
doorgehaald. De aantek. in de marge is ook doorgehaald. Daarboven de aante
kening: is bij abuijs verkeert doorgehaelt.)
w.g. A. H. Dinter, A. Coninck, Cornelis Willemsz. Abbenbrouck.
OBL ORA 9 286v

24-06-1654
Afschrift van akte van 20-6-1654 in ORA Oud-Beijerland 24-6-1654: Vrouwe
Loijsa Berckhout, weduwe van wijlen Govert Brasser, ridder, raet ende tresorier
generael der vereenichde Nederlanden, wonend in Den Haag, compareert voor
Pieter van Groenevelt, notaris te Den Haag. Zij machtigt Cornelis de Winter,
mede wonend alhier, om te Oud Beijerland aan Lambert Jansz. Visser land in de
Hitsert te verkopen, groot 5 mergen, 5 hont, 55 roeden, “volgens de meetinge
van de secretaris van Pijershill, daer van gedaen” (Zie voor ligging en belendin
gen: Visser, Lambert Jansz., 24-6-1654) “den aenstaenden ommeslach die tot
voltreckinghe der voorsz. dijckaigie noch sall moeten werden gedaen” komt ten
laste van de verkoopster. Getuigen: Mr. Nicolaes de Bije, raetsheer in den
hoogen raede in Hollandt en Samuel Locquier.
OBL ORA 9 288v

12-08-1654
12-8-1654 compareren Adriaen van Rooyen “in qualite als voocht ende vervan
gende en hem sterk maeckende voor Doen Janssen Hoogerwerff ende Heijndrick
van Ravenswaij, mede voochden” van de nagelaten weeskinderen van Meijns
gen Jacobsdr. van Rooijen, geprocreert bij den voorn. van Ravenswaij, Dirck
Willemsz. Visser als getrout hebbende Adriana Verschuijringh, en Nicolaas Bollijn
als getrout hebbende Catalijna Verschuijringh. Ze verkopen aan de E. heer Ael-
brecht van der Graeff, wonend te Delft, 8 mergen land, gelegen alhier in de
nieuw bedijkte Eendrachtspolder, op de grond van de Hitsert, in de …. (puntjes
in tekst, nummer niet ingevuld) cavel “ende dat met alle appendentie ende
dependentie van dien.” De koper betaalt contant.
w.g. A. Hesselt, A. Coninck, Cornelis Willemsz. Abbenbrouck.
OBL ORA 9 299v

10-11-1654
Arie Ariesz. Landmeter, Cornelis Ariesz. Broeder
10-11-1654 compareert Wouter Thonisz. als man en voogd van Geertgen
Thonisdr. van der Kooij. Hij verkoopt aan Huijbert Thonisz Visser, onsen inwoon
der, 4 mergen 300 roeden land in Zuid-Beijerland, belend ten W. Arijen Arijensz.
Lantmeeter, ten Z. Cornelis Arijensz. Broeder, ten W. de heer Paulij Hallingh, ten
N. de Beijerlantsen Dijck. De koper betaalt een deel contant en de rest met “een
Obligatie onder des coopers hant verleeden.”
w.g. A. Hesselt, A. Coninck, Dirck Willemsz. Visser
ŠOBL ORA 9 312r

14-11-1654
14-11-1654 compareren Dirck Willemsse van der Weijde, als getrout hebbende
Ingentgen Claesdr. wed. van Za: Leendert Maertensse de Recht, dijckgraeff van
Out: Piershill, Jan Cornelisz. Robbe, voochden van de naergelaeten weeskinde
ren van Za: Leendert Maertensz. de Recht, ende vervangende Tonis Pietersse
Prooijen, dijckgraeff, mede voocht. Ze verkopen aan Cornelis Leendertsz. van
der Meer, wonend alhier, 8 mergen 212 roeden land in Groot Zuijt Beijerlant,
opden gront van Borrekeen in de  … (niet ingevuld) cavel, belend ten Z. t’Bor
rekeense Diep, ten W. het land dat gebruikt wordt door Sijmon Arijensse, ten N.
de Nieuw Beijerlantsen Dijck, ten O. Gillis Herweijer. De verkopers zijn betaald
“met dat hij cooper tot sijnen laste genoomen heeft soodanige seven duijsent
car. guldens als de erfgenamen van Za: Willem Jansse van der Graeff daer op
spreeckende hebben.”
w.g. A. Hesselt, A. Coninck, Cornelis Willemsz. Abbenbrouck.
OBL ORA 9 314v

12-12-1654
Neeltgen Jansdr., weduwe van Za: Jacob Herweijer, in sijn leven dijckgraeff van
Nieuw: ende de Zuijt: Beijerlanden, verklaart 12-12-1654 schuldig te zijn aan de
heer Adriaen Besemer, Out: Burgem.r der Stadt Rotterdam, de somme van 2500
car. gld. van 20 st. de gld. i.v.m. een lening. Ze zal het bedrag aflossen over
een jaar na dato “mette intreste van dien jegens den penninck xvi vant hondert
int jaer.” Wanneer ze de rente binnen drie manden na de vervaldag betaalt, kan
ze volstaan met een intrest “jegens den penninck xx.” Onderpand is “seeckere
haer … (niet zichtbaar op film) mergen lants” in groot Zuid-Beijerland, belend ten
N. de Nieuw-Beijerlandse dijk, ten O. de dijk van Zuid-Beijerland, ten Z. de
voorsz. comparante, ten W. de heer van Leeuwen…
w.g. A. Hesselt, Dirck Willemsse Visser, Cornelis Willemsz. Abbenbrouck
OBL ORA 9 322r

18-01-1655
18-1-1655 compareert Dirck Willemsse Visser, onsen mede schepen, als
armmeester van Oud-Beijerland. Hij verkoopt aan Cornelis Gerritsz. een huis en
erf aan de Groot Zuijt: Beijerlantssen dijck ontrent de groote sluijs. De koper
betaalt met een schepenen besegelden schultbrieff.
w.g. And. Hesselt de Dinter, A. Coninck, Cornelis Willemsz. Abbenbrouck.
OBL ORA 10 2v

18-01-1655
Cornelis Gerritsz. verklaart 18-1-1655 schuldig te zijn aan Mattheus Jacobsse
timmerman, wonend te Piershil, als d’actie hebbende van den Armen alhijer, de
somme van 115 car. gld. van 20 st. de gld.i.v.m. de koop van een huis en erf
aan de Groot Zuijt: Beijerlantssen dijck ontrent de groote sluijs. Hij betaalt 50
car. gld. contant en 25 car. gld. per jaar, ingaande 1-5-1655.
w.g. And. Hesselt, A. Coninck, Cornelis Willemsz. Abbenbrouck.
OBL ORA 10 3r

19-01-1655
Arijen Otten Robben, wonend in Zuid-Beijerland, verkoopt 19-1-1655 aan de
heer ende Mr. Andries van der Goes, raedt ende schepen der stadt Delff, een
huis, schuijr, berch ende keet, staende opt landt van den gemelde heere in Zuijt:
Beijerlandt voorsz. De koper heeft betaald.
w.g. A. Hesselt, A. Coninck, Cornelis Willemsz. Abbenbrouck.
ŠOBL ORA 10 5v

13-04-1655
Bastiaen Flooren, wonend alhier in Groot Zuijt: Beijerlandt verklaart 13-4-1655
schuldig te zijn aan Mattheus Jacobsz. van der Deucht de somme van 84 car.
gld. van 20 st. de gld. i.v.m. geleverd timmerhout “tot op bouwinge van seecker
huijs staende op den Groot Zuijt: beijerlantsen Dijck ontrent de Cleijne Sluijs.”
Hij zal het bedrag terugbetalen zodra van der Deucht daarom vraagt, “metten
intreste vandien jegens den penninck xvi” vanaf 1-8-1654.Bartholomeeus
Bercheijck staat borg.
w.g. And Hesselt, A. Coninck, Cornelis Willemsz. Abbenbrouck.
OBL ORA 10 12v

29-04-1655
Jacob Janssen Visser verkoopt 29-4-1655 aan Pieter Arensse van der Schoor
een “huijs, schuijr, berch ende ontrent eene merge lants daer aen”, gelegen
alhier in groot Zuijt: Beijerlt., belend ten Z. en W. de dijk, ten N. de wech en ten
O. Seger Dircxz. Fonckert ende cumsuis. De koper betaalt met een schepenen
besegelden schultbrieff.
w.g. And. Hesselt, Dirck Willemsse Visser, Cornelis Willemsz. Abbenbrouck.
OBL ORA 10 16v

29-04-1655
Pieter Arensz. van der Schoor verklaart 29-4-1655 schuldig te zijn aan Jacob
Janssen Visser de somme van 1500 car. gld. i.v.m. de koop van een huis, etc.
(Zie voor ligging en belendingen: Visser, Jacob Janssen, 29-4-1655) Hij betaalt
500 car. gld. contant en 150 car. gld. per jaar, ingaande 1-5-1655 Bastiaen
Janssen van Driel, wonend in Piershil, staat borg.
w.g. And. Hesselt, Dirck Willemsse Visser, Cornelis Willemsz. Abbenbrouck.
OBL ORA 10 17r

05-08-1655
Pieter Cornelisse Craemer verklaart 5-8-1655 schuldig te zijn aan Cent Cornelis
se vant Dorp, wonend te Claeswael, de somme van 300 car. gld. van 20 st. de
gld. “uit saecke over leverantie van hout ende arbeijts loon, gelevert tot opbou
winge van seecker huijs staende aen den Hitsertsen Dijck bij t’Schoolhijs
aldaer.” Hij betaalt 50 car. gld. per per jaar, ingaande mei 1655.
w.g. And. Hesselt, A. Coninck, Dirck Willemsse Visser
OBL ORA 10 47r

08-09-1655
Huijch Dircxz. t’Greijn, wonend alhier in Groot Zuijt: Beijerlandt, verklaart 8-9-
1655 schuldig te zijn aan de weeskinderen van Za: Arijen Willemsse van Zijll,
geprocreert bij …. (stippen in akte) de somme van 2800 car. gld. van 20 st. de
gld. i.v.m. de koop van 4 mergen land in Groot Zuijt: Beijerlant op de grond van
de Hitsert waer op des coopers huijsinge is staende, belend ten N. Willem
Willemssen van Zijl, ten O. Arent van der Graeff, wonend te Alkmaar, ten Z. de
dijk, ten W. s’heeren wech. (transportakte ontbreekt op film) Hij heeft al 1400
car. gld. contant betaald aan de ooms en de voogden van de weeskinderen. De
rest zal hij 1-5-1656 betalen. Als hij later betaalt is hij een intrest schuldig van
4%.
w.g. And. Hesselt, Jan Wagemakers, Aert van der Geer
OBL ORA 10 51v

20-09-1655
ŠBastiaen Arijensse Nooteboom verklaart 20-9-1655 schuldig te zijn aan Mat
theus Jacobsz. van de Deucht, timmerman te Piershil, de somme van 200 car.
gld. van 20 st. de gld. “spruijtende ter saecke over leverantie ende materiaelen
van hout, spijckers ende arbeijts loon als anders, bij de voorsz. van der Deucht
tot opbouwinge van een nieuw huijsken aen hem comparant gelevert.” Hij
betaalt jaarlijks, vanaf 1-5-1656, 40 gld, plus een intrest “jegens den penn. xvi”.
Onderpand zijn het voorsz. huijs en erf, gelegen aan de Groot Zuijt: Beijerlantsen
Dijck bij de Groote Sluijs.
w.g. And. Hesselt, Jan Wagemakers, Aert van der Geer
OBL ORA 10 52r

19-10-1655
Crijn Jacobsse Gouweriaen verkoopt 19-10-1655 aan Pleun Heijndericxz. een
huijsken en erve aan de Groot Zuijt: Beijerlt. Dijck, “ontrent de wooninge van
Za: Meeus Bastiaensse Gouwerman. De koper betaalt de koopsom van 140 car.
gld. contant.
w.g. And. Hesselt, Arijen Sidervelt, Jan Wagemaker
OBL ORA 10 59r

10-11-1655
Bastiaen Joosten Maet verkoopt 10-11-1655 aan Maerten Doenen een huis en erf
aan de Groot Zuijt: Beijerlantsen Dijck, bij de Cleijne Sluijs, belend ten O. Jan
Smith, ten W. Pieter Picklap. De koper betaalt de koopsom van 310 car. gld.
contant.
w.g. And. Hesselt, Jan Wagemaker, Aert van der Geer
OBL ORA 10 60r

14-11-1655
Jan Janssen van der Linde verkoopt 14-11-1655 aan Matthijs Heijndricz. van
Ceulen de helft van een huis en erf, staande alhier aan het zuideinde van de
Zuid-Beijerlandse dijk, “wesende het suijlijckste deel, comende tot den brantge
vel, welcke brantgevel gemeen met t’Noorder helft sall werden gebruijckt.” De
koper betaalt met een schepenen besegelden schultbrieff.
w.g. And. Hesselt, Jan Wagemakers, Aert van der Geer.
OBL ORA 10 61v

13-11-1655
Jan Janssen van der Linde verkoopt 13-11-1655 aan Jan Jacobsz. t’Noorder
helft van een huis en erf gelegen onder Oud-Beijerland aan de Zuijtsijde. De
koper betaalt met een schepenen besegelden schultbrieff.
w.g. And. Hesselt, Jan Wagemakers, Aert van der Geer.
OBL ORA 10 62v

20-04-1656
20-4-1656 compareren de wed. en de voogden van de weeskinderen van Za.
Gijsbrecht Gouweman. Ze verkopen aan Aris Iemanssen een huis, schuur, berch
en erve aan aan de Zuid-Beijerlandse dijk “ontrent gescheijt van Cromstrijen.” De
koper betaalt met een schepenen besegelden schultbrieff ten behoeve van de
weduwe van Za: Reijer van der Burch.
w.g. And. Hesselt, Dirck Visser, Aert van der Geer.
OBL ORA 10 77v

20-04-1656
Aris Iemansse verklaart 20-4-1656 schuldig te zijn aan de wed. van Za: Reijer
van der Burch de somme van 700 car. gld. van 20 sts. t’ stuck i.v.m. de koop
Švan een huis, schuur, berch en erve aan aan de Zuid-Beijerlandse dijk “ontrent
gescheijt van Cromstrijen.”  Hij betaalt … (niet ingevuld) gulden contant en 150
gld. per jaar, ingaande 1-8-1656. In marge: Aris Iemansse vertoont 20-7-1658
bewijs van betaling. Schuld geroyeerd.
w.g. And. Hesselt, Dirck Visser, Aert van der Geer.
OBL ORA 10 78r

24-05-1656
Neeltgen Jansdr., wed. van wijlen den dijckgraeff Jacob Herweijer Za: verklaart
24-5-1656 schuldig te zijn aan Jacomijntgen van Vliet, wed. wijlen Arent van
der Graeff, wonend te Rotterdam, de somme van 3300 car. gld. van 20 sts. t’
stuck “spruijtende uitsaecke over de cassatie ende te nijet doeninge van twee
obligatien die sij tot laste van de comparante spreeckende hadde ende haer
gecasseert over gelevert.” Ze zal het bedrag terugbetalen over een jaar na dato
“metten intreste van dien jegens den penninck xvi.” Als ze de rente binnen drie
maanden na de vervaldag betaalt, kan hij volstaan met een intrest van 5%.
Onderpand zijn 8 mergen land in Groot Zuid-Beijerland, “opten gront van
Borrekeen”, belend ten N. de comparante, ten O. de Zuid-Beijerlandse dijk, ten
Z. de comparante, ten W. de heer van Leeuwen.
w.g. And. Hesselt, Jan Wagemaker, Aert van der Geer.
OBL ORA 10 97r

31-05-1656
Neeltgen Jansdr., wed. van den dijckgraeff Jacob Herweijer Za: verklaart 31-5-
1656 schuldig te zijn aan Govert Braets en Maeijcken Braets, wed. wijlen Jan
Abramsse Palm, wonend te Dordrecht de somme van 3320 car. gld. van 20 sts.
t’ stuck, “spruijtende ter saecke over de cassatie ende te nijet doeninge van
twee obligatien die sijluijden tot laste van de comparante spreeckende hadde
ende haer gecasseert overgelevert.” Ze zal het bedrag terugbetalen over een jaar
na dato, met een intrest van 5%. Onderpand zijn vier mergen land in Zuid-
Beijerland in het volgerland, belend ten O. d’heer van der Nisse, ten N. de
volgerlandse were, ten W. de erfgenamen van de heer Snouck, ten Z. de dijk.
w.g. And. Hesselt, Aert van der Geer, Arijen Sidervelt.
OBL ORA 10 103v

02-06-1656
Neeltgen Jansdr. wed. van wijlen den dijckgraeff Jan Herweijer, wonend in
Nieuw-Beijerland, verklaart 2-6-1656 schuldig te zijn aan Jacob van Bijemont,
secretaris alhier, de somme van 800 car. gld. van 20 sts. t’ stuck, “spruijtende
ter seacke over de cassatie ende te nijet doeninge van sseckere obligatie die hij
tot laste van de comparante spreeckende hadde ende haer gecasseert overgele
vert.” Ze zal het bedrag terugbetalen over een jaar na dato, met een intrest van
6%. Onderpand is een stuk land van 22 mergen groot Zuijt Beijerlandt op de
grond van de Borrekeene en de Hitsert, belend ten O. de Zuid-Beijerlandse dijk,
ten Z. …. (stippen in origineel) ten W. de heer van Leeuwen, ten N. de Nieuw-
Beijerlandse dijk. Ook onderpand circa 4 mergen land in Zuid Beijerland in de 5e
en 6e cavel aldaar, in het volgerland, belend ten O. de heer van der Nisse, ten
Z. de Zuid-Beijerlandse dijk, ten W. de erfgenamen van de heer Snouck, ten N.
de weg. “Item de vruchten opde voorsz. landen staende.”
w.g. And. Hesselt, Dirck Visser, Arijen Sidervelt.
OBL ORA 10 105r

02-06-1656
Neeltgen Jansdr. wed. van wijlen den dijckgraeff Jan Herweijer, wonend in
Nieuw-Beijerland, verklaart 2-6-1656 schuldig te zijn aan de kinderen van
ŠAdriaen de Vlieger de somme van 400 car. gld. van 20 sts. t’ stuck “spruijtende
ter seacke over de cassatie ende te nijet doeninge van sseckere obligatie die hij
tot laste van de comparante spreeckende hadde ende haer gecasseert overgele
vert.” Ze zal het bedrag aflossen over een jaar na dato, “mette intreste van dien
jegens den penninck xvi vant hondert int jaer.” Onderpand is een stuk land van
22 mergen groot Zuijt Beijerlandt op de grond van de Borrekeen en de Hitsert,
belend ten O. de Zuid-Beijerlandse dijk, ten Z. …. (stippen in origineel) ten W. de
heer van Leeuwen, ten N. de Nieuw-Beijerlandse dijk.
Ook onderpand circa 4 mergen land in Zuid Beijerland in de 5e en 6e cavel
aldaar, in het volgerland, belend ten O. de heer van der Nisse, ten Z. de Zuid-
Beijerlandse dijk, ten W. de erfgenamen van de heer Snouck, ten N. de weg.
“mitsgaeders t’coorn op de voorsz. landen staende.
w.g. And. Hesselt, Dirck Visser, Arijen Sidervelt.
OBL ORA 10 106r

02-06-1656
Neeltgen Jansdr. wed. van wijlen den dijckgraeff Jan Herweijer, wonend in
Nieuw-Beijerland, verklaart 2-6-1656 schuldig te zijn aan Pieter Leendertsse van
der Waell de somme van 7700 car. gld. van 20 sts. t’ stuck “spruijtende ter
seacke over de cassatie ende te nijet doeninge van sseckere obligatie die hij tot
laste van de comparante spreeckende hadde ende haer gecasseert overgele
vert.” Ze zal het bedrag terugbetalen over een jaar na dato met een intrest van
5%. Onderpand is een stuk land van 22 mergen, gelegen alhier in Groot Zuid-
Beijerland op de grond van Borrekeen en de Hitsert.
w.g. And. Hesselt, Dirck Visser, Arijen Sidervelt.
OBL ORA 10 107r

02-06-1656
Neeltgen Jansdr. wed. van wijlen den dijckgraeff Jan Herweijer, wonend in
Nieuw-Beijerland, verklaart 2-6-1656 schuldig te zijn aan de twee weeskinderen
van Lideweij van der Graeff, geprocreert bij Corn. van Deuverden van Voird, de
somme van 2500 car. gld. van 20 sts. t’ stuck, “spruijtende ter saecke over de
cassatie ende te nijet doeninge van twee obligatien t’hare comparante laste,
ende voorts geleende ende aengetelde penningen.” Ze het bedrag aflossen over
een jaar na dato, met een intrest van 5%. Onderpand is een stuk land van 22
mergen groot Zuijt Beijerlandt op de grond van de Borrekeen en de Hitsert,
belend ten O. de Zuid-Beijerlandse dijk, ten Z. …. (stippen in origineel) ten W. de
heer van Leeuwen, ten N. de Nieuw-Beijerlandse dijk.
Ook onderpand circa 4 mergen land in Zuid Beijerland in de 5e en 6e cavel
aldaar, in het volgerland, belend ten O. de heer van der Nisse, ten Z. de Zuid-
Beijerlandse dijk, ten W. de erfgenamen van de heer Snouck, ten N. de weg.
“mitsgaeders de vruchten daer op staende.” In marge: schuld geroyeerd 30-3-
1672.
w.g. And. Hesselt, Dirck Visser, Arijen Sidervelt.
OBL ORA 10 108r

11-06-1656
Jan Jansse van de Linde verklaart 11-6-1656 schuldig te zijn aan Willem
Willemse van Hasselt de somme van 100 car. gld. van 20 sts. t’ stuck, “spruij-
tende uitsaecke van geleverde laeckenen ende andere winckell waren.” Hij zal
het bedrag terugbetalen over een jaar na dato “mette intreste van dien jegenss
den penninck xvi vant hondert int jaer.” Onderpand zijn zijn huijsken en erve aan
de Groot Zuijt Beijerlantsen Dijck, ontrent de cleijne Sluijs.
w.g. And. Hesselt, Aert van der Geer. Tevens aanwezig Dirck Willemsse Visser.
OBL ORA 10 110r
Š
15-06-1655
15-6-1655 compareren “den E: Jacob Blau, als procuratie hebbende vanden E.
heere Dr. Joan Blau, regerende Schepen ende Raedt der Stadt Amssteldam  als
man ende voocht van Joffrou Geertruijt Pieters vander Meulen, Heijndrick
Jacobsse vander Giesen mitsgaders Sr. Pieter de Laresse ende Rochus van
Wesel, voor haer selven ende als procuratie hebbende van Sr. Johannis Bercke
ijck, Coopman, als getrout hebbende Cornelia vander Giesen mitsgaders van
Anthonis de Vries soone van Sijmon de Vries die ten echte gehadt heeft Maria
vander Gijsen Za: vervangende en haer sterck maeckende voor Anthonij van der
Giesen ende Elisabeth van der Giesen, wed. wijlen Pieter Otten Robbe Za: ende
Adriaen ende Leendert vander Houck voor haer selven ende als last ende
procuratie hebbende van Heijnderick ende van Gijsbert vander Houck mitsgaders
vanden voorsz. Heijndrick vander Houck als voocht vande weeskinderen van
Maria van der Houck bij haer verweckt aen Zeger Dircxz. Fonckert ende mede
voocht vant weeskint van Jacob vander Houck bij hem verweckt aen Berber
Otten Robben ende vervangende Adriaen Otten Robben, mede voocht van
t’weeskint van Jacob vander Houck van s’moeders sijde als haer vooren
sterckmaeckende ende van Cornelia van der Houck, wed.: wijlen Dirck Arijensse
Luchtenburch, in sijn leven Schout van Mijnsheerenlant van Moerkercken, in
desen geassisteert met Heijndrick van der Houck, haren  Broeder ende gecooren
voocht, alle kinderen ende kintskinderen van Bastiaen Oolen vander Houck ende
Cunira Heijndricx vander Giesen, ende uitten hooffde vande voorn. Cunira
Heijndricxdr. mede erffgenamen van Za: Seger Jacobsse Cranendonck, in sijn
leven Dijckgraeff vant Westmaesse Nieuwe Landt, Nieuw ende Cleijn Cromstrij
en, mitsgaders van Cromstrijen met Beijerlant bedijckt. Broeder vanden halve
bedde vande voorsz. hare moeder Cunira Heijndricxdr., mitsgaders van Dirck
Arens Meeldijck, soo voor hem selven als in desen vervangende Sijmon Thonisz.
van der Kooij, t’saemen executeurs vanden Testamente van Za: Dirck Arijensse
Luchtenburch voornt. voor soo veel de Erfgenaemen inde voorsz. Erffenisse
vervallen sijn.” Jacob Blau verkoopt aan Joffrou Maria Adriaens Hoogendijck,
huijsvrouwe van Johan van der Graeff, “daer te vooren wed: van voorn. Zeger
Jacobs. Craenendonck” 1 mergen 21 roeden, 3 voeten land en Adriaen en
Leendert van der Houck verkopen haar 496 roeden, 11 voeten land, alles
gelegen in de Oostersse helft van de 11e cavel in de polder Eendracht op de
grond van de Hitsert, gemeen met de voorsz. Maria Hoogendijck”mette gevol
gen ende aencleven van dien als Gorssen, Dijckettingen, Vischerijen, vogelrije
mette verder appenditie ende dependentie de gemeene ingelanden vanden
Hitsert ende Eendrachtspolder haer recht van aenwas behouden hebbende
competeren.” De koopster heeft betaald.
w.g. And. Hesselt, A. Coninck, Cornelis Wilemsz. Abbenbrouck.
OBL ORA 10 ca 36r

15-06-1655
15-6-1655 compareren Jacob Blau, met procuratie van Joan Blau als man en
voogd van Geertruijt Pieters van der Meulen, Heijndrick Jacobsse van der
Giessen mitsgaders Pieter de Laresse en Rochus van Wesel, zowel voor zichzelf
als met procuratie van Johannis Berckeijck, coopman, getrouwd met Cornelia
van der Giessen en van Anthonis de Vries, zoon van Sijmon de Vries, die
getrouwd was met Maria van der Giessen Za:, en tevens voor Anthonij en
Elisabeth van der Giessen, wed. van Pieter Otten Robbe, en Adriaan en Leendert
van der Houck, voor zichzelf en met procuratie van Heijnderick en Gijsbert van
der Houck en van de voorn. Heijndrick van der Houck als voogd van de
weeskinderen van Maria van der Houck en Zeger Dircxz. Fonckert en tevens
voogd van het weeskind van Jacob van der Houck en en Berber Otten Robbe,
Šen tevens voor Adriaen Otten Robben, medevoogd van het weeskind van Jacob
van der Houck van moederszijde en van Cornelia van der Houck, wed. van Dirck
Arijensse Luchtenburch, schout van Mijnsherenlant, die wordt bijgestaan door
Heijndrick van der Houck, haar broeder en gecoren voocht, allen kinderen en
kleinkinderen van Bastiaen Oolen van der Houck en Cunira Heijndricx van der
Giesen en via Cunira mede erfgenamen van Seger Jacobsse Cranendonck,
halfbroer van Cunira, en van Dirck Arens Meeldijk, voor hemzelf en voor Sijmon
Thonis van der Kooij, samen executeurs van het testamentvan Dirck Arijensse
Luchtenburch. (Zie voor letterlijke weergave van bovenstaande: Blau, Jacob, 15-
6-1666) Jacob Blau verkoopt Maria Adriaens Hoogendijk, huisvrouw van Johan
van der Graeff en wed. van Zeger Jacobs Cranendonck, 1 mergen, 21 roeden, 3
voeten land in de O. helft van de 11 cavel in de polder Eendracht op de grond
van de Hitsert. Adriaen en Leendert van der Houck verkopen haar 496 roeden,
11 voeten op dezelfde locatie. (zie ook Blau, Jacob, 15-6-1666) De koopster
heeft betaald.
w.g. And. Hesselt, A. Coninck, Cornelis Wilemsz. Abbenbrouck.

25-06-1656
Berber Cornelis, wed. van Mels Pietersse verkoopt 25-6-1656 aan Pieter
Janssen Geus een huis en erf in Zuijt Beijerlandt op t’lant toebehoorende den
armen van Nieuw Beijerlt. De koper betaalt met een schepenen besegelden
schultbrieff.
w.g. And. Hesselt, Dirck Visser, Jan Wagemakers
OBL ORA 10 111r

25-06-1656
Pieter Janssen Visser Geus verklaart 25-6-1656 schuldig te zijn aan Berber
Cornelis, wed. van Za: Mels Pietersse de somme van 1100 car. gld. van 20 sts.
t’ stucki.v.m. de koop van een huis en erf in Zuijt Beijerlandt op t’lant toebe
hoorende den armen van Nieuw Beijerlt. “ende de resteerende somme van
negen hondert car: guldens over coop van koeijen, paerden, ende alderhande
bouwgereetschap mitsgaders coorn te velde.” Van het bedrag van 1100 gld.
betaalt hij 600 gld. contant en 100 gulden per jaar, ingaande 1-5-1657.
w.g. And. Hesselt, Dirck Visser, Jan Wagemakers.
OBL ORA 10 111v

29-06-1656
Jacob van Bijemont, secretaris alhier, verkoopt 29-6-1656 als curateur van de
boedel van Za. Arijen Gerritsz. Kooijer aan Menno Arijensse Soon een huijsken
en erve aan de Groot Zuijt Beijerlantsen Dijck, bij de cleijne Sluijs. De koper
betaalt met een schepenen besegelden schultbrieff.
w.g. And. Hesselt, Dirck Visser, Jan Wagemakers
OBL ORA 10 112v

29-06-1656
Menno Arijensse verklaart 29-6-1656 schuldig te zijn aan Jacob van Bijemont,
secretaris, in qualite als curateur over den boedel van Za: Arijen Gerritsse
Cooijer de somme van 200 car. gld. van 20 sts. t’ stuck i.v.m. de koop van een
huijsken en erve aan de Groot Zuijt Beijerlantsen Dijck, bij de cleijne Sluijs.
“Beloovende hij comparant voor de voorsz. somme van twee hondert car.
guldens het kindt genaempt Maerten Arijensse te houden ende onderhouden in
eeten, drincken, cleeden, reeden, sieck ende gesont, ende dat den tijt van vier
jaren, te reeckenen tegens vijftich guls. t’siaers, welcke jaren innegegaen sijn
den 1e januarij anno 1655, ende ingevallen het voorsz. kint binnen den voorsz.
tijt soude moogen comen te overlijden, sall de resterende penningen moeten
Šbetaelen met dertich gulden t’siaers.” Cornelis Pietersse Danserswech, Heijn
drick Gerritsse, wonend in de Polder en Cornelis Gerritsz. staan borg.
w.g. And. Hesselt, Dirck Visser, Jan Wagemakers.
OBL ORA 10 113r

18-07-1656
Bastiaen Maertensse de Recht, dijckgraeff van Out Piershill, verklaart 18-7-1656
schuldig te zijn aan de twee weeskinderen van Za. Lideweij Cornelis van der
Graeff, geprocreert bij Sr. Cornelis van Duverden van Voird, de somme van
2800 car. gld. van 20 sts. t’ stuck “spruijtende over t’dooden, casseren ende
rooijeeren van twee obligatien welcke hem comparant op huijden gecasseert
ende gerooijeert sijn overgelevert.” Hij zal het bedrag terugbetalen over een jaar
na dato met een intrest van 5 %.  Onderpand zijn 4 mergen 566 roeden land in
Groot Zuijt Beijerlant aan de oostzijde van de 7e cavell Zuijder Gorssen.  In
marge: Aert Aertsz. Saaijer (Snaijer?) vertoont bewijs van betaling, getekend
door door Jan van der Graeff als administrerend voogd van de weeskinderen.
Schuld geroyeerd 1659.
w.g. And. Hesselt, Arijen Sidervelt, Aert van der Geer.
OBL ORA 10 116r

01-10-1656
Cornelis Thijsse, wonend in de Hitsert, verklaart 1-10-1656 schuldig te zijn aan
Samuel de Back, brouwer in het Wapen van Zeelant te Rotterdam, de somme
van 1100 car. gld. van 20 sts. t’ stuck “spuijtende uit saecke van geleverde
bieren ende opten xiii Augustus metten anderen aff gereeckent.” Hij zal het
bedrag, met een intrest van 5%, terugbetalen met minstens 100 gld. per jaar,
steeds verhoogd met verschuldigde rente. Eerste betaling 8-8-1657. Onderpand
zijn zijn huis en erf aan de Groot Zuijt Beijerlantsen Dijck, belend ten O.  Jan
Pieterssen en ten W. het Schoolhuis.
w.g. And. Hesselt, Cornelis van Duverden van Voird, Aert van der Geer
In marge: Adriaen Sijdervelt, “als last hebbend van houster deses” verklaart 19-
??-1679 dat de schuld is voldaan.
OBL ORA 10 118v

09-10-1656
Sr. Adriaen van Rooijen, dijckgraeff van de Zuijt Beijerlanden, verkoopt 9-10-
1656 aan de heer Aelbrecht van der Graeff “een derde in een achte ende
twintichste paert in de jegenwoordige Gorssen, slicken ende blicken van Zuijt
Beijerlandt, Borrekeen ende Hitsert, genaempt van outs den ommeloop van
Puttermoer, Jacht ende Trooijvelt, met alle sijn gevolgen, appendentien ende
dependentien van dien, soo van Dijckettingen, visserijen ende wat het selve
souden moogen sijn, nijets uitgesondert, ende soo het bijde eerste coopers van
Graeff Carell van Egmont is gecocht en bij sijn comparants Za: vader is beseten
ende bij hem comparant geerft.” De koper heeft betaald. In marge: “Is geen 40
penninck van betaelt als sijnde vrij.”
w.g. And. Hesselt, Aert van der Geer, Arijen Sidervelt.
OBL ORA 10 119v

21-10-1656
Heijndrick Janssen Croonenburch, wonend in de Hitsert, verklaart 21-10-1656
schuldig te zijn aan Tonis Janssen Roos de somme van 450 car. gld. van 20 sts.
t’ stuck,  “als reste van meerder somme” i.v.m. de koop van een “Cromsteven
schuijt met sijn toebehooren soo van seijlaijgen als anders.” A.s. kerstmis 1656
betaalt hij 100 gld, en vervolgens elke Beijerlantse jaermarckt, vanaf de jaar
markt van 1657, 100 car. gld. Onderpand zijn de cromsteven schuijt en zijn huis
Šen erf aan de Zuijt Beijerlantse Dijck, ontrent Pieter Leendertsz. van der Waell.
w.g. And. Hesselt, C. Duverden van Voird, Aert van der Geer.
OBL ORA 10 120v

26-11-1656
Jan Pietersse Baers, wonend alhier in Groot Zuijt Beijerlandt, verkoopt 26-11-
1656 aan Gerrit Huijgen Cooij een huijsken ende erve aan de Zuid-Beijerlandse
dijk, ontrent de cleijne sluijs. De koper betaalt met een schepenen besegelden
schultbrieff.
w.g. And. Hesselt, C. Duverden van Voord, Aert van der Geer
OBL ORA 10 126r

27-11-1656
Gerrit Huijgen Cooij verklaart 26-11-1656 schuldig te zijn aan Jan Pietersse
Baers de somme van 100 car. gld. i.v.m. de koop van een huijsken ende erve
aan de Zuid-Beijerlandse dijk, ontrent de cleijne sluijs. Hij zal het bedrag aflossen
met 25 car. gld. per jaar, ingaande Beijerlantse Jaermarckt 1657.
w.g. And. Hesselt, C. Duverden van Voord, Aert van der Geer
OBL ORA 10 127r

08-04-1657
Jochem Klaesz. Visser, wonend alhier, verkoopt 8-4-1657 aan Jacob Jaspersse
een huijsken ende erve, aan de Hitsertsen Dijck ontrent de huijsinge van Pieter
Arensse van der Schoor. De koper betaalt de koopsom van 200 car. gld.
contant.
w.g. And. Hesselt, Arijen Sidervelt, Aert van der Geer.
OBL ORA 10 138r

10-04-1657
Sr. Johan Liefftinck, apothecaris tot Delff, verkoopt 10-4-1657 aan “den Ed:
Heere Mr. Dirck van Leeuwen, geseijt Leijden,” ca 4 mergen land in Groot Zuijt
Beijerlandt in de 3e cavel, op de grond van de Zuijdergorssen. De koper heeft
contant betaald.
w.g. And. Hesselt, Arijen Sidervelt, Aert van der Geer
OBL ORA 10 139r

11-05-1657
Pieter Pietersz. Stocker verkoopt 11-5-1657 aan Willem Arijensz. Koeijman een
huis aan de dijk van Groot Zuijt Beijerlant, “ontrent de Redoute.” De koper heeft
betaald “mits dat hij tot sijnen lasten genomen heeft aende kinderen van Dirck
Thonisz. Za: te betaelen de somme van hondert vijftich guls. die zij opt voorsz.
huijs spreeckende hebben.”
w.g. And. Hesselt, Aert Verstolck, Aert van der Geer
OBL ORA 10 155r

23-06-1657
Dirck Flooren van der Weijde verkoopt 23-6-1657 aan Bartholomeeus Bercheijck
360 roeden land, gelegen alhier in Zuijt Beijerlant, belend ten N. den Out
Beijerlantsen Dijck, ten O. Pieterken Jans, ten Z. den Zuijt Beijerlantsen Dijck,
ten W. d’heer van Stoutenburch. De koper betaalt de koopsom contant.
w.g. And. Hesselt, Arijen Sidervelt, Aert van der Geer
OBL ORA 10 164v

25-06-1657
25-6-1657 compareren “voor d’een helft” Dirck Arijensz. Meeldijck en Sijmon
ŠThonisz. van de Kooij, excecuteurs van het testament van Za: Dirck Arijensz.
Luchtenburch, in sijn leven Schout van Moerkercken,” en “voor d’ander helft”
Leendert van der Houck en dominee Daniel Rolandis, predicant alhijer, voor
zichzelf en als voogden van de minderjarige kinderen van Maritgen Bastiaensdr.
van der Houck, geprocreert bij Seger Dircxz. Fonckert, en van het weeskind van
Jacob van der Houck, gezamenlijk erfgenamen van Cornelia van der Houck,
laatst huisvrouw van dominee Daniel Rolandis. Ze verkopen “in de voorsz.
qualite” aan vrouwe Cornelia Berckhout, weduwe van Maerten Tromp, ridder en
admirael van Hollant ende Westvrieslant, 4 mergen 2761/2 roeden land in Groot
Zuijt Beijerlant op de grond van de Hitsaert, belend ten O. de koopster, ten Z. de
wech, ten W. de heer van Baerlant, ten N. de kreek. De koopster heeft contant
betaald. Slot ontbreekt doordat folio 166v en 167 r niet zijn gefilmd.
Aanwezig waren: Andries Hesselt de Dinter, Adriaen Zijdervelt, Cornelis van
Duverden van Voord
OBL ORA 10 165v

12-07-1657
12-7-1657. Jan Pietersz. Wagemaker is curateur van de boedel van Neeltgen
Willemsdr., wed. van Lodewijck Pleunen van Driel. Hij heeft openbaar verkocht
aan Arijen Leendertsz. van der Meer 3 mergen, 400 roeden land in de 14e cavel
in Groot Zuijt Beijerlant op den gront van de Hitsert, belend ten O. en Z. Cornelis
Jacobsz. van der Wael, ten W. Zegert Dircxz. Fonckert, ten N. de gemeenelants
wech, voor 700 gld. de mergen. Voorwaarde is dat het land wordt geleverd
“met willich decreet van den Gerechte alhijer.” Dus worden schuldeisers
opgeroepen zich te melden. Niemand verschijnt. Het gerecht bekrachtigt de
verkoop. De rechten van niet verschenen schuldeisers worden vervallen ver
klaard.
w.g. J. van Bijemont.
OBL ORA 10 178v

31-07-1657
31-7-1657. Pieter Leendertsz. van der Wael, door den Hove van Hollant
aangesteld als curateur van de boedel en de goederen van Neeltgen Jansdr.,
wed. van wijlen de dijkgraaf Jacob Herweijer, verkocht als zodanig 18, 25 en 4
november 1656 ca 26 mergen eeuwig tiendvrij teellant, waarvan 22 mergen in
Groot Zuijt Beijerlant, en 4 mergen 70 roeden in Zuijt Beijerlant. Francois van
Bleijswijck kocht van bovengenoemde 22 mergen ca 18 mergen en Jacob van
Beveren, heer van Swijndrecht ca 4 mergen over de kreecke. De 22 mergen
liggen in de 7e cavel van de Zuijder Gorssen en Borrekeen, belend ten N. de
Nieuw Beijerlantsen Dijck, ten Z. Bastiaen Mertensz. de Recht, de wed. van Jan
van der Nieuwburch en de Kreecke, ten W. Mr. Dirck van Leeuwen, geseijt
Leijden. (ten O. niet genoemd.) Govert en Maijcken Braets uit Dordrecht kochten
de 4 mergen 70 roeden “wesende de vijfde en seste cavel volgerlant”, belend
ten N. de volgerlantsewech, ten Z. de Zuijt Beijerlantsen Dijck. Van der Wael
had zich verplicht het land te leveren bij willich decreet van den Hove van
Hollant.  Dus werden schuldeisers opgeroepen zich te melden. Abraham van
Hoochbruch meldde zich als procureur “van sijne meesters”. Hij gat akkoord met
de verkoop “behoudens hem sijn recht van preferentie opde penningen van de
voorsz. vercochte landen te procederen.” Het hof gaat akkoord, verklaart dat de
rechten van niet verschenen schuldeisers zijn vervallen en en bekrachtigt de ver-
koop. Leden van het hof: Johan Dedel, president, Hugo Block, Diedrick Sicxtij,
Albert Nierop, Adriaen Pauw, heer van Bennebrouck, Willem Goes, Pieter
Ockersz. en Adriaen van Aelmonde. w.g. Andr. Pots.
OBL ORA 10 180v

Š02-04-1658
2-4-1658 compareert Sr. Johan van Ophoven, wonend te Delff, als getrout
hebbende Juffr. Maria van der Mast, dochter van Catalina Arents van der
Graeff, die dochter was van Za: d’heer Arent van der Graeff, in sijn leven
Burgemr. der Stadt Delff ende hooge heemraet van Delfflandt. Hij verkoopt aan
de heer Bartholmeeus van der Mast, raedt der stadt Delff, sijn swager, de helft
van een “wooninge, groot xxvi mergen iiic.Lxxxi roeden lants”, tegenwoordig in
gebruik bij Sijmon Arijensz. int Veldt. en de helft van de achterste santplaet,
groot 8 mergen, 430 roeden, in gebruik bij Pieter Leendertsz. van der Wael,
beiden gelegen in de Hitsert, of Groot Zuijt Beijerlandt. De koper heeft betaald.
w.g. And. Hesselt, Cornelis Willemsz. Abbenbrouck, Arijen Sidervelt.
OBL ORA 10 188v

14-04-1658
Zijtgen Pietersdr., wed. van Willem Jansz. Beijerlander verkoopt 14-4-1658 aan
Arijen Arentsz. Roos en “huijsken” aan de Zuijt Beijerlantsen Dijck aen den
binnen berm. De koper betaalt met een schepenen schultbrieff.
w.g. And. Hesselt, Cornelis Willemsz. Abbenbrouck, Arijen Sidervelt.
OBL ORA 10 192v

14-04-1658
Arijen Arentsz. Roos verklaart 14-4-1658 schuldig te zijn aan Zijtgen Pietersdr.,
wed. van Willem Jansz. Beijerlander, de somme van 70 car. guls van 20
stuijvers den gulde i.v.m. de koop van een “huijsken” aan de Zuijt Beijerlantsen
Dijck aen den binnen berm. Hij betaalt 25 gld. contant en 15 gld. per jaar.
w.g. And. Hesselt, Cornelis Willemsz. Abbenbrouck, Arijen Sidervelt.
OBL ORA 10 193r

07-05-1658
Cornelis Arijensz. Meeldijck, alias Luchtenburg, verkoopt 7-5-1658 aan de heer
Arent van der Graeff, schepen der stadt Alckmaer en rentm.r van de heren
Staten van Hollandt ende Westvrieslandt, Vroon en Zijpelanden benoorden
Alckmaer, een “bouwhuijs, keeten ende gevolge vandien” in de Hitsert, in het
westen van cavel no 2, “bij Cornelis Jansz. van Esch inden jare xvic ses ende
dertich getimmert op een gedeelte vande landen den voorn. heere cooper alsnu
toecomende uitten hooffde van Za: de heer Arent van der Graeff, gewesen
burgem.r der stadt Delff ende hooge heemraet van Delfflant, sijne groot vader.”
De koper heeft betaald.
w.g. And. Hesselt, Jan Pietersz. Wagemaker, Arijen Sidervelt.
OBL ORA 10 195v

02-07-1658
2-7-1658 compareren Dirck Arijensz. Meeldijck en Sijmon Thonisz. van der Koij
“als executeurs van den testamente van Za: Dirck Arijensz. Luchtenburch, in sijn
leven schout van Moerkercken, voor d’een helft, en Heijndrick, Adriaen ende
Leendert van der Houck, voor haer selven mitgaders als oomen ende voochden
van de naergelaten weeskinderen van Jacob van der Houck en van Maritgen
Bastiaensdr. van der Houck, geprocreert bij Zeger Dircxz. Fonckert, mitgs. Dom.
Daniel Rolandi, als getrout gehad hebbende Cornelia van der Houck, te voorens
wed. van den voorn. Dirck Arijensz. Luchtenburch, te saemen erfgen. van de
voorn. Cornelia van der Houck voor d’andere helft.” Ze verkopen aan Zijken
Leenderts van der Wael, weduwe laetst van Ghijsbert van der Houck, 2 mergen
423,5 roeden land in Zuid-Beijerland, “gemeen met de voorn. coopster met
gelijcke parthije”, belend ten O. Sijmon de Vries, ten Z. de wech, ten W. Mr.
Dirck Berck, ten N. de kinderen en erfgenamen van Jon.r Jacob Bruxcaes. De
Škoopster heeft contant betaald.
w.g. And. Hesselt, Cornelis Willemsz. Abbenbrouck, Arijen Sidervelt.
OBL ORA 10 201v

24-07-1658
Gillis Gillisz. Herweijer, wonend in Nieuw-Beijerland, verklaart 24-7-1658
schuldig te zijn aan Pieter Leendertsz. van der Wael, als getrout hebbende de
weduwe van Evert Herweijer Za:, de somme van 3273 car. guldens van xx
stuijvers den gulden i.v.m. een lening. Hij zal het bedrag aflossen over een jaar
na dato, met een intrest van 5 % per jaar.Onderpand zijn 8 mergen 300 roeden
land in Groot Zuijt Beijerlant op de grond van de Borrekeen “mette vruchten
t’allen tijden daer op staende”, belend ten O. de heer Adriaen Snouck, ten W.
Cornelis Willemsz. Hoogerwerff, Z. de Borrekeen, ten N. de Nieuw-Beijerlandse
dijk. Indien hij jaarlijks de rente niet binnen twee maanden na de vervaldag
betaalt, zal Pieter Leendertsz. land en vruchten mogen “executeren”. En daar de
weeskinderen van de voorn. Gillis Herweijer, geprocreert bij Hasgen Sijmons,
zijn overleden huijsvrouwe, “op de voorsz. landen hebben legael Ipoteecq
wegens  den testamente van haer za: moeder”, compareerde tevens Zeger
Dircxz. Fonkert, oom en voogd van de weeskinderen, die, evenals Gillis Herweij
er als voogd van zijn kinderen, verklaarde het land namens de weeskinderen van
de “ipoteecq te ontslaen”, onder voorwaarde echter dat de weeskinderen voor
een bedrag van 1400 car. gld. voorrang hebben op Pieter Leendertsz. van der
Wael. In marge: Gillis Herweijer den ouden toont bewijs van betaling, schuld
geroyeerd 10-3-1666.
w.g. And. Hesselt de Dinter, Dirck Visser, Jan Tonisse Ipelaer.
OBL ORA 10 209r

03-09-1658
Meeus Cleijsz., wonend aan de Hitsaertsen dijck, verklaart 3-9-1658 schuldig te
zijn aan Pieter Laurensse houtcooper, wonend onder Wateringe, de somme van
660 car. guldens van xx stuijvers den gulden i.v.m. “leverantie van hout als
andere materiaelen, gelevert tot opbouwinge van zijn comparants huijs, staende
aende voorsz. Hitsaertsen Dijck.” Hij betaalt 2 jaarlijkse termijnen van 180 gld.,
gevolgd door 2 jaarlijkse termijnen van 150 gld., ingaande over een jaar na dato.
Pieter Gleijnsz. van der Meer staat borg.
w.g. And. Hesselt, Dirck Visser, Jan Tonisse Ipelaer
OBL ORA 10 210v

17-09-1658
Heijndrick Jansz. Croonenburch, woonende in den Hitsart, verkoopt 17-9-1658
aan Pleun Heijndricxz. Verschoor, een huis aan de Hitsaertsen dijck. De koper
betaalt met een schepenen schultbrieff.
w.g. And. Hesselt, Dirck Visser, Jan Tonisse Ipelaer
OBL ORA 10 214r

17-09-1658
Pleun Heijndricxz. Verschoor, woonende in den Hitsart, verklaart 17-9-1658
schuldig te zijn aan Heijndrick Jansz. Croonenburch de somme van 325 car.
guldens van xx stuijvers den gulden i.v.m. de koop van een huis en erf aan de
Hitsaertsen dijck.  Hij betaalt 50 car. gld. contant en 50 gld. per jaar.
w.g. And. Hesselt, Dirck Visser, Jan Tonisse Ipelaer
OBL ORA 10 214r

01-10-1658
Jan Pietersz. Douw verklaart 1-10-1658 schuldig te zijn aan Arijen Pietersz.,
ŠPieter Dircxz. en Jacob Pietersz, “alle drie meester metselaers”, de somme van
550 gulden, “als reste van meerder somme, spruijtende ter saecke van dat sij
aengenomen hebben voor hem comparant te metselen een nieuw huijs aen den
dijck van groot Zuijt Beijerlandt, ontrent de huijsingen van Bastiaen Joosten
Maet ende Jan Jansz. Smith.” Hij betaalt 50 guldens “ten daghe vande opmet
selinge”, 50 gulden “te kersmisse anno 165.  toecomende (punt in origineel)
ende voorts alle jaren Bamisdaegen daer aen volgende honder guls.”
w.g. And. Hesselt, Dirck Visser, Jan Tonisse Ipelaer.
OBL ORA 10 214r

24-11-1658
Pleun Heijndricxz. verkoopt 24-11-1658 aan Laurens van der Linde, een huijsken
aan de Hitsertsen dijck. De koper betaalt met een schepenen schultbrieff.
w.g. Jan Tonisse Ipelaer, Dirck Visser, Tevens aanwezig Andries Hesselt de
Dinter.
OBL ORA 10 216r

24-11-1658
Laurens van der Linde  verklaart 24-11-1658 schuldig te zijn aan Pleun Heijn
dricxz. de somme van 100 car. glds. i. v. m. de koop van een huijsken aan de
Hitsertsen dijck. Hij betaalt 25 gld. contant en 25 gld. per jaar.
w.g. And. Hesselt, Jan Tonisse Ipelaer, Dirck Visser.
OBL ORA 10 216v

10-02-1659
10-2-1659 compareren Dirck Adriaensz. Meeldijck, “woonende onder de
jurisdictie van Claeswael”, Sijmon van der Koij, “woonende onder de jurisdictie
vande Westmaes” executeurs van het testament van Za. Dirck Adriaensz.
Luchtenburch, mitsgaders Heijndrick van der Houck en Adriaen van der Houck,
secr. op Claeswael, mede erfgenamen van Cornelia Bastiaens van der Houck,
“de rato cverende ende haer sterckmaeckende voor de verdere erffgen. vande
voorn. Cornelia van der Houck.” Ze cederen en transporteren aan Jacob
Hermensz. Polderman, wonend in de Hitsert, een woning, huis, “berch”, keet en
boomgaard “met een weije daer de selve op staet”, groot 4 mergen, 444
roeden, aan de N. zijde van de weg, bewesten Borrekeen, belend ten O. en N.
de Borrekeen,, ten Z. de voorsz. weg, ten W. de erfgenamen van Jacob
Bouckhoven en Huijch Dircxz. t’Greijn. Item nog 7 mergen, 1811/2 roeden
saijlant, “gelegen schuijns over aen de zuijt sijde van de wech daer de huijsinge
aen comt, beoosten de wech die nae Cornelis Panckrasz. loopt, streckende suijt
op tot aende blinde wech, sijnde al t’samen eeuwich tient vrij ende alodiael ende
eijgen goet.” De koper betaalt een deel contant en de rest met een schepenen
besegelden schultbrieff, “ten prouffijte van Boudewijn Onderwater, als d’actie
van de vercoopers hebbende.”
w.g. And. Hesselt, Jan Abramsen Pijl, Jan Tonisse Ipelaer
OBL ORA 10 225r

10-02-1659
Dirck Arijensz. Meeldijck e.a. (zie Meldijck, Dirck Adriaensz., 10-2-1659)
verkopen 10-2-1659 aan Jacob Hermensz. Polderman, wonend in de Hitsert,
een woning, huis, “berch”, keet en boomgaard “met een weije daer de selve op
staet”, groot 4 mergen, 444 roeden, aan de N. zijde van de weg, bewesten
Borrekeen, belend ten O. en N. de Borrekeen,, ten Z. de voorsz. weg, ten W. de
erfgenamen van Jacob Bouckhoven en Huijch Dircxz. t’Greijn. Item nog 7
mergen, 1811/2 roeden saijlant, “gelegen schuijns over aen de zuijt sijde van de
wech daer de huijsinge aen comt, beoosten de wech die nae Cornelis Panckrasz.
Šloopt, streckende suijt op tot aende blinde wech, sijnde al t’samen eeuwich tient
vrij ende alodiael ende eijgen goet.”
w.g. And. Hesselt, Jan Abramsen Pijl, Jan Tonisse Ipelaer
OBL ORA 10

10-02-1659
Jacob Hermensz. Polderman, wonend in de Hitsert, verklaart 10-2-1659
schuldig te zijn aan de heer Boudewijn Onderwater, wonend te Dordrecht, “als
t’recht ende actie hebbende van (etc. zie verder transportacte: Meeldijck, Dirck
Arijensz., 10-2-1659) de somme van 4500 car. gld. tot veertich grooten t’stuck,
als reste van meerder somme, i.v.m. de koop van een huis etc. (Zie voor ligging
en belendingen: Meeldijck, Dirck Arijensz. 10-2-1659) Hij zal het bedrag
aflossen over twee jaar na dato precies, verhoogd met een intrest van 5 % per
jaar. Mocht hij de rente binnen een maand na de verschijndag voldoen, dan kan
hij volstaan met 4,5 %. De intrest moet hij, op zijn eigen kosten, te Dordrecht
betalen. In marge: schuldbrief 2-1-1676 doorgehaald wegens “quit in dorso
gestelt” door de heer Hendrick Onderwater van 24-5-1675.
w.g. And. Hesselt, Jan Abramsen Pijl, Jan Tonisse Ipelaer
OBL ORA 10 227r

05-04-1659
5-4-1659 compareren Jan Cornelisz. van der Sluijs, wonend te Zuijtlandt, Arijen
Maertense de Recht en Jan Cornelisz. Robbe, “t’saemen voochden vande
naegelate kinderen van Bastiaen Maertensz. de Recht ende Lijntgen Cornelis,
sijn huijsvrouwe, beijde Za.” Ze verkopen aan Aert Aertsz. Snaijer, onsen
inwoonder, 4 mergen 4541/2 roeden land in Groot Zuijt Beijerlant op de grond
van de Zuijdergorsen, belend ten N. de Zuijt Beijerlantsen dijck, ten O. d’heer
Jacob van Beveren, schout der stad Dordrecht, ten Z. de Borrekeene, ten W.
Juffr. van der Nieuwburch. De koper betaalt de koopsom van 3806 car. gld.
contant.
w.g. And. Hesselt, Jan Tonissen Ipelaer, Dirck Visser
OBL ORA 10 232v

08-05-1659
Pieter Jansz. van ter Neus verklaart 8-5-1659 schuldig te zijn aan Arijen
Laurensz., onsen inwoonder, de somme van 250 car. guldens van xx stuijvers
den guldeni.v.m. de koop van een half huijsken, aan de Hitsaertsen dijck,
“toebehoorende de andere helft Cornelis Laurensz. sijns compts. broeder. Hij
betaalt 50 gld. contant en 50 gld. per jaar. In marge: schuld geroyeerd 25-5-
1664.
w.g. And. Hesselt, Jan Ipelaer, Dirck Visser
OBL ORA 10 246v

18-05-1659
Zegert Dircxz. Fonckert verkoopt 18-5-1659 aan Jan Gerritsz. Ruijchaver een
huijsken aan de Zuijt Beijerlantsen dijck, “ontrent de huijsinge van Aert de
Smith. De koper betaalt met een schepenen besegelden schult off custingh
brieff.
w.g. And. Hesselt, Jan Ipelaer, Jan Abramse Pijl.
OBL ORA 10 248v

18-05-1659
Jan Gerritsz. Ruijchaver verklaart 18-5-1659 schuldig te zijn aan Zegert Dircxz.
Fonckert de somme van 205 car. guldens van xx stuijvers den guldeni.v.m. de
koop van een huis. (Zie voor ligging en belendingen: Fonckert, Zegert Dircxz.,
Š18-5-1659) Hij betaalt 30 gld. contant en 25 gld. per jaar.
w.g. And. Hesselt, Jan Ipelaer, Jan Abramse Pijl
OBL ORA 10 249r

27-05-1659
27-5-1659 compareert Arijen Dircxz. t’Greijn, wonend in de Hitstert, “als last
ende procuratie hebbende van Juffr. Margarieta Berckhouts, wed. wijlen d’heer
Johan van der Nieuwburch, woonende tot Alckmaer.” Hij verkoopt aan Aert
Aertsz. Snaijer, onsen inwoonder, een gerecht derde part van 7 mergen, 821/2
roeden land in Groot Zuijt Beijerlandt “ofte Hitsert opde gront van de Zuijdergor
sen”, belend ten N. de Zuijt Beijerlantsen dijck, ten O. d’heer Jacob van
Beveren, schout der stadt Dordrecht, ten Z. t’water genaemt de Bordelkene, ten
W. de koper. De koper betaalt met een schepenen besegelden schult off
custinghbrieff.
w.g. And. Hesselt, Jan Ipelaer, Jan Cornelisz. Robbe.
OBL ORA 10 251r

27-05-1659
Aert Aertsz. Snaijer, onsen inwoonder, verklaart 27-5-1659 schuldig te zijn aan
Juffrou Margarieta Berckhouts, wed. wijlen de heer Johan van der Nieuwburch,
de somme van 1903 car. guldens van xx stuijvers den gulden i.v.m. de koop
van land. (Zie voor ligging en belendingen: t’Greijn, Arijen Dircxz., 27-5-1659)
Hij betaalt 600 car. gld. contant en de rest in drie jaarlijkse termijnen.
w.g. And. Hesselt, Jan Ipelaer, Jan Cornelisz. Robbe.
OBL ORA 10 252r

30-05-1659
30-5-1659 compareert Johan van Ophoven, notaris te Delft, met procuratie van
Johannis Hoogewerff, koopman, wonend te Nantes in Vranckrijck. De acte van
procuratie is gepasseerd voor Testart van Hasselt, notaris te Delft op 1-6-
1658.Tevens compareren Doen Jansz. Hoogewerff. wonend in Portugael en
Sebastiaen Spruijt, wonend te Delft, resp. vader en oom van Johannis Hooger
werff, “als borgen ende mede principalen elcx en voor al ende voort geheel
onder renunciatie vande benefitien ordinis divisionis et excussionis, t’eene ordre
van aenspreecken ende t’ ander van splisinge van schulden admitterende, als
mede den rechten van eenige andere goederen te moogen aenwijsen om des
noots d’ executie aen te doen, van de goederen haer elcx eijgen in haer prive
toecomende.” Zij verklaren schuldig te zijn aan de voogden van de kinderen van
Za: de heer Adriaen Fijck, tijdens zijn leven schepen van Delft, de somme van
6600 gld. en aan de voogden van de goederen en de “daerinne geinstitueerde
erfgen. van Za. Neeltgen Adriaensdr. van Groenwegen, de somme van drie
duijsent gld. beijde totxL grooten vlaems t’stuck”, i.v.m. leningen. De comparan
ten zullen over het bedrag jaarlijks te Delft een intrest betalen van 4,5 %.
Wanneer ze binnen 3 maanden na de vervaldag betalen, kunnen ze volstaan met
4 %. Eerste vervaldag: 1-6-1660. Van beide zijden geldt een opzegtermijn van 6
maanden. Betaling vindt plaats in zilveren ducatons of Rijcxdaelders. Sebastiaen
Spruijt belooft vervolgens dat hij de te betalen intrest jaarlijks “als eijgen schult”
in handen van de schuldeisers zal betalen. Onderpand zijn 11 mergen 597
roeden land in de Hitsert, eigendom van Johannis Hoogewerff, en 8 mergen 352
roeden land, in gebruik bij Cornelis Jacobsz. van der Wael, gelegen  aan de
wech bij Cornelis Panckessen, en nog 2 mergen 95 roeden land “gelegen over
de voorsz. landen”, in gebruik bij Gillis Jansz. Herweijer, en nog 1 mergen 150
roeden zaailand op de grond van de Hitsert, met Numanspolder in 1642 bedijkt,
“leggende gemeen met elcke partije de voorn. Doen Janssen toecomende, lest
gebruijckt bij Cornelis Arijensz. Meeldijck.” … “beloofde de voorn. Johan van
ŠOphooven, in qualite ende uit crachte van de generale clausule in sijne voorsz.
procuratie geinsereert, de voorsz. borgen van dese haere borchtochte te
bevrijden, indemneren, cost en schadeloos te te houden.” “Compareerde noch
de voorn. Doen Jansz. Hoogewerff de welcke beloofde als contra borge de
voorn. Sebastiaen Spruijt van voorsz. sijne borchtochte te bevrijden, indemne
ren, cost en schadeloos te houden, daer onder speciaelijck verbindende sijn
derdepaert vande helft van de sevende cavel ofte veerthijendepaert der landen
in de Eendrachts opde gront vanden Hitsert.” In marge: Johan van Ophoven
vertoont bewijs van betaling. Schuld geroyeerd 1669.
w.g. A. Hesselt, Jan Ipelaer, Jan Abramse Pijl.
OBL ORA 10 253r

04-06-1659
4-6-1659 compareert Isaack de Graeff, wonend te Delff, “als last ende procura
tie hebbende van Arijen Jansz. Brouwer, wonend te Piershil.” Hij verkoopt “in
dier qualiteijt” aan de erfgenamen van vrouwe Eva Briels, wed. van Za. d’heer
Mr. Nicolaes Bogaert, burgem. der stad Delft, en Juffrou Adriana Bogaers,
weduwe van heer Pieter Bosschaert, “soodanich getimmerde van huijs, schuijr
ende Bouhuijs als de voorsz. Arijen Janssen Brouwer doen bouwen heeft” op de
8e cavel in Groot Zuijt Beijerlant op de grond van de Borrekeen, “wesende t’lant
toebehoorende de voorn. erffgenaemen en Juffr. Adriana Bogaerts. De koopsom
van 1200 gulden is voldaan “bijden voorn. Arijen Jansz. Brouwer in liquidatie
genooten.”
w.g. A. Hesselt, Dirck Visser, Jan Ipelaer.
OBL ORA 10 255r

09-06-1659
9-6-1659 compareert Sr. Dirck Willemsz. Visser, schepen deser plaetse, met
procuratie van de heer Pieter van  Ruiven, raedt ende Vroetschap der Stadt
Delff, als in houwelijck gehadt hebbende Joffr. Maria Pauw. Hij draagt op,
cedeert en transporteert “in die qualiteijt” aan Sr. Johan Lieftingh, apothecaris
te Delft, 5 mergen, 601/2 roeden land, “sijnde een vierde paert van twintich
mergen iic Lxii roeden [Er staat inderdaad: iic Lxii] bij den voorn. constituant
selffs aen den voorn. Lieftingh vercocht ende hem uitte tweede cavel van Zuijt
Beijerlant in qualite alsvooren aenbehoorende, vermoogens seeckere acte onder
de handt in dato den x junij xvic negen ende veertich gemaeckt bijde heer Mr.
Maerten Pauw van wegen sijn moeder en des constituants schoonmoeder Juffr.
Maria Hoogenhouck”, wed. van Engelbrecht Pauw, Aernout van Berensteijn en
Willem van der Ghijs, samen erfgenamen van de voorn. 2e cavel. Bij smalcave
ling was nr. A toegevallen aan de constituant en Willem van der Ghijs. De koper
heeft de koopsom van 3300 gld. betaalt.
w.g. And. Hesselt, Jan Cornelisz. Robbe, Jan Ipelaer.
OBL ORA 10 256r

15-06-1659
15-6-1659 compareert Jacob van Bijemont, secretaris alhier, in qualite als
curateur in den boedel van Gerrit Huijgen Koijck ende sijn huijsvrouwe, beijden
Za. Hij verkoopt aan Isbrant Claesz. een huisje aan de Hitsertsen dijck, belend
ten W. Reijer Gerritsz. Smith, ten O. Cornelis Thijssen. De koper betaalt een deel
contant en de rest met een schepenen besegelden schultbrieff “ten prouffijte
van Pieter Pietersz. Baers als t’ recht van hem comparant hebbende.”
w.g. And. Hesselt, Jan Cornelisz. Robbe, Jan Ipelaer
OBL ORA 10 263r

15-06-1659
ŠIsbrant Claesz. verklaart 15-6-1659 schuldig te zijn aan Pieter Pietersz. Baers
“als t’recht hebbende van Jacob van Bijemont, secrets. alhijer, in qualite als
curateur van den boedel van Gerrit Huijgen Koijck”, de somme van 79 car. gld.
“als reste van meerder somme”, i.v.m. de koop van een huisje. (Zie voor ligging
en belendingen: van Bijemont, Jacob, 15-6-1659) Hij betaalt 25 gld. per jaar,
ingaande 1-3-1659.
w.g. And. Hesselt, Jan Cornelisz. Robbe, Jan Ipelaer
OBL ORA 10 263v

16-07-1659
16-7-1659 compareren Cent Wijten, wonend te Strijen, Huijch Corns., als
getrout hebbende Maritgen Meeusdr., Cornelis Houvenaer, als getrout hebbende
Jaepgen Meeusdr., Arijen Meeus Gouweman en Dirck Willemsz. Visser wegens
zijn Za: vader Willem Jacobs de Bijll, in sijn leven voocht geweest van Bastiaen
Meeus Gouweman, te saemen kinderen en erffgenaemen van Meeus Bastiaensz.
Gouweman en Neeltgen Centen. Ze verkopen aan Thonis Aertsz. Verstolck
soodanige somme van 4150 gld.”als haerlieden comparanten competerende is in
seeckere schepenen schultbrieff spreeckende tot laste van Cornelis Jacobsz.
van der Wael, Lodewijck Pleunen van Driel en Zegert Dircxz. Fonckert. ende
gesprooten sijnde over den coop ende transport van elff mergen lants gelegen in
den Hitsert” Totaal bedrag van de schuldbrief: 7550 gld. De rest, 3400 gld.,
komt toe aan Cornelia Duijmelaer, dochter van de voorn. Neeltgen Centen. De
koper betaalt de koopsom van 3650 gld. contant.
w.g. A. Hesselt, Isack Heijndricksz. Boot, Jan Ipelaer
OBL ORA 10 269r

17-07-1659
De heer Aelbrecht van der Graeff, burgemeester van Delff, verkoopt 17-7-1659
aan Pieter Arijensz. Brouwer een huijsken aan de Hitsaertsen dijck, ontrent de
groote sluijs. De koper betaalt met een schepenen besegelden schult off
custinghbrieff.
w.g. And. Hesselt, Dirck Visser, Jan Ipelaer
OBL ORA 10 270r

17-07-1659
Pieter Arijensz. Brouwer verklaart 17-7-1659 schuldig te zijn aan de heer
Aelbrecht van der Graeff, burgemeester van Delff, de somme van 500 car.
guldens van xx stuijvers den gulden, i.v.m. de koop van een huijsken aan de
Hitsaertsen dijck, ontrent de groote sluijs. Hij betaalt 100 gld. contant en 50 gld.
per jaar, ingaande 1-5-1660. Arijen Arijensz. Moerkercken, wonend te Piershil,
staat borg.
w.g. And. Hesselt, Dirck Visser, Jan Ipelaer
OBL ORA 10 270v

24-07-1659
24-7-1659 compareert Pieter Leendertsz. van der Wael, “in qualite als bij den
Ed. hove van Hollandt gestelt als curateur van de boedel en de goederen van
Neeltgen Jansdr., weduwe van den dijckgraeff Jacob Herweijer.” Hij verkoopt
“in der selve qualiteijt” aan de Ed. heere Mr. Jacob van Beveren, heere van
Swijndrecht, schout der stadt Dordrecht, 4 mergen 413 roeden land in groot
Zuijt Beijerlandt, belend ten O. de oude haven, ten W. de kreecke, ten Z. de
kinderen van Maerten Bastiaensz. de Recht ende de voorsz. kreecke, ten N. de
gemeenelants wateringe, met een vrij uitpad, “bequaem om met een voeder aen
de Zuijt Beijerlantsen dijck te connen uijtrijden, gelegen noortwaerts van de
sluijsvliet over ’t lant tegenwoordich toecomende de selve van Beveren”. En
Šaangezien het land geleverd is bij decreet van het hof van Holland, en dat
zonder oppositie, levert de verkoper in plaats van waarborgen, de brieven van
decreet.
w.g. . Hesselt, Jan Cornelisz. Robbe, Dirck Visser.
OBL ORA 10 271v

08-08-1659
Restant van een onvolledige akte van 8-8-1659 waarvan het 1ste deel ontbreekt
doordat folio 273v en 274r niet zijn gefilmd.
“Claeswael, de welcke bekende wel ende deuchdel. schuldich te wesen aen
ende ten prouffijte van Ghijsbert Dircxz. Moolenaer de somme van” 3700 car.
guldens van xx stuijvers den gulden
i.v.m. de koop van een “wint cooren Moolen” aan de dijk van de Hitsert “off
Groot Zuijt Beijerlandt, ontrent de redoute.” Hij betaalt 2000 car. gld. contant en
de rest over precies een jaar na dato.
w.g. A. Hesselt, Jan Ipelaer, Jan Abramsen Pijl
OBL ORA 10 274v

22-09-1659
Sr. Johan Lieftingh, wonend te Delff, verkoopt 22-9-1659 aan Huijch Dircxz. ‘t
Greijn, wonend in de Hitsert, 6 mergen, 525 roeden land in de Hitsert “off groot
Zuijt Beijerlandt”, op de grond van de Zuidergorsen, “gemeen met hem vercoop
er in een stuck lants van dertien mergen iiiic L roeden, wesende te saemen de
gerechte helft van de derthijende cavel aldaer”, belend ten O. Mr. Dirck van
Leeuwen, ten Z. de Creecke, ten W. de koper en Willem van der Graeff, ten N.
de Zuid-Beijerlandse dijk. De koper betaalt 1500 car. gld. contant en de rest met
een schepenen schultbrieff van 3500 gld.
w.g. A. Hesselt, Dirck Visser, Jan Ipelaer.
OBL ORA 10 277r

22-09-1659
Huijch Dircxz. ’t Greijn verklaart 22-9-1659 schuldig te zij aan Sr. Johan
Lieftingh, wonend te Delff, de somme van 3500 car. guldens van xx stuijvers
den gulden i.v.m. de koop van land. (Zie voor ligging en belendingen: Lieftingh,
Johan, 22-9-1659) Hij zal jaarlijks een bedrag aflossen van minstens 300 gld.,
steeds verhoogd met een intrest van 3 % over het uitstaande kapitaal. In marge:
Huijch Dircxz, ’t Greijn vertoont bewijs van betaling, schuld geroyeerd 18-3-
1666.
w.g. A. Hesselt, Dirck Visser, Jan Ipelaer
OBL ORA 10 277v

30-12-1659
Heijndrick Huijbertsz., woonende aen den Hitsert Dijck, verklaart 30-12-1659
schuldig te zijn aan Matheeus Jacobsz. van der Deucht, timmerman, wonend te
Piershil, de somme van 157 car. guls. van xx stuijvers den gulden, “spruijtende
uit saecke van gelevert hout, arbeijts loon, calck, steen, als anders, bij den
voorsz. van der Ducht hem comp. gelevert ende gedaen aent naervolgende
huijsken.” Hij betaalt 25 gld. per jaar, ingaande 1-1-1660, steeds verhoogd met
een intrest van 5 %. Onderpand is het bovengenoemde huis aan de Hitsert
Dijck, ontrent de cleijne sluijs, belend ten O. Pieter Jansz. Spuijdijck, ten W. Jan
Arentsz.
w.g. And. Hesselt, Johan Ipelaer. Tevens aanwezig Johan Robbe.
OBL ORA 10 288v

04-04-1660 Isbrant Claesz., woonende in den Hitsert, verklaart 4-4-1660 schuldig te zijn aan
“sijne onmondige kinderen, geprocreert bij Lijsbeth Dircx, met naemen Aeltgen
Isbrants, Cornelis Isbrants ende Pieter Isbrants”, de somme van 51 car. guls.
van xx stuijvers den gulden “spruijtende ter saecke van gelijcke somme bij hem
compt. ontfangen van den Gerechte van Charlois, de voorsz. kinderen compete
rende van wegens haer bestervenisse van haer out moeije Heijltgen Joosten.

Hij zal het bedrag “betaelen aende voorsz. weeskinderen (—) als hem sulcx
affgevordert ende opgeseijt sall werden, sonder eenige exceptien te moogen
maecken”, verhoogd met een intrest van 5 % per jaar. Onderpand is sijn
huijsken aan de Hitsertsen dijck, ontrent de redoute.
w.g. And Hesselt, Johan Ipelaer. Tevens aanwezig Johan Pijl.
OBL ORA 10 292v

04-04-1660
4-4-1660 compareert Jacob van Bijemont, secretaris alhier, als curateur van de
boedel van Jan Jansz. Smith. Hij verkoopt aan Isbrant Claesz., wonend in de
Hitsert, een huijsken aan de Hitsertsen dijck, ontrent de huijsinge van Jan
Douw. De koper betaalt met een schepenen besegelden schultbrieff.
w.g. And. Hesselt, Johan Ipelaer, Jan Abramsen Pijl.
OBL ORA 10 293r

04-04-1660
Isbrant Claesz. verklaart 4-4-1660 schuldig te zijn aan Jacob van Bijemont,
secretaris alhier, als curateur van de boedel van Jan Jansz. Smith, de somme
van 100 car. guls. van xx stuijvers den gulden i.v.m. de koop van een huijsken
aan de Hitsertsen dijck, ontrent de huijsinge van Jan Douw. Hij betaalt 30 gld.
contant en 30 gld. per jaar.
w.g. And. Hesselt, Johan Ipelaer, Jan Abramsen Pijl.
OBL ORA 10 293v

22-04-1660
Leentgen Michgiels, wed. van Aert Aertsz. Snaijer verkoopt 22-4-1660 aan Jan
Michgielsz. Smit twee huizen aan de berm van de Zuijt Beijerlantsen dijck,
belend ten O. de selve dijck, ten Z. Zegert Dircxz. Fonckert, ten W. de barm
sloot van de Hitsert, ten N. de berm van de Nieuw Beijerlantsen dijck. De koper
betaalt met een schepenen besegelden schultbrieff.
w.g. And. Hesselt, Dirck Visser, Johan Ipelaer
OBL ORA 10 296v

22-04-1660
Jan Michgielsz.Smit verklaart 22-4-1660 schuldig te zijn aan Leentgen Mich
giels, wed. van Aert Aertsz. Snaijer, de somme van 750 guls van xx stuijvers
den gulden i.v.m. de koop van twee huizen. Zie voor ligging en belendingen:
Michgiels, Leentgen, 22-4-1660) 1-5-1661 betaalt hij 400 car. gld., 1-5-1662
300 gld. en de rest 1-5-1663.
w.g. And. Hesselt, Dirck Visser, Johan Ipelaer
OBL ORA 10 297r

09-05-1660
9-5-1660 compareert Jacob Leendertse de Palingh, als getrout hebbende de
wed. van Ghijsbert van der Houck. Hij verkoopt aan Pieter Jansz. Visser, alias
Kavelaer, een huijsken aan de Zuijt Beijerlantse dijck, opt verscheijt van den
Hitsert en Cromstrijen. De koper betaalt met een schepenen besegelden schult
off custingh brieff.
w.g. And. Hesselt, Johan Ipelaer, Dirck Visser
ŠOBL ORA 10 300v

09-05-1660
Pieter Jansz. Visser, alias Kavelaer, verklaart 9-5-1660 schuldig te zijn aan
Jacob Leendertsz. Palingh de somme van 120 guls van xx st. t’stuck i.v.m. de
koop van een huijsken aan de Zuijt Beijerlantse dijck, opt verscheijt van den
Hitsert
en Cromstrijen. Hij betaalt een derde deel contant, een derde deel over
een jaar en de rest over twee jaar na dato.
w.g. And. Hesselt, Johan Ipelaer, Dirck Visser
OBL ORA 10 301r

26-06-1660
d’heer ende Mr. Bartholomeeus van der Mast, raet en vroetschap der stadt
Delff, verkoopt 26-6-1660 aan Cornelis Pancraessen 7 mergen 300 roeden land
in de Numanspolder op de grond van de Hitsert, “sijnde de derde cavel”, belend
ten O. de heer Burgemr. Aelbrecht van der Graeff, ten Z. de wech, ten W. Me
Vrouwe van Goetschalckoort, ten N. de Creecke. De koper betaalt met een
schepenen besegelden schult off custingh brieff.
w.g. And. Hesselt, Dirck Visser. Tevens aanwezig Johan Robbe
OBL ORA 10 309v

26-06-1660
Cornelis Panckaerse, woonende in den Hitsert, verklaart 26-6-1660 schuldig te
zijn aan d’heer ende Mr. Bartholomeeus van der Mast, woonende tot Delff, de
somme van 6937 car. guls. van xx stuijvers den gulden i.v.m. de koop van land.
Zie voor ligging en belendingen: van der Mast, Bartholomeeus, 26-6-1660. Hij
betaalt 3000 gld. contant en minstens 600 gld. per jaar, steeds verhoogd met
een intrest van 3 % over het uitstaande kapitaal. In marge: Schuld geroyeerd
20-5-1677 wegens “quitantie op de rugge vant origineel mette eijgen hant van
de heer Bartholomeeus van der Mast daerop gestelt 13 meij 1677”.
w.g. And. Hesselt, Jan Cornelisz. Robbe, Dirck Visser.
OBL ORA 10 310v

27-06-1660
27-6-1660 compareert Jacob van Bijemont, secretaris alhier, als curateur over
den boedel ende goederen van Za: Arijen Jansz. Pereboom. Hij verkoopt aan Sr.
Walteris Cools, wonend te Dordt, een schepenen besegelden schult off custingh
brieff “spreeckende tot laste van Cornelis Bastiaense Schip en sijne borgen,
innehoudende noch de somme van” 231 gld, te betalen met 50 gld. per jaar,
“ende gesprooten sijnde over de coop van een huijs ende erve aen den Hitsert
sen dijck alhijer.” De koper heeft contant betaald. “Ende belooffde den voorsz.
van Bijemont, comparant, ingevalle van insuffisanth. vant ijpoteecq inde voorsz.
custingh brieff vermelt ende vande borge daerinne gestelt, selffs den voorsz.
custingh brieff off de penn. die daer op soude moogen resteren, op te leggen
ende te voldoen.”
OBL ORA 10 311v

18-10-1660
Pleuntgen Arijensdr., weduwe van Bastiaen Arijensz. Noteboom, verkoopt 18-
10-1660 aan Matheeus Jacobsz. van der Ducht, timmerman, een “huijsken
staende aen den Hitsart Dijck, ontrent het vierbaken, bij de groote Sluijse. De
koper betaalt de koopsom van 250 car. gld. contant.
w.g. And. Hesselt, Aert van der Geer, Arijen Sidervelt.
OBL ORA 10 320v

Š22-10-1660
22-10-1660 compareert Anthonis Jansz., wonend te Moordrecht, “als last en
procuratie hebbende van Meeus Cleijssen Koijman. Hij verkoopt aan Aert Foppen
van der Swaeij een huis en erf aan de Hitsart Dijck ontrent de redoute. De koper
betaalt met een schepenen besegelden schult off custingh brieff “ten proffijte
van Pieter Laurens Goutcooper, woonende opde oude Wateringh, verleeden ter
somme van
vijff hondert t’sestich car: guls als soo veel opde t’voorsz. huijs
ende erve spreeckende hebbende ende voorts met hondert car: guls. in gereede
penn. ontfangen.”
w.g. And. Hesselt, Aert van der Geer, Arijen Sidervelt.
OBL ORA 10 322r

03-01-1661
Thonis Jansz. Roos verkoopt 3-1-1661 aan Jan Jansz. van der Linde een huis
aan de Hitsaertsen dijck. De koper betaalt de koopsom van 200 car. gld.
contant.
w.g. C. de Witt, Thonis Verstolck, Aert van der Geer.
OBL ORA 10 327v

03-01-1661
Jan Jansz. van der Linde verkoopt 3-1-1661 aan aan Pieter Willemse Picklap,
wonend in de Hitsert, een huis aan de Groot Zuijt Beijerlantsen, off Hitsaertsen
dijck, “ontrent de cleijne sluijs”. De koper betaalt de koopsom van 250 gld.
contant.
w.g. C. de Witt, Aert van der Geer, Arijen Sidervelt.
OBL ORA 10 328r

26-04-1661
Heijndrick van der Graeff, wonend in sGravenhage, verkoopt 26-4-1661 aan
Juffr. Alitha van der Burch, [N.B. het opschrift boven deze akte luidt: Transport
brieff verleden bij d’heer Heijndrick van der Graeff, ten behoeve van juffr. Alitha
van der Graeff, weduwe vande heer Reijer van der Burch Zalr.] wed. van Za:
Reijer van der Burch, wonend te Delff, 15 mergen, 193 roeden land in Groot
Zuijt Beijerlant, op de grond van de Hitsert, in de 2e cavel, “sijnde eeuwich
thijende vrij”, belend ten O. de voorn. juffr. coopster, ten Z. de Cruijswech, ten
W. de wech genaempt den Hitsert Dam, ten N. de kreecke. De koopster betaalt
contant.
w.g. C. de Witt, Arijen Sidervelt, Thonis Verstolck
OBL ORA 10 338v

30-04-1661
Akte d.d. 30-4-1661. Engbrecht van Dalem, bode van de Beijerlanden, is
executeur, “ten behouve van Willem Willemsse van Hasselt, houtcooper
woonende op Claeswael, impetrant van executie ende onwillich decreet op ende
jegens Jan Janse van der Linde, geexecuteerde.” Van Hasselt had een vordering
op Van der Linde van 100 gld., plus enige jaren intrest. Van Dalem heeft het
huis van Van der Linde openbaar verkocht aan Pieter Willemse Picklap voor 181
gld. contant. Het huis staat aan de “Groot Zuijt Beijerlantsen dijck ontrent de
cleijne sluijs.” Voorwaarde was “dat den vercooper geen waerborge soude
stellen alsoo het sijn vier sondaechse ende rechtdaechse proclamatien bij
onwillich decreet ende executie hadde gehad.” Bij de proclamatien was iedereen
gedagvaard die nog iets te vorderen had. Penninckmrs. Jan van der Graeff en
Dirck Willems Visser vorderden schaftgelt en verpondingen, en “eenige andere
personeele crediteuren” meldden zich. Ze gingen akkoord met de verkoop mits
hun recht op betaling uit de opbrengst van de verkoop gehandhaafd bleef.
Het
gerecht bekrachtigt de verkoop. De rechten van niet verschenen crediteuren zijn
vervallen.
w.g. J. van Bijemont.
OBL ORA 10 340v

02-05-1661
Jan Gerritse Ruijchaver verkoopt 2-5-1661 aan Jan Jansz. Schreur een huijsken
endå ervå aaî då Zuijô Beijerlantseî Dijck¬ ontrenô då huijsingå van Jan Michielsz
Smith.  Hij is betaald “mits dat den selven Jan Jansz. aengenoomen heeft te
betaelen aen Zegert Dircxz. Fonckert op termijnen van vijff ende twintich guls.
t’siaers de somme van hondert vijff ende t’seventich guls. die de selve opt
voorsz. huijsken ende erve spreeckende heeft”, plus 30 gld. contant aan Jan
Jansz. Schreur.
w.g. C. de Witt, Arijen Sidervelt, Aert van der Geer.
OBL ORA 10 341v

05-05-1661
Isbrant Claesz., wonend in de Hitsert, verkoopt 5-5-1661 aan Leendert Jansz.
een huijsken aan de Groot Zuijt Beijerlantsen Dijck, “ontrent de huijsinge van
Jan Douw.” De verkoper is betaald “mits dat hij cooper tot sijne laste genoomen
heeft te betaelen aen de secrets. Bijemont in qualite als curateur van de boedel
van Jan Jansz. Smith de somme van t’seventich car. guls. die hij noch opt
voorsz. huijsken spreeckende heeft.” Verder ontvangt de verkoper 30 gld.
contant.
w.g. C. de Witt, Arijen Sidervelt, Aert van der Geer.
OBL ORA 10 344v

06-06-1661
Thonis Huijbertse, wonende int Veen, verkoopt 6-6-1661 aan Pieter Thonisse
greelmaker, wonend in den Hitsert, “een huijsken staende aenden Groot Zuijt
Beijerlantsen off Hitsertsen Dijck, ontrent de cleijne sluijs. De koper heeft de
koopsom van 200 car. guls. contant betaald.
w.g. C. de Witt, Aert van der Geer, Thonis Verstolck
OBL ORA 10 350v

08-06-1661
d’heer Gerraerd: Nooij, out raedt der stadt Dordrecht, verklaart 8-6-1661
schuldig te zijn aan Burgert Leendertse de Recht, wonend in de Hitsert, de
somme van 600 car. guls. van xx sts. den gulden, “als reste van meerder
somme” i.v.m. de koop van “een sestepaert in thijen mergen lants gelegen
alhijer in Out Beijerlant opt Tollegors, bewesten de hoffsteede vande voorsz.
heere Nooij., gemeen met den voorn. heere Nooij en anderen.” Hij betaalt de
helft over een jaar na dato en de rest over twee jaar.
w.g. C. de Witt, Arijen Sidervelt, Thonis Verstolck.
OBL ORA 10 351v

10-06-1661
den Ed. Heere Mr. Dirck van Leeuwen, geseijt Leijden, verkoopt 10-6-1661 aan
Sr. Johan Lieftinck, apothecaris tot Delff, 4 mergen, 81 roeden land, gelegen
alhier in Groot Zuijt Beijerlant. “in de derde cavel vande Zuijder gorssen.” De
verkoper is betaald.
w.g. C. de Witt, Cornelis Abbenbrouck, Arijen Sidervelt.
OBL ORA 10 353v

16-06-1661 Pieter Arijensz. van der Schoor, onsen inwoonder, verkoopt 16-6-1661 aan
Burgert Leendertse de Recht een huis en erf aan de Groot Zuijt Beijerlantsen
Dijck, belend ten O. Aert Foppen, ten W. Willemken Smits. De koper betaalt met
een schepenen besegelden schult off custingbrieff.
w.g. C. de Witt, Aert van der Geer, Arijen Sidervelt.
OBL ORA 10 354r

16-06-1661
Burgert Leendertse de Recht verklaart 16-6-1661 schuldig te zijn aan Pieter
Arijensz. van der Schoor de somme van 400 car. guls. van xx stuijvers den
gulden i.v.m. de koop van een huis. Zie voor ligging en belendingen: van der
Schoor, Pieter Arijensz., 16-6-1661. Hij betaalt 100 car. gld. contant en 50 gld.
per jaar, ingaande 1-5-1662.
w.g. C. de Witt, Aert van der Geer, Arijen Sidervelt.
OBL ORA 10 354v

Brief, blijkbaar los aangetroffen in OBL ORA -Oud-Beijerland.
Tekst op de omslag: Mijn Heer/ Mijn Heer Gabriel van Campen/ secretaris van
Ouijt Beijerlant/ in Beijerlant / door vrient.
Inhoud: Delft desen 29 Maert 1683 / Heer secretaris / Alsoo ik het lant inden
Hitsert op mijn naem staende ontrent de 16 mergen aen mijn soon Johan van
Coolwijck, Capiteijn ten dienste deser landen heb gegeven, ende oock al bereijts
een nieuwe leenbrief op sijn naem daer van is gemaeckt, soo is mijn versouck
mits desen u de goetheijt gelieft te hebben van het voors. lant op sijn naem in
uwer protocol te setten en mijn naem daer in te roijeren. Uwer gerechticheijt
daer van sal mijn voors. soon soo God wil uwer op de toekoomende reekeningh
personelijck koomen voldoen. hier mijn op verlatende, Blijve / Heer Secretaris /
Uwer Genegen Vrunt: / D van Coolwijck.

Brief, los aangetroffen in ORA-Oud-Beijerland
Omslag: Mijn Heer / Mijn Heer Gabriel van Campen / Secretaris van Ouijt
Beijerlandt / woonende op / Ouijt Beijerland / p:t:
Inhoud: Delft, den 5 Meij 1683 / Heer secretaris van Campen / Mijn soon den
Capitijn Johan van Coolwijk heeft mijn uijt Beijerlant wederom thuijs gekoomen
sijnde gerapporteert dat ingevolge van mijn schrijvens aen uwent ontrent twee
maenden geleden, mijn lant inden Hitsert ontrent de 8 mergen groot, leggende
inde tiende cavelinghe,  volgens mijn versouck, noch niet op het protocol was
verandert ende geset op sijn selfs naem ter oorsaeke uwent alvoorens moest
weten hoe neer en op wat manier, t sij per koop ofte per Erfenisse daer aen was
gekoomen, het volgende dan ten dien eijnde sullende dienen tot uwer onderrich
tinghe. acht mergen 320: Roeden inde tiende cavelingh is bij cavelinghe daer
van te beurt gevallen aen Angenietien Jans van der Graef, weduwe en boedel
houister van wijlen Gerrit wouterssen Lieftingh woonende tot Delft, die deselve
door procuratie gegeven aen Willem Jansen van der Graef PenninghMeester van
de Beijerlanden heeft doen verkopen aende Heer Gillis Pandelaert Rentmeester
vande Beijerlanden inden jare 1632. ende in dier qualiteijt deselve op heeft
gedragen volgens den transportbrief in dato dem 8 januarij 1632 het selve lant
heeft des Heer Pandelaert wederom aen mijn Dirck van Coolwijck verkocht
inden jare 1643 volgens transport brief in dato den 21 april 1643 beijde de
voors. transport brieven onder mijn soon den Capiteijn berustende. d’andere
partij mede ontrent de 8 mergen is gekoomen aen mijn huijsvrouw Erckenraet
Berck bij erfenisse uijt den boedel van haer vader DHeer Johan Berck, in sijn
leven Raetpensionaris van Dordrecht ende ordinaris Ambassadeur bij de serenis
sime republijek van Venetien die is gestorven in den jare 1636 ende mijn
huijsvrouw alsdoen noch onmondich sijnde soo heeft haer broeder ende voocht
ŠD’Heer Mathijs Berck Zal. Raetpensionaris van Dordrecht vermits die partij leen
is, het selve wegens mijn voors. huijsvrouw verheft ende ik deselve getrout
hebbende, heb desselven Eet als man ende vooght sijnde vernieuwt volgens den
leenbrief daer van sijnde in dato den 9 Augustis 1647 alle het voors. lant heb ik
onder andere goederen aen mijn voors. soon ten huwelijk gegeven ende heeft
ingevolge van dien den Eet daer van gedaen volgens den nieuwen leenbrief daer
van sijnde ende op sijn naem staende in dato den 8 Maert deses jaers, soo dat
ik nu versouck uwen het op het protocol oock gelieft te veranderen ende het
selve lant op sijn naem stellen, niet twijffelende of uwer sult met het voors. ten
vollen onderricht sijn. ik wenste wel, de veranderinghe geschiet sijnde de
goetheijt geliefde te hebben van het mijn door een briefien bekent te maacken
ende als uwer door Delft komt te passeren eens aen mijn huijs geliefde aen te
spreecken, soude uwer als dan voor uwer moijten ende recht daer toe staende
voldaen anders sal het mijn voors. soon koomen doen soo vas als eens weer in
die quartieren sal koomen hier mijn op verlatende Blijve Heer secretaris Uw
Vrunt ende Dienaer, 6 Maij 1683 in Delff D. van Coolwijck.

08-??-1659
Arijeî Laurensú onseî inwoondeò verkoopô 08-??-165¹ aaî Pieteò Jansú vaî teò 
Neus een half huijsken aan de Hitsaertsen dijck toebehorende de andere helft
Cornelis Laurensz sijns compts broeder. De koper betaalt met een schepenen
besegelden schult off custingsbrieff. W.g. Cend Hesselt, Jan Ipelaer, Dirck
Visser ORA OBL nr 10.

05-05-1661
Isbrant Claesz wonend in de Hitsert, verkoopt 05-05-1661 aan Leendert Jansz
een huijsken aan de Groot Zuijt Beijerlantsen Dijck ontrent de huijsinge van
Jan Douw. De verkoper is betaalt mits dat de cooper tot sijne laste genoomen
heeft te betaelen aan de secretaris Bijemont in qualite als curateur van de
boedeì vaî Jaî Jansú Smitè då sommå vaî t§ seventicè caò guldeî diå hiê nocè 
opt voorsz huijsken spreeckende heeft. Verder ontvangt de verkoper 30 gld
contant. W.g. C de Witt, Arijen Sidervelt, Aert de Geer ORA OBL nr 10.

Bewerking Arie M. Butterman