1892 – Piershil: ‘Het kleine Haagje’

Vanwege de vele bomen werd Piershil vroeger ‘het kleine Haagje’ genoemd. In 1892 beschreef P.H.M. Welker in zijn ‘Geschiedenis van de Ambachtsheerlijkheid’ het recht van beplanting. “Het recht van beplanting hebben de Ambachtsheren zich voorbehouden bij de verkaveling der polders. Is de beplanting der dijken en wegen schadelijk voor de aangrenzende akkers? Niemand, die het tegenspreekt, en geen landbouwer, die bij koop of huur voor beschaduwden grond zooveel geeft als voor veld, dat de zon kan genieten van alle kanten. Lang voor de wetenschap de oorzaken had opgespoord, wist men al bij ervaring, een ervaring van tientallen eeuwen, dat boomloze streken moerassen zijn of woestijnen; ze staan bloot aan de sterkste afwisselingen van temperatuur en aan de hevigste atmosferische invloeden; het regent er altijd of nooit, en nergens komen zoo geweldige hagelslagen en wervelwinden voor. Het zijn de boomen, vooral de hoogopgaande, die als het ware den dampkring in evenwicht houden. De oude geschiedenis spreekt van landen, die overvloeiden van melk en honing, terwijl de nieuwe er van zegt, dat niemand er kan of wil wonen. Toch zijn er nog dezelfde rivieren en meren en waaien er dezelfde winden. Alleen de bosschen zijn opgeruimd door een hebzuchtige bevolking , die daardoor tenslotte zich zelve heeft verdreven. Boomen, hoogopgaande boomen moesten er dus zijn, en opdat ze zeker gezet zouden worden, liet men de beplanting niet aan de ingelanden (inwoners) over: men maakte ze tot een servituut (recht waarmee een erf of ander onroerend goed bezwaard is)”.   P.H.M. Welker, 1892.

Kwitantie Heerlijkheid Piershil – Familie ’t Hart Piershil (1929)

piershil-kwitantie-heerlijkheid-1929

Piershil werd niet voor niets “Het kleine Haagje”genoemd. Alle dijken waren met 3 of 4 rijen hoge bomen beplant. Meestal waren het iepen. Onderaan de dijk, langs de sloot stonden knotwilgen. Aan de Molendijk stonden zelfs 4 rijen knotwilgen tegen de helling, in de berm. “Toen mijn vader in 1924 ons huis liet bouwen, moesten we voor iedere boom, die aan de dijk er voor stond, op het eind van het jaar 5 cent aan de Heerlijkheid betalen”, zo schreef Mevr.’t Hart (destijds wonend onder aan de Molendijk, de huidige Beatrixstraat)) in haar dagboeken. Die bomen aan de dijk vormden een prettige gelegenheid tot spelen voor de schooljeugd (de school stond van 1879 tot 1971 ook aan de Molendijk). Tot 1918 was er een overdekte speelplaats op het eind van het schoolplein. Na het verdwijnen daarvan konden de kinderen tussen de bomen aan de dijk spelen. Alle weilanden waren omringd door knotwilgen, die in de zomer schaduw gaven aan het vee. In de Voorstraat stonden aan weerszijden hoge bomen (iepen), wat een mooi gezicht was. Jammer dat de bomen verdwenen zijn. Oude foto’s tonen ons nog, hoe mooi Piershil voorheen was.

Ansichten Bomen in Piershil

piershil-ansicht-bezemer-serie1-voorstraat

piershil-ansicht-bezemer-serie1-molendijk

Updated: februari 12, 2015 — 11:44 am

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.