1984 – Ab sleutelt aan ‘ouwe spul’

PIERSHIL — Altijd reed Ab Veerman (bewoner van de Molendijk) op een nieuwe motorfiets, totdat hij anderhalf jaar geleden in contact kwam met een streekgenoot die op een oude Harley door de wereld ging. „Op dat moment ben ik met de antieke-motor-bacil besmet geraakt,” weet Veerman achteraf. „Ik zag toen in waarom ik dat nieuwe spul niet zo kon waarderen. Voor elk wissewasje moet je naar de garage. Zelf sleutelen kan niet meer vanwege de electronica die er in zit. Zit je op een oude motor, dan haal je eventueel onderweg nog een klep eruit.” Inmiddels Is de nieuwe Harley Davidson de deur uit en Is er al een serie kleine en grotere motoren voor in de plaats gekomen. Niet dat Ab Veerman zo ontevreden was met zijn HD Electric Glider, maar je kunt niet alles tegelijk hebben. Zijn eerste oldtimer was een Sparta VilileC 250 CC uit 1952. Dat was andere koek dan de scheurijzers waar hij voordien op had gezeten. Guzzi, Suzuki, Ducati, HD en dan nu zo’n opgefokte bromfiets van Sparta. „Ach, ik vond het toch wel leuk, hoewel het apparaat niet meer was op te knappen.” Inmiddels heeft hij ook zwaardere en lichtere types en merken onder handen. Laatste aanwinst (waarvoor de HD Electric Glider moest wijken) een Harley uit ’36. Total loss Een bakbeest van 1200 cc, zijklepper met drie versnellingen vooruit en een achteruit. Wat nu weer? Motorfietsen met een achteruit? „Speciaal voor mensen die met een zij-span reden. Maar ook gemakkelijk bij hellend werk. Als je een te steil deel hebt en opnieuw een aanloopje wilt nemen.” Deze Harley Davidson VLD Is het burgermodel. De politie in de VS reed er voor de oorlog ook op. De motor heeft nog een total-loss-smering, die in ’37 werd vervangen door een circulatiesmering. Bij de total-loss-smering verdwijnt de olie door verbranding in de motor. Gevolg: je moet 1 liter op elke 400 km rekenen. Ab Veerman, monteur bij de suikerfabriek in Puttershoek, denkt over het opknappen een half jaar te doen. Dat wil dan zeggen gemiddeld twee tot drie uur per dag en zaterdag en zondag soms de hele dag. „En dan kun je uitrekenen dat zo’n opgeknapte oude motor niet meer te betalen Is.” De eerste echte oude motor is meteen ook het huidige pronkstuk van Veerman. Een Franse motor, een Terrot RSS uit 1934. De 500 cc kop-klepper kwam een jaar geleden in huize Veerman aan, nadat hij was opgehaald in een bestelwagen “ergens boven in het land”. Ab: „Ik had zo een ooit op een beurs gezien. Een mooi ding met een sierlijke uitlaat, een versierde tank en een gedegen bouw. Ik wist wat ik kocht. Maar je bent dan toch benieuwd of je geen kat in de zak hebt, dus wij hebben hem hier uitgeladen, de conserveringsolie afgetapt, verse olie erin, benzine erin, een goeie accu gemonteerd en trappen maar. Nou dat is simpel gezegd, maar ik heb me een delirium staan trappen voordat hij aansloeg. Maar hij deed het. Inmiddels stonden er heel wat mensen te kijken. Die gingen allemaal op de loop toen de motor aansloeg, want er kwamen rookwolken uit waardoor de adem in de keel bleef stokken en er was zoveel damp en rook dat het tussen de dakpannen van mijn huis uitkwam. Sommige mensen dachten dat er brand was. Noch de motor, noch de versnellingsbak van de Terrot behoefden gereviseerd. Ze waren nog puntgaaf. De rest van de Fransman moest wel opgeknapt. Daar is Ab Veerman zo’n vijf maanden dag in dag uit mee zoet geweest. Hij bemerkte dat je ijzingwekkend veel geduld nodig hebt om tot een optimaal resultaat te komen. „Ach het begon met één oude motorfiets bacil, maar nu is het een echte ziekte geworden. Ik had die nieuwe Harley, een oude Terrot, ik zag op een beurs deze lente een DKW Sport uit 1929 met een 206 cc motor, open koppeling en open vliegwiel en een geperst stalen frame. Ik vond hem zo leuk, ik dacht: die wil ik ook wel hebben. Ik ben er nog steeds mee bezig. Alles ligt uit elkaar. De motor bleek een gebroken krukas te hebben; in Hilversum ken ik nu iemand die een goede heeft. Een bijzonder machientje met een tweetakt blokmotor, waarbij de versnellingsbak ook met de tweetaktbrandstof wordt gesmeerd.” Laat Ab Veerman nou onlangs via een kennis aan een 48 cc Ducati hulpmotortje kunnen komen en via een gemeentereinigingsman aan een fiets van 1948, waardoor hij een rijwiel met hulpmotor kon samenstellen. Zo gedacht, dus gedaan. Het sierstuk hangt aan het plafond van het werkdeel van Veermans huis. „En daar zal hij nog wel jaren blijven hangen, ook al kan je er 70 km/uur op rijden. Want ik krijg hem nooit door de keuring. Het Is geen brommer en het is geen motor. Tja, wat moet je dan?” En laat Ab Veerman nu weer onlangs een motorfiets van het niet onbekende merk Miele vinden. Weer een opknapper, met een 98 cc twee pk motor. Ook geheel uit elkaar gehaald en nog niet in elkaar gezet. Hij moet nog wat onderdelen zien te krijgen. „Want voor mij gaat het om het sleutelen en dan weer iets moois krijgen. Maar nu ik er enkele heb kan ik soms eens aan de een werken dan weer aan de ander, al naar gelang ik een bepaald onderdeel op de kop heb kunnen tikken. Ik wil er betrouwbare motoren van maken. Die Terrot, daar zou ik zo op naar Frankrijk durven rijden, ja, wel op mijn gemak, zo’n 90 km per uur; ik weet dat hij betrouwbaar is. Daarbij, je moet op zo’n veteraanmotor niet gaan blazen tot het maximum.”

Knipsel ‘Aflevering 89’ – Vrije Volk 27 november 1984

Updated: januari 21, 2019 — 10:43 am

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.