2018 – ‘Het melken van de koeien…’

(Bron: Kompas 19 december 2018) In onze serie ‘Ode aan de Hoeksche Waard’ waarbij Hoeksche Waarders hun lof op het eiland bezingen komt vandaag de 77-jarige Klaas Veerman uit Piershil aan het woord. Piershil – ‘Nog altijd fiets ik elke dag door Piershil en in de omgeving, bijvoorbeeld naar Goudswaard en Nieuwendijk. Ik vind de westhoek van de Hoeksche Waard prachtig, het is er rustig en mooi en weids. Mijn tweelingbroer Arie en ik zijn in de Tweede Wereldoorlog geboren. Onze vader was landarbeider en verdiende niet veel. Een zus van hem kon wel eens voor kleren voor ons zorgen, dat hielp. Ons gezin moest in de oorlog ook nog evacueren en dat bracht problemen met zich mee. Toen wij zes jaar waren konden we naar de lagere school en al snel moesten we helpen in de tuin en mee naar het land. In de herfst moest ook moeder mee om te helpen bij het aardappels rooien en bieten hakken. We hadden alles nodig. De watersnood vernielde ons huis en toen hadden we niets meer. Ons gezin raakte verspreid bij familie en vrienden, maar gelukkig kregen we voorrang bij de toewijzing van een nieuwe woning. Dat was het huis waarin ik na mijn huwelijk met Ria toevallig weer kon gaan wonen en daar huizen we nog altijd. In de laatste jaren van de lagere school verdiende ik een centje bij door bij molenaar Andeweg koeien te melken. Dat vond ik ontzettend leuk werk. Van dat geld heb ik, toen ik 14 was, een nieuwe fiets gekocht. Toen ik van school kwam, moest ik gaan werken. Dat werd de landbouw, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, zes dagen in de week. Achteraf ben ik geneigd om dat leven van toen een beetje te romantiseren, maar het was natuurlijk een zwaar bestaan. Na mijn diensttijd ben ik in de bouw gaan werken. Toen heb ik mijn rijbewijzen behaald en ben chauffeur geworden. Dat was overigens ook een zwaar beroep want het laden en lossen gebeurde nog met de hand; zakken meel van 50 kilo en kisten met aardappels van 25 kilo. Dat was ook van ’s ochtend vroeg tot ’s avonds laat. Ik at als een dijker in die tijd, maar ik was zo mager als een lat. Er was tegen dat zware werk niet op te eten. Bij de RTM kwam ik op de bus terecht. Later werkte ik bij Connexxion en ben daar planner geworden. Mijn broer was ook buschauffeur en als we op de lijn naar Dordrecht reden stapte in Mijnsheerenland altijd de streekromanschrijver Pleun Troost in. Wij hebben hem toen gezegd dat hij eens een boek over Piershil moest schrijven. Troost kon zo gauw niets bedenken en toen hebben wij verteld over de barbier van Piershil. Opeens was er een boek met die titel en dat bleek Pleun Troost aan Arie en mij te hebben opgedragen. Er zat veel tijd in het werk, maar ik heb bij de voetbalvereniging Piershil ook een jeugdafdeling opgezet, met uiteindelijk zeven elftallen. Ik heb mijn diploma’s behaald bij Sparta. Ook ben ik politiek actief geworden als raadslid voor de PvdA, was ik bestuurslid van de ijsclub en van verzorgingshuis Heemzicht. Het leven is een lang leerproces. De laatste 17 jaar coordineer ik de Buurtbus Hoeksche Waard West, en ik volg de politiek nog nauwgezet, vanuit het mooie Piershil.’

Updated: december 19, 2018 — 10:30 am

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.