1969 – Het wonder van Heinenoord

Dit artikel is gepubliceerd in de Hoeksche Waard Exclusief van 18 januari 2022 (website HWE). U kunt dit artikel downloaden in PDF-formaat: HWE-jan2022-wondervanheinenoord

Uit de archieven: Dorpsplein op zolder

Het wonder van Heinenoord

In 1969 verscheen in het ‘automobilistisch maandblad de VW’ een artikel over de begindagen van het tegenwoordige Museum Hoeksche Waard in Heinenoord. Het automerk deed de Hoeksche Waard aan vanwege het feit dat iedereen een voorliefde leek te hebben voor de Volkswagen.

Zó frappant is het, dat het Heinenoordse groepje ‘werkers-van-het-eerste-uur’ vrijwel geheel uit VW-rijders bestaat, dat men zich afvraagt of het soms de gemeenschappelijke voorliefde voor het type automobiel is geweest die hen bij elkaar bracht. Maar dat zal wel niet. Het zal wel de gemeenschappelijke liefde voor de cultuur van de eigen streek zijn geweest, want waarom werkte men anders uitgesproken toe naar een cultureel centrum annex streekmuseum! Maar dan nog blijft het hoogst frappant. Is het misschien dan zo, dat juist VW-rijders niet meer te stuiten zijn als zij eenmaal ergens voor warmlopen? Mogelijk is dát inderdaad de verklaring voor ‘het wonder van Heinenoord’. Het wonder van Heinenoord – zo mag men hetgeen zich heeft afgespeeld in en rond het voormalige ambachtsherenhuis ’t Hof van Assendelft echt wel noemen. Het was een vervallen en uitgewoond geheel, dat grote vierkante, eens statige gebouw. Ga-maar-na: het was gedegradeerd tot noodbehuizing voor maar liefst vier gezinnen – mèt volledige have, dus: inclusief kleinvee met de rechten van huisdieren. Maar in korte tijd kreeg het zijn oude luister terug. En waar nog niet zo lang geleden, in van de woonvertrekken afgeschoten ruimten, kippen hun eieren (o.a.) deponeerden of kolen lagen opgeslagen, kreeg bovendien een veelheid van kostbaarheden onderdak. Kostbaarheden en kostelijkheden, stuk voor stuk aangedragen door de VW-’s van de enthousiastelingen, en door diezelfde enthousiastelingen gegroepeerd, gehergroepeerd en ‘geëntourageerd’ tot een museum was ontstaan, dat begin- en middelpunt werd van het zogeheten ‘Cultureel Centrum voor de Hoeksewaard annex Museum, waarin opgenomen de Stichting Streekmuseum Hoeksewaard’. Dat is een hele mond vol, ‘maar’, zo verklaart de heer J.E. de Rooy, een van de meest rusteloze werkers van het eerste uur, ‘we willen niet alleen maar museum zijn, al is het daar wel mee begonnen, maar echt een centrum’. De plannen voor een Hoeksewaards streekmuseum werden eigenlijk al in 1953, meteen na de Watersnoodramp, geboren: zien na te gaan en in te zamelen wat er nog aan streekeigen antiek is bewaard. Die plannen bleven echter sluimeren. Tot drs. De Rooy in de Oud-Beyerlandse HBS, waar hij aardrijkskunde doceert, een expositie hield. Toen staken de Vereniging Hoeksewaards Belang, de Kring van Burgemeesters, de heer De Rooy en een aantal anderen opnieuw de koppen bij elkaar. En of het nu kwam doordat het vrijwel allemaal VW-rijders waren of door andere oorzaken – tóén was het doordouwen geblazen. Met de VW’s als last- en trekdieren werd de hele Hoeksewaard ‘afgeklauwd’ om voorwerpen van historische en folkloristische waarde bij elkaar te krijgen. Intussen had men, met geldelijke steun van gemeenten, provincie, bedrijfsleven en particulieren (onder wie zelfs oud-streekbewoners) het voormalige ambachtsherenhuis ’t Hof van Assendelft van de gemeente Heinenoord kunnen aankopen. Zoals we hierboven reeds duidelijk maakten, moest daar heel wat aan gebeuren. Van vele tientallen Hoeksewaarders zijn daar enige jaren lang alle vrije uurtjes in gaan zitten. Met hulp van leerlingen, van HBS en Technische School werd het gebouw gerestaureerd. Plattelandsvrouwen maakten schoon, naaiden gordijnen, herstelden beschadigde klederdrachten. Vooral natuurlijk op zaterdagen was het in het uitgewoonde huis een drukte van belang. En dan stond de hele oprijlaan vol met VW’s. Want daar kwamen dan de heer en mevrouw De Rooy met hun zoveelste lading aan. Burgemeester Groeneweg, eveneens VW-rijder, kwam dikwijls kijken en adviseren. Daar was de VW van de heer De Rood van de Ambachtsschool, die een zeer werkzaam aandeel had in de totstandkoming van de afdeling ambachten van het museum. De VW van de schilder. Die van mevrouw Dekker (die thans als gastvrouw optreedt in het gemetamorfoseerde Hof van Assendelft), die van mevrouw Dorsman, en vele andere. De strooptochten van de heer De Rooy en zijn ‘kornuiten’ leverden rijke buit. Zo groot was de medewerking van de Hoeksewaarders, dat het Hof van Assendelft letterlijk tot de nok toe is gevuld met geschonken of in bruikleen gegeven voorwerpen. Ofschoon ieder vertrek van het grote gebouw reeds geheel is ingericht en, zodanig gevuld dat er een bepaald facet van de Hoeksewaard van weleer in wordt belicht, is de oogst zo groot dat men nog niet geheel orde op zaken heeft kunnen stellen. Zo is het tuighuis nog berstens – en ongeorganiseerd – vol met arresleden, boerenwagens, landbouwwerktuigen etc., en zijn er ook op de zolder nog hoeken waar van alles op sortering ligt te wachten. Bij de ingezamelde voorwerpen zijn er ettelijke, waar hele geschiedenissen aan verbonden zijn. Zo zijn de wanden van de fraaie Polderkamer beneden bekleed met schilderijen, die afkomstig zijn uit het oude veerhuis te Strijensas en die beelden geven van de Griekse vrijheidsoorlog, maar waarvan toch wel het meest bijzondere is, dat de bedsteedeuren er nog in zitten. En dan de rode plavuizen, waarmee de vloer van de geheel in achttiende-eeuwse staat gebrachte keuken is belegd. De heer De Rooy redde die tijdens een van zijn strooptochten uit een brandend huis. Hij zag zich daarbij genoodzaakt een reeds losgeraakte deur als hitteschild te gebruiken. Bij nadere beschouwing bleek dat een prachtige oude deur te zijn. Wel erg geblakerd aan één kant, maar zo was-ie tenminste meteen mooi schoon. Natuurlijk ging die deur mee, op het dak van de VW, en mooi gelakt en goed geolied draait hij nu in het museum heen en weer. Het is een zo alleraardigst museum geworden, dat wij een bezoek beslist ten zeerste aanbevelen. Wij laten dan ook na, er een volledige beschrijving van te geven – volledig zou trouwens ook niet eens kunnen! Maar wel willen wij het nog even hebben over het ‘Dorpsplein op zolder’, zoals wij de afdeling oude ambachten hebben gedoopt. Van de zolder is namelijk, vooral ook door toedoen van ambachtsschoolleraar en VW-rijder De Rood, een juweeltje gemaakt. Gegroepeerd rond een ‘plein’ zijn hier een schoenmakerij, een hoepelmakerij, een touwslagerij, een timmerwinkel en nog enige oude werkplaatsen opgetrokken. Deuren en ramen van de ‘gevels’ zijn geheel in stijl. Zo ook het interieur, dat niet alleen decoratief, maar ook instructief is omdat men er in originele kledij gestoken menselijke gedaanten metterdaad ‘aan het werk’ ziet te midden van werkstukken in verschillende stadia van voltooiing. Zo werd de Hoeksewaard een prachtig museum rijk. Maar méér dan dat, want zoals reeds even aangestipt, werd het streekmuseum opgenomen in het Cultureel Centrum Hoeksewaard, en dit betekent dat er leven in zit. Er wordt vergaderd en er wordt geconcerteerd, er is een afdeling van de provinciale bibliotheek in gevestigd (waarover mevrouw Dekker de scepter zwaait), er worden wisselende tentoonstellingen gehouden, er wordt gearchiveerd en gevorst. Met behulp van vrijwilligersgroepen komt in snel tempo een documentatiecentrum van de grond. Zo is er bij voorbeeld een groep vrijwilligers, die de gemeentelijke, de polder- en de kerkelijke archieven, tot de oudste toe, helemaal uitpluist en in kaartsystemen verwerkt – schatkamers voor genealogen. Zo wordt er gestart met een dialectgroep en is er nu al een archief van ongeveer vierhonderd grote topografische kaarten van de Hoeksewaard. ‘Een streekwerkplaats op cultureel gebied’ – zo noemt het de heer De Rooy zeer terecht. Maar ook: een trefpunt. Toen wij ronddoolden door ’t Hof van Assendelft was er juist een tentoonstelling geopend van Hoeksewaardse amateurfotografen, en stonden in een der bovenzalen nog de stoelen van het daar kort tevoren gegeven barokconcert. ‘Ons museum moet een levend museum zijn’, zeggen ze in de Hoeksewaard.

(Bron: ‘Dorpsplein op zolder’, De VW, automobilistisch maandblad, jaargang 17, nummer 11, mei 1969)

 

Updated: februari 17, 2022 — 1:37 pm

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.