Beschermheer van onze oudheid

Dit artikel is gepubliceerd in de Hoeksche Waard Exclusief van 14 mei 2019 (website HWE). U kunt dit artikel downloaden in PDF-formaat: HWE-Jeroen-Ras-14mei2019

Jeroen Ras werd geboren op 9 mei 1971 in Vlissingen, een jaar later verhuisden zijn ouders naar Strijen. Zijn liefde voor geschiedenis werd concreet in de warme zomer van 1982. Ten behoeve van uitbreiding van het Strijense gemeentehuis werden twee oude panden gesloopt, de bodem gaf zijn schatten bloot. ,,Vriendje Anton van Meurs was als vrijwilliger behulpzaam bij de opgravingen. Op school toonde hij zakjes aardewerk en botten. Van achter het hek kon ik alles volgen, muren en diepe opgravingsputten. Herhaaldelijk bood ik mijn hulp aan, uiteindelijk mocht ik een oude goot schoonmaken. Ik schijn daar lang mee bezig te zijn geweest, het was een soort test hoorde ik later. Ik heb dat niet zo ervaren, het was fantastisch werk. Vanaf dat moment stond het vast dat ik van beroep archeoloog zou worden.”

Die opgraving bleek destijds van groot archeologisch belang toch?

In navolging van eerdere opgravingen in Oud-Beijerland werd gedacht dat ook deze plek wel eens interessant kon zijn. Dat klopte, alleen in Strijen was het na twee meter diep graven niet voorbij. Doordat het huidige centrum op drie terpen is gebouwd werd negen maanden gegraven, er ontstonden putten van acht meter diepte. Vanwege de vondst van een glasschat werd het internationaal nieuws. Deze werd gevonden in een vijftiende-eeuws wc-tonnetje. Strijen was toen een belangrijke plaats, ook bestuurlijk gezien. Ik vermoed dat hier een herberg stond, met een afzonderlijke vergaderruimte voor de bestuurders. Deze vondst is hun afval en veelzeggend over de toenmalige positie van Strijen. Glas werd namelijk alleen gebruikt door de welgestelden.

Wat Strijen betreft viel je dus met je neus in de boter.

Acht meter ophogen doe je alleen maar als je een belang hebt. Hierdoor zijn uitstekende conserveringsomstandigheden ontstaan. Het bodemarchief is intact gebleven, afgesloten van zuurstof. Het graven in de lagen is als tijdreizen. Vroeger haalde de vakwereld de neus op voor de Hoeksche Waard. ‘Veel te nat, alles weggespoeld door de vele overstromingen’, zo was de gedachte. Door particulier initiatief is daar verandering in gekomen, er zijn prachtige vondsten gedaan. Juist door kleiafzetting is een prachtig bodemarchief ontstaan.

Is het nu nog steeds particulier initiatief?

Wij wilden een archeologische dienst in de Hoeksche Waard realiseren. Maar dat kon niet omdat nieuw rijksbeleid bepaalde dat er een archeologische markt moest komen. Bedrijven die onderzoek zouden gaan uitvoeren, in plaats van archeologische diensten. Om die reden hebben we met vier personen in 1997 SOB Research opgericht, voortgekomen uit de Stichting Oudheidkundig Bodemonderzoek Hoeksche Waard. We werken nu landelijk en zijn één van de oudste nog bestaande archeologische bedrijven. Overigens bestaat de regionale archeologische stichting ook nog steeds en daar ben ik voorzitter van. 

Dus de overheid heeft de waarde van de archeologie wettelijk erkend?

Ja, maar ook lokaal zag men die waarde wel. Zo is in 2009 voor de gehele Hoeksche Waard een archeologische beleids- en advieskaart opgesteld. Dat was een prima product waar wij ook medewerking aan hebben verleend. Implementeer deze in het gemeentelijk beleid, zo luidde het advies. Dat werd overal gedaan, maar uitgerekend niet in Strijen. De toenmalige wethouder wilde dat niet en heeft die kaart niet eens bij de gemeenteraad op de agenda gezet. Die man had niets met archeologie, erg jammer vanwege de unieke situatie hier. In 2018 kwam dat pijnlijk aan het licht, bij de aanleg van de Kaai ging het mis. Maar eigenlijk ontstonden er eerder al, in 2015, problemen.  Toen werden er werkzaamheden in de Strijense Kerkstraat uitgevoerd, het middeleeuwse centrum dus.

Wat hielden die werkzaamheden in?

Om een nieuwe hemelwaterafvoer aan te leggen werd een sleuf gegraven van een meter diep. In dit archeologisch zeer hoogwaardige gebied heeft SOB Research, in opdracht van de Gemeente Strijen,   onderzoek gedaan. We troffen onder meer erg veel afval aan uit de vijftiende eeuw en een veertiende-eeuwse kerkhofmuur. Voorbij die muur  werd de afvallaag dikker en werd het heel interessant. Maar toen moesten we noodgedwongen stoppen.

Omdat?

In de planning was onvoldoende rekening gehouden met gedegen archeologie. We moesten ons houden aan logische eisen, ‘U zult al uw vondstmateriaal bergen’. Buiten onze schuld duurde het allemaal langer dan gepland, we hebben toen als noodoplossing die belangrijke afvallaag in 26 genummerde bigbags gestopt. Een team van vrijwilligers is daar nog steeds mee bezig, in een voormalig schoolgebouw. We zijn net over de helft, normaliter een onbetaalbaar proces natuurlijk. Gelukkig vinden de vrijwilligers het leuk en het past prima binnen de publieksparticipatie die nu zo belangrijk wordt gevonden.

En wat zijn de bevindingen?

Door botten en zelfs visresten krijgen we een beeld wat er werd gegeten toen. Een deel van het ambachtelijk afval werd op straat geveegd. Dus zonder de percelen op te graven kun je uitspraken doen over het soort bedrijven hier. We hebben grote hoeveelheden afval van een schoenlapper gevonden, nu al hebben we 20.000 fragmenten gevonden. Alles wordt geconserveerd, helaas is de unieke waarde niet bij iedereen duidelijk.

Leg die unieke waarde eens uit.

Juist in deze periode was in schoenenland een technologische revolutie gaande. Vanwege het ontstaan van noodzakelijke bestrating ging men over van de enkelvoudige zolen naar de samengestelde zool. Dat is hier te zien, uniek op dorpsniveau. We hebben stukjes textiel gevonden, vilt van 500 jaar oud. Middeleeuws textiel is echt zeldzaam. Ik begrijp de lauwe reactie van de opdrachtgever, in relatie tot de kosten. Het is abstract, maar laat het je dan uitleggen!

En de overige vondsten?

O.a. een prachtig gedetailleerde gotische tinnen bootmansfluit uit de vijftiende eeuw. Naast de botten en scherven zegt ook dat weer iets over de positie van Strijen in die tijd. Gespen, een speelgoed pijlenkoker, een gotisch griffioenuiteinde van een mesheft. Dit vind je normaliter alleen in steden. Zelfs pelgrimsinsignes, souvenirs die werden meegebracht. Deze komt uit België, Aarschot, periode 1450-1500.

Later bij de graafwerkzaamheden bij de Strijense Kaai ging het opnieuw fout?

Ondanks waarschuwingen vooraf werd daar zonder archeologisch onderzoek een groot deel van de zeventiende-eeuwse kade en haven vergraven. In het stortdepot lagen kapotte stukken kademuur uit 1650 en een groot deel van de historische havenvulling. De monumentencommissie van de gemeente Strijen, waar ik sinds 1995 deel van uit maakte, werd daar heel boos om. Op advies van de commissie werd een archeologisch bedrijf gehuurd om de schade op te nemen. Dat bedrijf maakte zich er met een jantje-van-leiden vanaf. Prutswerk. Er werd beweerd dat er niets in de uitgegraven grond aanwezig was. Door de gemeente werden ze ook nog eens naar de verkeerde plek gestuurd. Ik heb toen een contrarapport opgesteld. Het werd door de gemeente tijdens een vervelend gesprek ongemotiveerd van tafel geveegd.

En wat trof je zelf aan in het gronddepot?

Tinnen lepels uit de zeventiende eeuw, hulzen uit wo2, oorlogsgeld, munten, aardewerk. Van alles uit de periode 1600 tot 1970. Ook vonden we een oude bootshaak en hijsgereedschap, stevige ijzeren gebruiksvoorwerpen uit de zeevaart. In totaal hebben vrijwilligers nog circa 1000 vondsten kunnen redden, totdat de gemeente de grond liet afvoeren. De volledige monumentencommissie heeft naar aanleiding van dit gedoe vorig jaar haar ontslag ingediend.  

Door de éénwording van de Hoeksche Waard is een ander beleid ingezet?

‘Wat er in Strijen is gebeurd, mag nooit nogmaals gebeuren’, zo is de gedachte. De nieuwe wethouder Harry van Waveren erkende de gemaakte fouten en gaat er alles aan doen dit te herstellen. Voor mij voelt dit wel als een rehabilitatie.

Je wordt erkend als beschermheer van onze oudheid.

Ik ben heel blij dat het college van de gemeente Hoeksche Waard de waarde inziet van het bodemarchief, daar op een normale manier mee omgaat en kansen ziet om de streek daarmee te versterken. Uiteraard kost dat geld, maar we moeten archeologie niet als een hobbel zien. We hebben hier aantoonbaar 4000 jaar bewoning, laten we werken aan de zichtbaarheid daarvan.

Op welke wijze?

Daar heb ik met de wethouder over gesproken, hoe ga je dit ontsluiten? Het kan via een website, waarop alle vondsten worden getoond. Voor Strijen bestaat nu het idee om door kleuren in het plaveisel aan te geven waar de oude kerkhofmuur heeft gelopen, zelfs om een stuk muur bovengronds te plaatsen. Met daarbij een informatiebord. Meer plaatsen in de Hoeksche Waard lenen zich daarvoor, het gebeurt in heel Nederland. In Strijen was het altijd onbespreekbaar.

Het moet voor jou als een verademing voelen allemaal.

Het voelt alsof de lente is aangebroken. Ik moest altijd een kar trekken die aan alle kanten werd tegengehouden. Nu komen anderen met plannen, ideeën en enthousiasme. Na een zeer pijnlijk jaar van zware teleurstelling ben ik positief gestemd voor wat betreft de toekomst.  

Wat wens je de Hoeksche Waard toe op archeologisch gebied?

Gebruik de archeologie om de leefomgeving te verbeteren, dat past ook binnen de streekpromotie. Er moet een opslagdepot komen voor alle vondsten, gelukkig ondersteunen alle partijen dat. De Hoeksche Waard blijkt zo belangrijk te zijn geweest vroeger, doe daar dan ook leuke dingen mee. Laat iedereen zien wat er allemaal gebeurde in dit gebied!

Updated: mei 22, 2020 — 10:26 am

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.