Bewarings- en verblijfskamp Fort Buitensluis – Deel 3

Dit artikel is gepubliceerd in de Hoeksche Waard Exclusief van 15 december 2020 (website HWE). U kunt dit artikel downloaden in PDF-formaat: hwe-fort- buitensluis-1945-1947-deel3

Bewarings- en verblijfskamp Fort Buitensluis – 1945-1947 – Deel 3

Fort Buitensluis: Sluiting van het kamp

Begin 1947 was er nog sprake van een uitbreiding van het kamp. De capaciteit zou worden uitgebreid naar 500 gedetineerden. Een waslijst aan lokale ondernemers leverde diensten en goederen aan het kamp, de in te huren arbeidskrachten waren goedkoop en de werkgelegenheid in het kamp was omvangrijk. Goed nieuws dus voor de opkrabbelende Hoekschewaardse economie. Echter, schandalen, financieel wanbeleid en nieuwe inzichten bij de Nederlandse overheid zorgden ervoor dat in de zomer van 1947 een onverwacht einde kwam aan het ‘Bewarings- en verblijfskamp Fort Buitensluis’. Zelfs de aanstelling van een nieuwe kampcommandant en een nieuwe administrateur bleken onvoldoende om het onheil af te wenden.

Ontslag

De kampcommandant, voormalig Rijksveldwachter en lid van het verzet, vormde het middelpunt van kritiek en klachten. Twee officiële klachten, ingediend door gedetineerden uit kamp Oud-Beijerland en Numansdorp, leidden tot een veroordeling en tenslotte tot ontslag. In de H.B.S. werd het slaan van de gedetineerde D. met een gummiknuppel bewezen geacht. ‘Wij zijn geen Duitschers en mogen ook geen Duitsche methoden toepassen’, de boete voor de commandant bleef laag vanwege zijn staat van dienst tijdens de oorlog. Een uitgebreide klacht over fraude binnen kamp Numansdorp, ingediend in 1946 door gedetineerde G.H. de V., had grotere gevolgen. Dhr. Talsma van het Directoraat-Generaal voor Bijzondere Rechtspleging (DGBR) was na zijn onderzoek onverbiddelijk. De werkmeester, de administrateur en de kampcommandant (door de gedetineerden ‘Nero’ genoemd) werden ontslagen. Veel aantijgingen van De V. werden als overdreven ingeschaald, anderen konden eenvoudig worden bewezen. Bestudering van de financiën en een rondvraag onder personeel en gedetineerden leidden tot vele conclusies, aanbevelingen en maatregelen.

Schandalen en financieel wanbeleid

Twee kampleiders ontvingen een navordering voor verwerkt hout, ten behoeve van privé eigendommen. Onder het personeel vonden navorderingen plaats over geleverde producten, vervaardigd door de gedetineerde timmerman S. Vanwege het ontbreken van een poortwacht kon het aantal door gedetineerden gewerkte dagen (de tewerkstelling bij externe partijen) niet meer worden achterhaald. Om diezelfde reden kon, voor de bouw van een prieel en een stenen kippenhok bij de privéwoning van de commandant, geen arbeidsloon worden berekend. Aanvankelijk werden alle opbrengsten van de tewerkstelling direct per kas afgerekend. En dat terwijl alle uitgaven wel werden gedekt door documenten, voorzien van een handtekening van de commandant. Binnen het kamp vonden ongewenste functieverenigingen plaats, men moest zichzelf controleren. Feit was dat de administratie binnen het kamp belabberd was. Als oorzaken werden onkunde, eenzijdige ervaring, een gebrek aan ervaring en vergaande slordigheid opgevoerd. De aanstelling van een nieuwe administrateur in september 1946 loste niets op, ook hij bleek niet zelfstandig alle werkzaamheden te kunnen verrichten. De eigendommen van alle gedetineerden werden bij arrestatie ingenomen door leden van de BS; hiervan bleek geen Proces Verbaal opgemaakt. Zo kon het gebeuren dat eigendommen werden ontvreemd uit de bewaarenveloppen. De rijke Zuid-Beijerlandse boer Van S., die na zijn rechtspraak het kamp mocht verlaten, miste diverse eigendommen. Na onderzoek werd zijn gouden vulpen aangetroffen bij de zoon van een kampleider. De dienstauto van het kamp (met chauffeur) werd gebruikt voor het vervoer van familieleden en privéreisjes. In mei 1947 werd een werkproject op Tiengemeten per direct afgeblazen, de vergoeding voor de arbeid van de gedetineerden bleek als aangenomen werk maanden eerder al contant te zijn afgerekend; en dat terwijl een uurloon bij tewerkstelling de norm was. Ook bij de bewaking werden diverse misstanden gesignaleerd. Sommige bewakers lieten tegen betaling toe dat gedetineerden zich voor romantische avontuurtjes afzonderden tijdens werkprojecten. Een andere bewaker zat aan de borrel met een gedetineerde in een Rotterdams café. Dat gebeurde ook in Strijen, toen in het café van een ex-gedetineerde (!) recreatieartikelen moesten worden opgehaald. Alle wantoestanden werden toegeschreven aan onvoldoende kampinspectie, onvoldoende toezicht van het accountantskantoor en de onvoldoende kampleiding. Het eindoordeel van de inspectie luidde dat  ‘alle dubieuze figuren zo snel mogelijk moeten worden ontslagen’. Van fraude en omkoping werd niet gesproken, wel van het schijnbaar moedwillig creëren van een omgeving waarin frauderen gemakkelijk en verleidelijk was.

Sluiting

De eerste daad van de nieuwe commandant Van Veldhuizen, aangesteld per 1 maart 1947, was het instellen van een poortwacht. Op die manier kon eindelijk worden bijgehouden wat aan tewerkstelling moest worden doorberekend aan opdrachtgevers. De maatregel kwam te laat, in de zomer van 1947 viel het doek. De kosten per mandag (meer dan 4 gulden) waren in vergelijking met vergelijkbare kampen schrikbarend hoog. De lage opbrengst van de tewerkstelling, gedeeltelijk als gevolg van de vorst, lag hieraan ten grondslag. Een andere oorzaak was de geringe bezetting (gemiddeld 200 gedetineerden; in die zomer nog maar 155), zonder dat van een aanpassing van de uitgaven sprake was. Het tekort over 1947 was na een half jaar al opgelopen tot bijna anderhalve ton, alleen een aanzienlijke uitbreiding van de capaciteit kon het kamp nog redden. Het aantal kampen in Nederland werd echter afgebouwd. Gedetineerden en geïnterneerden werden overgebracht naar grotere verzamelkampen. In de Hoeksche Waard kwam de politieke vervolging op 1 juni 1948 ten einde met de opheffing van de kamer Oud-Beijerland en het Dordtse tribunaal. De regering zag in dat het ondoenlijk en kostbaar was om iedereen te laten berechten. Lichte gevallen werden in vrijheid gesteld, na jarenlange gevangenschap en soms zonder proces. Net als In Numansdorp was de situatie in een groot aantal kampen, mede door het gebrek aan controle, betreurenswaardig te noemen. Naast het feit dat het de geïnterneerden aan vrijwel alle basisvoorzieningen ontbrak, werden zij behandeld op een manier die niet door de beugel kon. Nadat het besluit was gevallen om kamp Numansdorp te sluiten werden alle barakken en keten afgevoerd. Aannemer Dorsman uit Numansdorp voerde de noodzakelijke opruimings- en herstelwerkzaamheden uit, tenslotte werd het terrein weer ter beschikking gesteld van de Eerstaanwezend Ingenieur der Genie te Breda. Commandant Veldhuizen ging aan de slag in kamp Crailoo in Laren, wat bleef waren de strafcellen. Voorzien van ingekerfde namen en een wanhoopskreet: ,,Gij die hier binnentreedt laat alle hope varen”.

Omdat de Hollanders ook wreed waren…

Op 13 juli 1945 trad Marinus van Steensel in dienst als bewaker (foto), voor een salaris van 132 gulden per week. Ina Middelkoop-van Steensel bewaarde een brief van haar vader, hij rapporteerde een ontsnappingspoging van een gedetineerde op 10 februari 1946. Korte tijd later nam Van Steensel ontslag. Ina: ,,Toen ik hem vroeg over die tijd zei hij dat hij het niet vol kon houden daar. Omdat de Hollanders ook wreed waren, en dat kon hij niet. Hij wilde zich niet verlagen door hetzelfde gedrag te tonen als de Duitsers, dan zou hij net zo slecht zijn”.      

Brief Marinus van Steensel

Klik voor een vergroting

Marinus van Steensel

Zie ook deel 1 van deze serie: Bewarings- en verblijfskamp Fort Buitensluis; Deel 1

Zie ook deel 2 van deze serie: Bewarings- en verblijfskamp Fort Buitensluis; Deel 2

Updated: december 22, 2020 — 5:32 pm

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.