De Blauwe Vogel van Guy Hénault

Dit artikel is gepubliceerd in de Hoeksche Waard Exclusief van 19 december 2017 (website HWE). U kunt dit artikel downloaden in PDF-formaat: de-blauwe-vogel-dec2017-hw-exclusief

Paul Kuster woont samen met Gretha Quist en zoon Rutger in de Antiekboerderij Oud-Zomerland, aan de Blaaksedijk West. Als liefhebber van oud en antiek was het bezitten van een vooroorlogse sportwagen een grote wens. Bijna is het zover, over enkele maanden kan de Hoeksche Waard zich vergapen aan ‘De blauwe vogel‘.
Jongensdroom
Voor mij is de Austin Healey dé sportwagen. Na mijn lerarenopleiding in Delft heb ik een aantal maanden in een garage gewerkt. Ik werkte daar aan een oude sportwagen die ik in een boerderij in de Hoeksche Waard had gevonden, een zogenaamde ‘barnfind’. In deze garage hadden ze alleen Healey’s en Jaguars. Later ben ik in de automatisering gaan werken, toen ik genoeg geld had heb ik meteen een prachtige Healey gekocht. Ik heb die auto nog steeds, ik ben er erg trots op. De Healey werd gemaakt van 1952 tot 1967, een naoorlogse sportwagen dus. Mijn jongensdroom was het bezit van een originele vooroorlogse sportwagen. Die staan echter in het museum of zijn in particulier bezit. Ze zijn peperduur, je ziet ze sporadisch bij gerenommeerde veilinghuizen. Tamelijk onbereikbaar dus. Ze worden wel veel nagebouwd, specials noemen ze dat. Maar ik wilde een echte bezitten.
Franse Marktplaats
In mei 2014 zag ik op de Franse versie van Marktplaats een advertentie. Drie knullige foto’s van een auto die er niet uitzag! Je zag de straat er doorheen, er zat geen vloer in. Zonder verf, overal draden en troep en er zaten verkeerde wielen op. Te koop voor 11000 euro. Ik was gefascineerd, om mijn concurrenten voor te zijn heb ik meteen gebeld. Ik had de foto’s aan diverse kenners laten zien, niemand kon de leeftijd of zelfs het merk inschatten. Ik was behoorlijk zenuwachtig toen we naar Frankrijk reden. Tijdens de rit van 730 kilometer naar Châtellerault heb ik sterk op het gemoed van mijn vrouw Gretha ingewerkt. Om haar te overtuigen van het plezier waar deze auto voor gaat zorgen. Het is toch een hele uitgave, een gok bijna. Aangekomen bij een boerderij stond de auto in het daglicht op ons te wachten. Gretha slaakte meteen een kreet, ik schrok me rot. Wat bedoel je? Rotzooi of fantastisch? ‘Wat gaaf’, zo riep ze uit. We hebben meteen de koopovereenkomst getekend en de auto op de aanhanger gezet. Op de weg terug hebben er honderden auto’s om ons heen gezworven, uit alle hoeken werden foto’s gemaakt. Een hele verschijning van 5 meter lengte, bij een benzinepomp vroeg er iemand of het een Grandprix raceauto was. We moesten het antwoord schuldig blijven. We weten helemaal niets van deze auto!

Onderzoek, een dure plantenbak?
In de advertentie stond dat het merk een prototype Mathis was. Ik heb musea aangeschreven, boeken doorgenomen, filmpjes op YouTube bekeken. Niets te vinden, ook niet in de uitslagen van vroegere races. Het oordeel van een kenner was resoluut: ‘Dit is absoluut geen Mathis’. Een gestanst chassisnummer was niet aanwezig, alleen op een koperen plaat onder de motorkap was een nummer leesbaar. ‘Jullie hebben een dure plantenbak gekocht’, zo zeiden kennissen. Zonder informatie over de herkomst en zonder papieren was dat een juiste conclusie. Er kwam schot in de zaak na contact met Dhr. Dieleman, een Citroënkenner. Hij had iets van de auto herkend en wist het nummer op de koperen plaat te ontcijferen. Het chassisnummer van een Citroën 5HP, geproduceerd in mei 1925. Het nummer is later aangevuld met extra cijfers, namelijk het nummer van het arrondissement van de woonplaats van de bouwer. De reden daarvan stond ook op die koperen plaat: Voiture Reconstitue Type: Isolé. Een unieke automobiel dus, door iemand zelf gebouwd. Op het dashboard vonden we de tweede hint. Een geëmailleerd plaatje van Sint Christoffel, beschermheilige voor de reiziger. En een naam: Guy Hénault, Douchy, Loiret.
Créateur d’automobile (De maker)
Na een omvangrijke zoektocht kwam ik uit bij een garage in Douchy. De eigenaar had de garage gekocht in 1984, van Guy Hénault. ‘Ik ken hem verder niet, maar ik zal u even zijn nummer geven’, zo reageerde hij. Na een jaar zoeken was ik op het goede spoor, ik heb hem meteen gebeld. ‘Ici Paul Kuster d’Hollande’, zo zei ik. Na mijn uitleg informeerde ik of ik wat vragen mocht stellen over de auto. Zijn antwoord was uitermate frustrerend. ‘Nee. Als ik niet meer had geleefd had je ook niets kunnen vragen’. Einde gesprek. Ik was zwaar teleurgesteld. Dit was dé manier om het mysterie op te lossen en de auto weer op de weg te krijgen. Toen besloot ik om de auto als een Mathis te gaan beschouwen en kocht een bijbehorend kenteken en motorblok. Na een bezoek aan het Autodrome de Linas-Monthléry, een authentieke kombaan uit 1924, veranderde alles. Omdat we toch in de buurt waren reden we richting Guy Hénault. Onderweg belde ik hem weer op, hij was omgeslagen als een blad aan een boom en nodigde ons meteen uit om een keer langs te komen. Toen was het mijn beurt om hem te verrassen: we zijn er over 10 minuten! Guy Hénault bleek een sympathieke man te zijn, geboren in 1929. Bij ons eerste telefonisch contact was hij gewoon overdonderd. ‘Ik dacht dat u de president (Hollande) was’, zo grapte hij. Na ons eerste gesprek is hij toch gaan zoeken naar foto’s en papieren, alles bleek al klaar te liggen. Sinds die tijd houden we contact met hem, 99% van de zoektocht is volbracht. In december 2016 is hij naar Nederland gekomen, samen met zijn vrouw en zijn zoon. Hij had nooit meer verwacht deze auto nog eens terug te zien, hij was meer dan 30 jaar geleden verkocht aan de sloperij van een vriend. Niet gesloopt maar nog vijf keer doorverkocht.
De blauwe vogel
Guy bouwde de auto in 1948, samen met een monteur die in dienst was bij het garagebedrijf van vader Hénault. Naar evenbeeld van de in die tijd populaire race wagens. In Frankrijk is het zelf bouwen van een auto niet ongebruikelijk, alleen vlak na de oorlog was er niet zoveel materiaal voorhanden. Met veel creativiteit gingen ze aan de slag. De voorkant van de auto is afkomstig van een Mathis, gekozen vanwege de aanwezigheid van voorremmen. Dit werd passend gemaakt op een verlengd Citroën-onderstel van de 5HP. Ook de motor was oorspronkelijk van een Citroën en werd in 1960 vervangen door een sterkere Simca motor. De motorkap is afkomstig van een Horch (Type 930 V8), een Duitse officiersauto uit de Tweede Wereldoorlog. De grill is van een Renault, de staart is weer een verhaal apart. Dit soort staarten worden een ‘Pointe Bordino’ genoemd. Naar de Italiaanse racer die deze aerodynamische vorm introduceerde. Om dat effect hier te bereiken gebruikten ze als opbouw overblijfselen van een ter plaatse neergestort Duits jachtvliegtuig, een Messerschmitt (of een vergelijkbaar type). Ooit heeft een toenmalige klant van de garage, beroemd acteur en sportwagen liefhebber Alain Delon, complimenten aan Guy over de auto gegeven. ‘De blauwe vogel’, zo doopten ze hun creatie. Met verwijzing naar Malcolm Campbell, hij behaalde verschillende keren het wereldsnelheidsrecord op land. Hiervoor gebruikte hij voertuigen die hij steevast Blue Bird noemde.
Een tweede leven
Terug op de weg, dat is het grote doel nu. Het RDW heeft na bestudering van alle gegevens het licht op groen gezet. Er is inmiddels een Citroën donorauto gekocht, vanwege de eis van het RDW om er een Citroënmotor in terug te zetten. Mechanisch moet de auto top zijn, het uiterlijk hoort bij de ouderdom. Vrijwel alle ontbrekende originele onderdelen, zoals Guy ze destijds pakte uit de schappen van zijn vaders bedrijf, heb ik op de kop kunnen tikken. Zelfs de sierstrippen voor op de motorkap heb ik gevonden. Mijn zoon Rutger hoopt dit schooljaar zijn Vwo-diploma te halen. Dat moet het moment zijn dat de auto voor het eerst wordt gebruikt. We verheugen ons ook al op deelname aan de races in Frankrijk. Omdat de auto in 1948 is geregistreerd geldt deze officieel als vooroorlogs, tot die tijd vond namelijk geen nieuwe productie plaats. Tegenwoordig zijn veel oude auto’s samengeraapt. Die van mij ook natuurlijk, maar wel in die periode. In het nieuwe Citroënboek van Dhr. Dieleman zal een hoofdstuk worden gewijd aan ‘De blauwe vogel’, het Franse autotijdschrift La vie de l’auto heeft ook al interesse getoond. Niemand had ooit gedacht dat deze auto toch weer op de weg zou komen!

Updated: mei 21, 2020 — 9:15 am

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.