Een vader als ‘Soldaat van Oranje’

Dit artikel is gepubliceerd in de Hoeksche Waard Exclusief van 25 september 2017 (website HWE). U kunt dit artikel downloaden in PDF-formaat: HW-Exclusief-25sept2017-Engelandvaarder

Het onderwerp spreekt nog altijd tot de verbeelding. De theaterproductie ‘Soldaat van Oranje’ loopt al langer dan de gehele duur van de Tweede Wereldoorlog. ‘Engelandvaarder’ is een erenaam voor Hollands glorie uit donkere dagen. Mannen en vrouwen die na de capitulatie in mei 1940 en vóór de invasie van juni 1944 uit bezet gebied wisten te ontsnappen. Met de bedoeling zich in Engeland of ander geallieerd gebied bij de strijdkrachten aan te sluiten. Ook Willem Snijders, de vader van Dick Snijders (67) uit Oud-Beijerland, besloot om actief aan de strijd tegen de vijand deel te nemen. Dick startte een speurtocht naar het verleden van zijn vader, ooit moet het leiden tot een publicatie.

Waarom ben je gestart met een onderzoek?
Van huis uit werd mij weinig verteld. ‘Hij is Engelandvaarder. Vanuit Zweden ging hij naar Engeland. Hij ging bij de koopvaardij en verspeelde nooit een schip.’ Zo verteld lijkt het alsof hij niets heeft meegemaakt. Toen mijn zoon Liam een profielwerkstuk over de koopvaardij maakte was het een aanleiding om alle paparassen eens te sorteren. Door mijn pensionering kreeg ik daar ook tijd voor.
Wanneer hoorde je voor het eerst over zijn verleden als Engelandvaarder?
Ik was toen een jaar of acht, maar er werd nooit verteld wat dat inhoudelijk voorstelde. Als kleine jongen speelde ik met een vistuigje en een rood lampje. ‘Dat is uit de oorlog’, zei moeder. In Normandië zag ik onlangs in een museum exact eenzelfde setje. Bedoeld om na schipbreuk te overleven op zee.
Heb je een plan van aanpak gemaakt?
K.W.L. Bezemer schreef twee boeken en een supplement over de geschiedenis van de Nederlandse Koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog. Die boeken waren van mijn vader, na aanschaf daarvan bleef hij aan één stuk lezen. Toen hij klaar verzuchtte hij ‘hè, hè, eindelijk erkenning’. Het betekende ook meteen dat hij vond dat hij niets meer hoefde te vertellen. ‘Lees de boeken maar’, zo was zijn standpunt. Daar ben ik dus mee begonnen.
Heb je ook contact gezocht met militaire instanties?
Via het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) heb ik een persoonskaart van mijn vader ontvangen. Hierop staat op welke schepen hij heeft gevaren in de oorlog. Het grootste gedeelte op de s.s. Leerdam, een passagiersschip van de Holland Amerika Lijn uit Rotterdam. Dit schip kwam in 1940 in geallieerde dienst. Net als de s.s. Edam, daar voer hij wat korter op. De scheepsjournalen van deze schepen zijn bewaard gebleven, ik heb ze kunnen inzien in het Stadsarchief Rotterdam. In het journaal van de Leerdam staat af en toe ‘konvooi’, in dat van de Edam ‘Uitkijk op de bak, guns bemand’. Over posities werd niets geschrevenen, vanwege de oorlog. Mijn vader bemande bij toerbeurt ook zo’n gun, van het type ‘Oerlikon’. Zijn opleiding daarvoor kreeg hij in Liverpool.

En ben je al in Noordwijk geweest, in het Museum Engelandvaarders?
Ja, onlangs. In 2015 is dit museum geopend door Koning Willem-Alexander. Er staat daar een display met alle namen van de erkende Engelandvaarders. Toen ik op de naam van mijn vader en mijn oom klikte kwam er in beeld ‘Informatie gezocht’. Ik heb meteen contact gelegd en verhalen en foto’s verstrekt, die zijn nu te zien op die display. Het was voor het eerst een bevestiging dat mijn vader als erkend Engelandvaarder staat geregistreerd.
Kun je beschrijven hoe de route naar de geallieerden verliep?
Op zijn twintigste kwam als assistent-machinist terecht op het vrachtschip ‘Stad Dordrecht’, van de Halcyon-Lijn. Dit schip was gevorderd door de Duitsers. Na ruim een half jaar zag hij in Zweden zijn kans schoon, met behulp van de kok is hij stiekem van boord gegaan. De registratie van mijn vader als vierde machinist op de Stad Dordrecht begon op 27 december 1940 en eindigde rond zijn vlucht, op 20 juli 1941. Hij is zwemmend in Zweden aangekomen, daar werd hij in het bos verborgen gehouden. Hij moest hout hakken en koeien weiden. Door Zweedse dames werd hij van eten en drinken voorzien. Zij regelden uiteindelijk het contact met de Zweedse autoriteiten.
En toen naar Engeland?
Op 20 september 1941 vloog hij naar Londen, samen met een aantal landgenoten. In Engeland werd hij ondervraagd. Nadat was vastgesteld dat hij geen spion was, werd gevraagd of hij de Koninklijke Marine of de koopvaardij wilde kiezen. Hij koos de koopvaardij. Zijn oudste broer Kees bewandelde vrijwel dezelfde weg om in Engeland te komen, maar die koos voor de Koninklijke Marine.
Dus je vader is ook op de thee geweest bij Koningin Wilhelmina, net als de Soldaat van Oranje?
Het is wel uitgenodigd, maar is niet gegaan. Om de reden draaide hij wat heen, ‘geen tijd’ en ‘geen interesse’. Na de oorlog heeft mijn oma opnieuw een uitnodiging ontvangen, als moeder van twee Engelandvaarders is zij uiteraard wel gegaan. Mijn vader had in zijn Londense tijd een herkenningsspeldje gekregen, een leeuwtje met daaronder ‘je maintiendrai’. Mijn oma heeft het de rest van haar leven gedragen.
De koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog, dat was geen pretje!
In konvooien over de Atlantische Oceaan werden goederen vervoerd, het gevaar lag daarbij constant op de loer. Jagende onderzeeërs, de zogenaamde U-boten. Maar ook de Luftwaffe, de Kriegsmarine en drijvende mijnen zorgden voor dood en verderf. Mijn vader zat als een rat in de val in de machinekamer. Probeer je nu eens voor te stellen dat je op je werkplek op ieder moment getroffen kan worden door een torpedo! Aan boord werd flink gedronken en gerookt, ter ontspanning. Hij moet angstige momenten hebben meegemaakt.
Wanneer kwam je vader weer thuis?
Het weerzien was al snel na de bevrijding, in mei 1945. Voor zijn vader bracht hij een cadeau mee, een Raleigh-fiets. In al die tijd had hij één keer iets van zich kunnen laten horen. In december 1943, via het Engelse Rode Kruis: ,,Lieve ouders, had prettig kerstfeest. Ben gezond. Groeten aan familie.” Ook Engelandvaarder broer Kees kwam in mei thuis. Het eerste samenzijn was aanleiding voor een mooie groepsfoto. Mijn opa en oma met hun acht kinderen. Kees heeft zijn uniform nog aan, mijn vader Wim staat helemaal rechtsboven.
Stel, je vader zou nog leven. Wat had je hem nog willen vragen?
Op 10 mei 1990 bezocht hij voor het eerst de Nationale Veteranendag, drie jaar later overleed hij. Hij kreeg er veel respect van mensen van de Marine, iets wat veel indruk maakte op hem. Echt diep ging hij nooit op de oorlog in, terwijl hij toch wist dat ik leraar was en veel interesse had in zijn verleden. Feiten, data, namen, plaatsen. Ik besef echter ook dat ik hem er nooit expliciet om heb gevraagd.
Wanneer wil je gaan publiceren? En voor wie?
In de eerste plaats voor mijn kinderen en kleinkinderen. Ik voel best wel een bepaalde trots over het oorlogsverleden van mijn vader. Ik kon het nooit laten blijken, er werd zo weinig over gesproken. Momenteel loopt het onderzoek nog steeds. In het Nationaal Archief in Den Haag heb ik zijn dossier mogen inzien en ik hoop dat het scheepsjournaal van de ‘Stad Dordrecht’ ergens in een Duits archief ligt. Over zijn periode in Zweden heb ik in het museum Engelandvaarders hulp gevraagd. Zodra ik wil gaan publiceren hoop ik een museum te interesseren daarvoor. Want het blijft een bijzonder verhaal. Twee broers die zich onafhankelijk van elkaar als Engelandvaarder verdienstelijk hebben gemaakt. In mei 1945 kwamen ze thuis van een lange en onvergetelijke reis.

Updated: mei 22, 2020 — 9:35 am

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.