Arie den Hartog werd bevrijd in Duitsland

Dit artikel is gepubliceerd in de Hoeksche Waard Exclusief van 21 juli 2020 (website HWE). U kunt dit artikel downloaden in PDF-formaat: HWE-arie-den-hartog-wo2-21juli2020

Op 5 mei werd onze 75-jarige bevrijding herdacht. Arie den Hartog (97) uit ’s-Gravendeel werd bevrijd door de Amerikanen; hij was één van de minimaal 600.000 Nederlanders die gedurende de crisis- en/of oorlogsjaren in Duitsland werkten. Binnen de Vereniging Dwangarbeiders Nederland Tweede Wereldoorlog zette hij zich jarenlang in voor de belangen van deze groep. ,,Wij hebben daar een rot periode gehad. Wat betreft schadevergoedingen of andere hulp deed de Nederlandse overheid de deur op slot, vanaf het begin.”      

Relatie met Duitsland

,,Al voor de oorlog was werken in Duitsland verplicht. Bijstand was hier niet, alleen wat stuivers van het crisiscomité. Hitler zorgde voor werk, de politieke motieven achter de aanleg van autobanen interesseerde niemand wat. De Nederlandse overheid omarmde de roep om arbeidskrachten, tussen 1933 en 1939 werkten er op het hoogtepunt tienduizenden Nederlanders in Duitsland. Hitler was een bevriend staatshoofd, de belangen van de arbeider speelden geen enkele rol. Iemand schreef eens dat toen wel exact bekend was hoeveel varkens er in Nederland waren, de hoeveelheid werkelozen moest worden geschat.”

PB Arie den Hartog

Duitsers op de werkvloer

,,Na de bezetting kon je aanvankelijk op vrijwillige basis in Duitsland gaan werken. Degenen die dat deden kwamen na 3 of 6 maanden contractduur terug, met redelijk enthousiaste verhalen. In Nederland bestonden niet eens schaftlokalen, in Duitsland waren er kantines, waslokalen en kleedruimtes. Vanaf 1942 verdween die vrijwilligheid. Bedrijven in Nederland kregen bezoek, er werd beoordeeld wat ze qua kennis en arbeidskrachten konden betekenen voor Duitsland. Zo ook bij het gerenommeerde Penn & Bauduin in Dordrecht, dat o.a. de Moerdijkbruggen bouwde. Ik werkte daar als achttienjarige in de machinefabriek, er gingen geruchten dat we naar Duitsland moesten. We zagen begin 1942 dat op de werkvloer Duitse ambtenaren werden rondgeleid. Volgens geruchten zou een familielid worden opgepakt als je niet meewerkte met hen, ik nam daarom snel ontslag. Vergeefs, enkele dagen later werd ik opgeroepen.”

De contracten lagen al klaar

,,Wij woonden naast de watertorren, Schenkeltje 45. De medische keuring was in ’t Hof van Dordrecht. Je werd daar zo snel mogelijk goedgekeurd voor arbeid. Ik werd verwezen naar het arbeidsbureau Oud-Beijerland. De ingevulde contracten lagen al klaar, wachtend op mijn handtekening. Vakbonden bestonden niet meer, ik heb getekend omdat je jezelf anders nergens op kon beroepen. Op zich waren de voorwaarden niet slecht, maar ik had helemaal geen zin om te gaan. Het Nederlandse stelsel was ingericht om het de bezetter zo makkelijk mogelijk te maken. Als eerste sloot Nederland een overeenkomst met de bezetter waarin werd bepaald dat wij arbeiders onder de Duitse wetgeving vielen. We kregen een pas en extra bonnen voor werkkleding. Maar werkkleding was nergens te koop. Wel waren er 632 treinen beschikbaar, om de Nederlandse jongens naar Duitsland te vervoeren.”

Kugelfischer Georg Schäfer & Co, Schweinfurt

,,Op 29 mei 1942 startte de lang treinreis in Dordrecht en eindigde in Würzburg (Beieren). Via een boemeltreintje kwam ik in Schweinfurt. Bij de fabriek van Kugelfischer werkten tienduizend krachten. Er werden kogellagers gemaakt, kanonnen en tanks zitten er vol mee. Eerstegraads oorlogsindustrie dus. Het bedrijf was in 1938 gemoderniseerd, de ontvangst in de kantine maakte veel indruk. Voor het eten liep je langs de loketten, ‘Frau Haydn’ haalde de vieze borden op. Het eerste contract omhelsde 12 maanden, de werkweek duurde 56 uur (later werd dat 64 uur). De grote baas was meneer Schäfer, een nazi van het eerste uur. Hij had er alles aan gedaan om voor zijn bedrijf de status ‘musterbetrieb’ te verkrijgen. Die waardering van de nazi’s voor zijn ‘voorbeeldbedrijf’ kwam er ook, Albert Speer (minister van bewapening) kwam persoonlijk de bijbehorende swastika-vlag met gouden rand afleveren. Die wapperde op het hoogste punt van het bedrijf.”

Onze broekspijpen wapperden van de luchtdruk

,,Ik werd ondergebracht in Sand am Main, een klein dorpje. Na 3 kilometer lopen over een grindpad nam ik de trein Zeil- Schweinfurt. In de fabriek moest ik machines afstellen, als vervanger van een Duitser die naar het front moest. Er kwamen ook veel Russen aan, dat waren krijgsgevangenen. Aan een Russische vrouw moest ik uitleggen welke knopjes ze moest indrukken om de machines draaiend te houden. De Fransen zaten daar al twee jaar, ze hadden een eigen waarschuwingssysteem bij naderende bombardementen. Daarvan heb ik er drie meegemaakt, aanvankelijk leden de Amerikanen zware verliezen. De luchtafweer in dat gebied werd gevreesd door alle piloten. Pas in februari 1944 werd alles platgegooid. Door oorontsteking werkte ik niet die dag, veel mensen kwamen om toen. Ik werd overgeplaatst naar een voormalige bontfabriek In Erlangen, ingericht als werkplaats van Kugelfischer. Het bijna 20 kilometer verder gelegen Nürnberg werd vaak gebombardeerd, onze broekspijpen wapperden van de luchtdruk na weer een bombardement.”

Bevrijding op 16 april 1945

,,Op 16 april 1945 wandelde ik in het bos, vijf schichtige SS-ers vroegen of ik Amerikanen had gezien. Niet lang daarna werden de Franse vlaggen gehesen bij de barakken. Een Amerikaans officier in een jeep kondigde het einde aan. Via het Rode Kruis verliep de afvoer van de Fransen soepel, voor Nederlanders was geen enkele hulp voorhanden. Pas op 23 april was er een trein voor ons, dankzij de Franse repatriëring. De tussenstop in Saarbrücken maakte veel indruk. Hitler had beloofd dat Duitsland 12 jaar later onherkenbaar zou zijn. Nou dat klopte, de hele stad was weggebombardeerd. Onderweg in Luxemburg en België werden wij prima behandeld, In Nederland was dat anders. Omdat één van ons een Duitse militaire jas droeg, onderweg opgepikt als bescherming, moesten we ons schamen. Je vader zat zeker bij de NSB, zei ook één van die administrateurs tegen mij. We beten van ons af door te stellen dat degene met twee strepen op de mouw waarschijnlijk kon lezen èn schrijven. Bij De Wacht ben ik overgestoken, ik riep daar veerman Bas Wildschut. Na een tocht via vele omwegen wandelde ik op vrijdag 1 juni 1945 ’s-avonds laat ‘s-Gravendeel weer binnen.”

Bestolen van ons pensioen

,,Wij hebben met honderdduizenden gewoon pensioenpremie betaald, maar de Nederlandse regering heeft de Duitsers in de jaren vijftig zelf verzocht dit af te kopen. Een historische blunder, de Duitsers konden veel beter rekenen dan onze regering. De opbrengst werd als meevaller voor de staatskas afgeboekt, wij arbeiders kregen 50 gulden éénmalig. De (dwang)arbeiders uit alle andere landen ontvangen tot op de dag van vandaag maandelijks honderden euro’s pensioen vanuit Duitsland, over de daar gewerkte jaren. De Duitse staat maakt zelfs keurig een eventueel weduwepensioen over. Niet alleen zijn wij bestolen van ons pensioen, zelf mist de overheid hierdoor jaarlijks miljoenen euro’s aan belastinginkomsten. De kwalijke rol van onze overheid is nog altijd een onderbelicht onderwerp. Schandalig, te meer omdat Nederlandse arbeidskrachten uit de grensstreek en gerepatrieerden na 1 januari 1946 wel gewoon pensioen krijgen. Die groepen vielen buiten de bedenkelijke afkoopregeling. Net als Nederlanders die in de SS dienden, ook zij ontvangen nog steeds maandelijks honderden euro’s pensioen.”

Updated: juli 16, 2020 — 10:33 am

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.