In de chaos van mei 1940 (3)

Dit artikel is gepubliceerd in de Hoeksche Waard Exclusief van 14 juni 2022 (website HWE). U kunt dit artikel downloaden in PDF-formaat: HWE-hwmei1940-deel3

Deel 3 (slot) – Piershil, Goudswaard en Nieuw-Beijerland  

In de chaos van mei 1940 (deel 3)

Op 14 juni 1940 rapporteerde burgemeester (van Piershil, Goudswaard en Nieuw-Beijerland) Hammer desgevraagd over het gedrag van Nederlandse militairen tijdens de  oorlogsdagen. De verklaringen van zijn veldwachters voegde hij bij. Doorspekt van plaatselijke irritatie en verwondering over paniek, onbeschoftheid en zelfs diefstal.

Gedrag van de militairen tijdens de oorlogsdagen (door burgemeester S. Hammer)

,,Op donderdag 16 mei kwam ik tot de ontdekking dat de staf Groep Spui in het gemeentehuis van Piershil gehuisvest was. Tegenover heren Officieren heb ik mijn ontstemming uitgesproken en hen verzocht zo spoedig mogelijk naar een andere bureaugelegenheid uit te zien. Op de bovenzaal van het gemeentehuis had ik een hele verzameling van de burgers ingenomen geweren en munitie liggen. Ook deze zaal was in gebruik genomen door stafpersoneel. Ik heb hen als hoofd der politie opgedragen deze verzameling onaangeroerd te laten. Toen ik de volgende dag weer ter plaatse was bleek alle munitie verdwenen, alsmede een slachtapparaat en enkele kleine vuurwapens. De stafofficieren ontkenden de order tot inneming te hebben gegeven, de soldaten verklaarden dat hen was opgedragen alle munitie in te nemen. Het ligt in mijn bedoeling om de waarde van de verdwenen voorwerpen door te geven aan het Departement van Defensie. Pas op 20 mei werd het gemeentehuis door de staf ontruimd waarna het secretariewerk weer doorgang kon vinden”.   

Piershil

Rijksveldwachter Gerrit Been rapporteerde dat de troepen op 13 en 14 mei in volmaakte orde door de gemeente trokken. Komende vanaf Zuid-Beijerland gingen ze richting het veer. Tijdens het wachten op de overtocht zijn enkele soldaten de woning van Cornelis de Bruijne (47 jaar) binnengegaan. Deze verklaarde: ,,Vanuit Goudswaard kwam ik op 14 mei weer thuis. Ik trof een luitenant, onderofficieren en soldaten in mijn woning aan. Alles was doorzocht en ze deden zich te goed aan onze etenswaren. Spoedig na mijn thuiskomst vertrokken zij. Verdwenen waren een bus tomatensoep, een fles Citroen (Schilletje), een paar dameskousen, een blikopener en een tandenborstel. Ook hadden ze een paar oude schoenen geruild. Ik heb 30 kippen op het erf lopen, maar die dag geen enkel ei gevonden. Een uur later sprak ik een soldaat die binnen was geweest en heb hem verzocht de fles Citroen terug te brengen. Even daarna is hij bij mij gekomen en heeft de fles betaald”.

Zuidzijde

Rijksveldwachter W. den Breejen rapporteerde: ,,In verband met de inkwartiering van de militairen aan de Zuidzijde te Nieuw-Beijerland zijn gehoord W.L. Tak, P. Troost en M. Tak. Allen verklaarden dat de bij hen ingekwartierde militairen behulpzaam, welwillend en bescheiden zijn geweest. Er is door hen niets vernield of medegenomen. Ondergetekende voegt nog toe dat de hier langsgetrokken troepen zich in alle opzichten gunstig hebben gedragen”.

Goudswaard

In Goudswaard ontstond opschudding op 13 mei 1940 omdat een arts uit Heinenoord, officier van gezondheid 2e klas bij het Nederlandse leger, zich daar van zijn uniform wilde ontdoen om zich bij zijn eerder gevluchte gezin te voegen. Gemeente veldwachter Mastenbroek tekende op: ,,Door zijn houding en de geruchten door hem verspreid, als zouden de Duitse militairen reeds tot de gemeente Heinenoord zijn genaderd, ontstond opschudding en verontrusting. Onder dwang stelde hij zich in verbinding met zijn legeronderdeel, nadat hij orders had gekregen verliet hij Goudswaard weer. Samen met een dokter uit Oud-Beijerland meldde hij zich de volgende dag weer in Goudswaard. Een inwoner, genaamd A. Zwijgers, deed een beroep op zijn plichtsbesef waarop hij weer vertrok. Later die dag verliet ook zijn vrouw met haar kinderen de gemeente. Zonder al deze opwinding zou de stemming en rust in deze oorlogsdagen in Goudswaard volkomen in tact gebleven zijn”.          

Nieuw-Beijerland

En tenslotte over de vlucht over het water, bij Nieuw-Beijerland, werd het volgende opgetekend door Rijksveldwachter Cornelis Kool: ,,Gehoord zijn de veermannen Jan Hoogstad (60 jaar) en Jacob Oprel (42), beide woonachtig te Hekelingen. Zij verklaarden: ,,De overtocht hier aan het veer heeft geduurd van af Pinkstermaandag tot zaterdag daarop volgend, onafgebroken dag en nacht. Daarna werd het wat minder maar het heeft nog dagen geduurd, ook al omdat de meeste troepen weer terug kwamen. De overtocht is zonder ongelukken geschied, dankzij de medewerking van de militaire politie. Officieren waren zeer weinig aanwezig, de meeste waren Pinkstermaandag al over in de richting Brielle. Eén keer zijn we tijdens het overvaren door een Duits vliegtuig beschoten met mitrailleurvuur, vermoedelijk doordat een Hollandse soldaat op het vliegtuig had geschoten. Nabij de pont en in het Spui regende het kogels. Het duurde maar kort, één soldaat raakte licht gewond aan zijn hand. Dat is feitelijk een wonder, daar er een ophoping van militairen op het veer aanwezig was en er honderden slachtoffers hadden kunnen vallen”. Ook legde weduwe Stok (Adriane van Vliet, 49 jaar) woonachtig Spuidijk 312 te Nieuw-Beijerland een verklaring af: ,,Na Pinksteren kwam ik na een nacht te zijn gevlucht terug in mijn woning. De buitendeur was opengebroken, veel soldaten waren binnen en alles lag ondersteboven. Alle kasten, laden en spaarpotten waren opengebroken, veel spullen lagen op de vloer. Zeep, tandpasta en 7 á 8 gulden uit de spaarpotten waren verdwenen. Hierover gaf ik mijn misnoegen te kennen aan een officier; hij beweerde dat zijn mannen dit niet hadden gedaan. Ik hoop niets meer van hen te horen, ik vind deze behandeling zeer laag”. Caféhouder A.C. Quist (50 jaar) liet optekenen: ,,Met de overtocht was het zeer druk in het café. Er werd om sterke drank gevraagd, ik weigerde dat omdat de burgemeester dit uitdrukkelijk had verboden. Na Pinksteren kwam er een luitenant binnen die een borrel wenste. Ik weigerde waarop hij wijzend naar een fles sterke drank in het buffet zei deze te zullen vorderen. Ik weigerde weer, waarop hij zelf de fles uit het buffet wegnam. Het lukte mij niet de fles weer van hem af te nemen. Een sergeant-majoor erkende de fout van de luitenant en bracht de fles terug. Daarop verteerde hij zelf 60 cent en betaalde met een waardeloos document. Volgens mijn zoon heette die persoon Van Urk”. Garagehouder Adrianus van der Heijden (60 jaar) uit de Middelstraat verklaarde: ,,Tijdens de terugtocht ben ik op grote schaal de dupe geworden van het vorderen van benzine en olie. Meer dan 400 liter, waarvoor geen bon werd afgegeven. Ook een kwitantie wenste men niet te ondertekenen, want de Duitsers zaten hen op de hielen. En die zouden toch alle benzine stelen van mij. Toen dagen later de eerste Duitser hier benzine kwam halen betaalde hij daarvoor, tot de laatste cent toe.”

Zie ook: In de chaos van mei 1940 (deel 1)

Zie ook: In de chaos van mei 1940 (deel 2)

Updated: juli 20, 2022 — 9:56 am

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.