1934 – Radio Centrale in Piershil

In 1933 kreeg Adriaan Bakker toestemming om een Radio Centrale te openen op de Kade van Piershil (Zie ook: 1934 – Kade 8). Deze radio technicus was een jaar eerder met zijn gezin overgekomen uit Hardinxveld. Naast het aanbieden van het radiosignaal werden in de winkel ook radio’s, accessoires en verlichtingsartikelen verkocht. 

Knipsel ‘Toestemming na een raadsvergadering’ – 22 september 1933

De Voorzitter doet vervolgens mededeeling van de ingekomen stukken. Van den heer A. Bakker, radio-technicus te Neder-Hardinxveld is een schrijven ingekomen, houdende het verzoek om ontheven te mogen worden, van de voorwaarde, gesteld door den gemeenteraad, om een vergunning te kunnen bekomen voor de oprichting van een radio-centrale in de gemeente, om minstens 40 aansluitingen te moeten hebben. Door B. en W. zijn inmiddels nadere inlichtingen ingewonnen, en daar o.m. gebleken is, dat adressant aan de overige voorwaarden kan voldaan, stellen B. en W. voor de bedoelde clausule in de voorwaarden te schrappen en aan adressant vergunning te verleenen tot de oprichting van de radiocentrale. Zonder hoofdelijke stemming en zonder eenige beraadslaging wordt dit voorstel aangenomen.

Foto’s ‘Radio Centrale op de Kade 8’ – 1939 en 1950

Omstreeks 1939, Krijn (op de slede) en Nico poseren voor de etalage.

Foto ‘Bi-arlita gloeilampen’ – 1939

Omstreeks 1939, Krijn (op de slede) en Nico poseren voor de etalage. Te zien is de reclame van Philips voor Bi-arlita gloeilampen. 

Reclame ‘Bi-arlita gloeilampen’

Reclame voor de zuinige ‘Bi-arlita’ gloeilampen van Philips, deze kwamen in 1933 op de markt. De Arlita-gloeilamp had een zg. dubbelgespiraliseerde gloeidraad (alleen onder vergrootglas zichtbaar) van wolfram. Philips claimde in haar reclame dat deze lamp ca 20% zuiniger zou zijn dan andersoortige gloeilampen.

Omstreeks 1950, Adriaan en echtgenote poseren met de kinderen Addy en Annie.

Wat is een Radio Centrale?

Draadomroep, voorheen radiodistributie of radiocentrale geheten, was een faciliteit voor het doorgeven van radioprogramma’s via een kabel (draad). Dit had als voordeel dat men niet zelf over een radiotoestel hoefde te beschikken en bovendien een veel betere ontvangst had met een betere geluidskwaliteit.

De radiocentrales ontstonden rond de twintiger jaren van de 20ste eeuw, pas in 1926 kwamen de eerste fabrieksmatig gebouwde radiotoestellen op de markt. Een radio kostte ongeveer 250 gulden, een peperduur luxeproduct. De buren kwamen dan ook graag bij de trotse bezitter van een radiotoestel luisteren. Dat leverde volle kamers en veel consumptie op. Iemand kwam op de gedachte om een extra luidspreker, aangesloten op het radiotoestel, bij de buren te plaatsen. Men had alleen een luidspreker wat draad en spijkers om de draad vast te maken nodig. Dat werd een omgezet in een bedrijfsmatig plan waarbij de ontvangers van het geluid een huurprijs betaalden.

In de tweede wereldoorlog werden alle radiocentrales door de bezetter genationaliseerd (genaast) en ondergebracht bij de PTT. Op een gegeven moment moesten alle radiotoestellen worden ingeleverd om te voorkomen dat men naar geallieerde zenders zou luisteren. Daarmee wilde de bezetter bereiken dat men alleen nog maar naar de door de overheid gecontroleerde zenders luisterde.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.