1973 – Bejaardensoos in Kade 2

Snel na de aankoop door de gemeente van Kade 2 is het pand gebruikt voor de opslag van oud paper. Later werd het als vanzelf een sociëteit voor ouderen. De mannen, die normaliter al op de praathoek hier het laatste nieuws uitwisselden, trokken bij slecht weer naar binnen. Vervolgens werden er wat oude meubelen geplaatst en de officieuze ‘bejaardensoos’ was een feit. Toen er sprake was van sloop en later restauratie leek er einde te komen aan deze gedoogde bestemming. In 1973 werden twee grote artikelen in de krant geschreven over zie bijzondere Piershilse soos.

Artikel ‘Unieke sociëteit in gevaar’ – 8 februari 1973

Iedere middag zit een goed deel van Piershils mannelijke bevolking boven de 65 jaar rond de tafel en legt een kaartje. Vier kaarters en daaromheen de grappenmakers, sterke verhalen-vertellers en een enkeling die zo maar zit, zwijgt en luistert. De sociëteit bezoekers, in leeftijd variërend van rond de 65 tot over de 90 jaar, lopen in en uit.

Lijkt het op het ene moment bijna leeg, een paar minuten later is het zo vol in de achterkamer dat nieuw binnenkomers genoegen moeten nemen met een staanplaats. In de achterkamer van de voormalige bakkerij Bezemer, nu al bijna 10 jaar eigendom van de gemeente, ligt het hart van Piershil, een sociaal centrum dat zijn weerga niet kent.

Kolenkachel

Koffie kan er niet gezet worden en een borreltje schenken mag niet. Het enige comfort bestaat uit een kolenkachel en een bonte verzameling afgedankte armstoelen. Uit de imposante lampekap die boven tafel hangt schijnt geen licht meer; de elektriciteit is al sinds lang afgesloten. Aan de muren hangen nog steeds de schilderijen of portretten van de laatste bewoners, De twee ramen die uitzien op de haven en de dijk fungeren als gemeentelijk mededelingenbord: huwelijksaankondigingen, uitstel van dienstplicht en de nieuwe reinigingsrechten hangen, voorzien van handtekeningen van burgemeester en secretaris, keurig op een rijtje om door passanten gelezen te worden.

Uniek

Het ,,pand Kade 2″, zoals het 1664 daterende huis door iedereen genoemd wordt, is uniek. Het is niet alleen uniek omdat het zo’n duidelijke dorpscentrum-functie vervult, maar bovenal ook omdat het gerekend moet worden tot één van de oudste en fraaiste panden van de Hoeksche Waard. B.L. Doolaard, bestuurslid van de
stichting ,,Behoud historisch dorpsschoon”: ,,Van de zijde van de dienst Monumentenzorg is ons verzekerd dat
van dit pand geen gelijke in de streek is te vinden.” De stichting, 2 jaar geleden zeer teleurgesteld over de afbraak van het zg. Meestershuis, nabij de kerk in Piershil, is vastbesloten het zo karakteristieke monument te behouden.

Slopen

B. en W., die de gemeenteraad onlangs voorstelde het pand maar zo snel mogelijk te slopen, menen dat het pand een aanstootgevend obstakel is, bouwvallig en een gevaar voor de omgeving. Doolaard: ,,Alles moet tegenwoordig wijken voor het verkeer.” De stichting ,,Lieven de Key” werkt thans plannen uit om in het pand 2 woningen te maken. Daarbij kan dan aanspraak gemaakt worden op subsidie van het departement van Volkshuisvesting. B. en W. hebben daar bezwaren tegen gemaakt: de woningen zouden geen tuin hebben, de
voordeur zou direkt aan de rijweg liggen en de huur en of koopprijzen zouden te hoog worden.

Kijken

Secretaris K. de Groote van Lieven de Key: ,,B en W. zouden eens een kijkje moeten nemen in bijvoorbeeld Amsterdam. Het aantal liefhebbers voor aanmerkelijk ongunstiger gelegen panden is enorm. Niet iedereen heeft een tuintje nodig en voor sommigen hoeft een hoge huur geen bezwaar te zijn.” Na een rondgang door en om het pand: ,,Bouwvallig?, nee, dat zou ik beslist niet willen beamen. Met enkele eenvoudige voorzieningen (zoals een paar kleine dakreparaties) zou het pand de volgende 10 jaar gemakkelijk aan kunnen.” 

Het pand kan inderdaad gevaar opleveren voor de omgeving, al enkele malen hebben jeugdige vandalen geprobeerd brand te stichten in het gedeelte waar soms tonnen oud papier liggen opgeslagen, oud papier dat het hele jaar door wordt opgehaald voor het jaarlijkse bejaarden-uitstapje. Het is dan navrant te merken dat sommige raadsleden de boefjes schijnen te steunen door in of buiten de raadszitting op te merken dat wat hun betreft de sta in de weg wel mag afbranden. Terecht werd in de raadszitting door D. Rozendaal opgemerkt dat het pand op de gevaarlijkste kruising van het dorp staat. Om de kans op verkeersongelukken te verkleinen ziet de stichting dorpsschoon meer heil in het plaaatsen van een serie verkeersborden (door het maken van een voorrangskruising) dan in het maken van een nieuw gat in de bebouwing. K. de Groote: ,,Nog te weinig mensen beseffen dat de stedelingen juist gaan toeren op de zondag om de nog gave, onaangetaste dorpen te vinden en daarvan te genieten. Het bezit van zo’n pand in de gemeente is een rijkdom”. 

Rotte kies

Kade 2, 10 jaar geleden door de gemeente gekocht met het doel het als monument voor het nageslacht te bewaren, is na jaren verwaarlozing en verpaupering een rotte kies geworden in het toch al niet meer gave gebit van Piershil. 10 jaar geleden liet de dienst monumentenzorg het pand geheel in tekening brengen, alle details werden nauwkeurig op de foto vastgelegd, met het voornemen alles zoveel mogelijk in oude staat te behouden en te restaureren. Diezelfde dienst zal zich, naar het laat aanzien, binnenkort moeten buigen over het verzoek om het stukje Hoekschewaardse historie te mogen slopen. Als de vergunning gegeven wordt, hoewel ingewijden menen dat dat in het geheel nog niet zeker is, zal Piershil een monument en een illusie armer zijn.

Geld 

Het enige, werkelijke probleem, het verschil tussen behoud en sloop, is – hoe kan het haast anders -, geld. Veel geld, met restaureren zal tenminste een 3 tot 400.000 gulden gemoeid zijn. De stichting Lieven de Key is tot op heden de enige die dat geld als subsidie kan krijgen. Als de stichting, die door B. en W. en raad is opgedragen voor 15 februari met betere plannen te komen, er niet in slaagt het gemeentebestuur te overtuigen van de haalbaarheid van haar ideeën, lijken de dagen van de winkel waar je vroeger behalve brood ook griffels en groene zeep, prentbriefkaarten en een borreltje kon kopen, geteld.     

Bezetten

Eén van de kaartende stamgasten van de achterkamersocieteit: ,,Als het zover komt moeten we het maar gaan bezetten he. Aan 1 of 2 middagen in de week in het dorpshuis hebben we niks, hier loop je in en uit wanneer je wil, elke dag.” (Enkele jaren geleden is een in het dorpshuis georganiseerde bejaardensoos op een mislukking uitgelopen: al snel keerden de – in eerste instantie door nieuwsgierigheid gedreven — bezoekers weer terug naar hun vertrouwde haveloze omgeving). Een ander: ,,Ze komen hier niet alleen van het dorp maar ook van daar buiten. Om te horen wat er zo gebeurt, familie of kennissen op te zoeken, herinneringen ophalen, je weet
hoe dat gaat.”

Het gesprek neemt een wending als een – eerst wat aarzelend gepasseerde, zo op het oog zeventigjarige
fietser draait, afstapt en met het rijwiel aan de hand vraagt aan een in de ingang staande Piershiller: ,,Ben jij er eentje van Pleun, van van Leenen? (of woorden van gelijke strekking). Er ontspint zich in het daarop volgend half uur een samenspraak tussen de bezoeker van de Middelsluis en de overige aanwezigen die door geen buitenstaander te volgen is; het gaat over dood en ziekte, trouwen en verhuizen (,,ze is toen naar de Korendijk getrouwd”), over vroeger en nu. Als alle namen en feiten de revue zijn gepasseerd (die van Arie en Truussies woont nou ergens in Rotterdam) stapt de bezoeker, kennelijk weer geheel geïnformeerd, op zijn fiets. Met een onverstaanbare opmerking neemt hij afscheid en gaat weer op weg, terug naar Numansdorp. ,,Kade 2, dat
is al vanaf 1664 – denk ik – het centrum van het dorp”, zegt iemand terwijl hij een stapeltje oude kranten (voor de volgende bejaardenreis) van een passant in ontvangst neemt en daarna zorgvuldig in een daarvoor bestemde kartonnen doos verpakt.

De twee heren op de hoek in onderstaand artikel (klik op het artikel voor een vergroting) zijn links Dirk Snijders – of is het toch Dingeman Lagerwerf – en rechts San van der Waal).  

Knipsel ‘Bejaardensoos in erbarmelijke behuizing’ – 14 december 1973

Door Clementie Spoormaker

Op een heel koude decemberdag ging ik naar Piershil om er met eigen ogen de situatie in de bejaardensoos te zien. Er was verteld dat die erbarmelijk slecht was doordat de bejaarden als plaats van samenkomst het pand Kade 2 hebben gekozen. En dit pand, dat met de 16e-eeuwse kerk  tot de bezienswaardigheden van het dorp mag worden gerekend, verkeert in een verregaande staat van verval. Van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk mag het niet afgebroken worden, maar een bestemming is er nog niet voor gevonden. En een eventuele restauratie zou zeker twee ton kosten: een te grote zorg voor de gemeente die zich ook belast ziet met de restauratie van de Korenmolen. En hoewel Monumentenzorg heeft toegezegd in principe te willen subsidiëren, kan dat nog wel jaren duren.

Het is bijna half drie als ik de schemerige ruimte binnen ga, waar vaag iemand te onderscheiden is. Het blijkt een oude man te zijn die daar kranten en oud papier opstapelt en er touwen omheen bindt. Oud papier is veel waard tegenwoordig, zegt hij, de opbrengst is voor de kerk (ten bate van de restauratie van de N.H. Kerk). Waar is de soos?, vraag ik. Hij wijst zwijgend naar een deur die ik in het half donker niet opgemerkt had. Ik doe de
deur open. Tegelijk zijn er drie paar ogen op me gericht. Onverholen nieuwsgierigheid lees ik erin. Maar zonder iets te vragen beantwoorden ze mijn ,,Goedemiddag” en zeggen dat ik maar moet gaan zitten en dat het
 binnen beter is dan buiten. Ik vertel waarom ik er ben. O, ben je van ’t Hoekschewaardje? zegt er één, nou ik lees ‘m nog steeds hoor. Al zeventig jaar.

Ze zitten met jas, sjaal en pet, om een wankel tafeltje met een plastic zeiltje erop. Er staan vier hoge stoelen omheen en langs de muren zijn nog eens 12 ouderwetse lage stelen opgesteld, zij aan zij. Ze hebben een rood pluche bekleding die nogal stoffig is. Boven de tafel hangt een lamp uit het jaar nul, die overigens nergens toe dient want het pand is niet op het elektriciteitsnet aangesloten. 

De deur gaat open en nu stapt een volgende bejaarde binnen. Hij loopt op klompen. Zij gezicht is rood van de koude oostenwind. ,,Ha Dirk”, zegt het koppeltje aan tafel, ,,kom d’r bij man, dan kunnen we kaarten”. Dirk kijkt van onder zijn pet naar mij. Ik haast me mijn aanwezigheid te verklaren. Hij knikt. Hij vraagt: ,,Ben je soms een dochter van die en die….” en als ik dat ontken merkt hij galant op: ,,Nee, die heeft ook niet van die leuke dochters”. Hij gaat in een stoel voor het raam zitten, niet te ver van de kachel vandaan, en wenkt naar iemand die buiten loopt. Iemand brengt het gesprek op de benzine distributie. Vijftien liter, nou dat is niet veel, vindt de één, maar de ander zegt kernachtig: ,,Ben je bedonderd. In onze tijd hadden we ‘t geen eens. Wij hebben zo lang zonder gedaan, nou, dan kunnen ze ’t  nou ook wel’.

Rode zakdoek

Dan komen achter elkaar enkele soosleden de kamer binnen. Tegen drie uur zijn ze er meestal allemaal. Alle stoelen zijn dan bezet. Er wordt me verteld dat ’s winters de meesten komen, want in ’t voorjaar en de zomer hebben ze vaak wat anders te doen, in de tuin, of op het land. De binnenkomers snuiten hun neus in rode zakdoeken en vertellen elkaar de laatste nieuwtjes. Ondertussen kijk ik rond en zie dat alles oud, kapot en lelijk is. Het behang, dat er al minstens veertig jaar op zit, en misschien nog wel langer, heeft een patroon van duizenden kleine vlekjes en streepjes, die misschien ooit een frisse kleur hadden, maar die nu van een vaal bruin zijn. Schilderijen en prenten die na decennia van de muur genomen werden hebben hun afdruk onuitwisbaar achtergelaten, want de plaatsen waar zij hingen zijn lichter gekleurd. Maar dat valt volledig in het niet bij het zien van de zijwand waar het behang gescheurd is en er in vellen bijhangt. Hout en steen van de
buitenwand zijn hier zichtbaar.

En tussen de scheuren en verkleurde plekken hangen nog vrolijk een paar schilderijtjes, van een dobberend zeilschip en een landelijk boerderijtje, verscholen tussen het lover, en daarnaast prijkt de Daf-kalender uit 1969. Verder blikken koningin Wilhelmina, prinses Juliana en een hooghartig ogende prins Hendrik op de bejaarden neer, vanaf hun ereplaats boven de kachel.

De warmte die door de kolenkachel verspreid wordt, is zo gering dat iedereen z’n jas moet aanhouden, wil hij nog een beetje warm blijven. ,,We lappen zelf voor de kolen, maar een mud kost nu ook al weer gauw tweeëntwintig gulden”, wordt me verteld, ,,en we moeten de kachel elke dag opnieuw aansteken dan zien we eruit als…” De rest wordt snel ingeslikt. Vorig jaar hebben ze nogal wat kolen gekregen van mensen die op aardgas overgestapt waren. Maar nu zijn ze door de voorraden heen. ,,Schrijf maar ‘ns in de krant dat de ouwen hier zitten te verkleumen”, zegt één van hen onverwacht fel. Maar de anderen gaan daar tegen in. Kalmerend zeggen ze tegen hem dat ze geen mens daarvan de schuld kunnen geven, ook de gemeente niet. ,,We hebben toch ook nooit om verbetering gevraagd”. ,,Ja, dat kan wel zijn, maar nou moeten we weg als ht donker wordt”, zegt hij, nog niet helemaal tevreden.

Vijf dagen

Zeker vijf dagen in de week treffen ze elkaar in deze ruimte. ’s Zaterdagsmiddags is er nog wel eens voetbal waar ze naar kijken, maar ook ‘s zaterdagsochtends willen ze nog wel eens naar de Kade 2 gaan. Ze praten met elkaar (,,We halen veel ouwe koelen uit de sloot”) en ze kaarten ook. Dan zit er vier man te kaarten en de rest kijkt toe”, legt iemand me uit. ,,Het gebeurt doodserieus en er is weleens ruzie”. De gemeente heeft wel geprobeerd de bejaarden een beter onderkomen te verschaffen. Een oplossing leek het dorpshuis Renesse in de Kon. Julianastraat. Hierover konden ze elke woensdagmiddag beschikken. Maar ondanks de goede wil werd het een mislukking. Waarom? ,,Och, dat was niet gezellig”, antwoordt de één en de ander zegt: ,,Het was één middag in de week, maar waar moest je dan de rest van de week naar toe?”. En een heel belangrijk bezwaar voor deze 65-plussers was wel dat ze in het dorpshuis niets konden zien. ,,Op de Kade heb je een kapper en is het Postkantoor, er komen hier nogal wat mensen langs”, vertelt iemand. ,,De haven is een trekpleister, je hebt een leuk uitzicht en bovendien heb je ook nog een goed zicht op de dijk”. Met onder andere de bushalte van de RTM, zodat ze precies kunnen bijhouden wie er aankomt en wie er weggaat, je weet maar nooit waar het goed voor is. 

Nee, dat dorpshuls was maar niks’, beamen ze. Het kan het niet bij Kade 2 halen, al mag daar dan weer geen sterke drank geschonken worden. Er wordt onderdrukt gegrinnikt, Want bij een verjaardag of een ander feestelijke gebeurtenis wordt wel eens een borreltje gedronken. ,,’t Is heel vroeger ook een café geweest”, verklaart verklaart een 80-jarige man, ,,hier is ook nog een bakkerij geweest, met een kruidenierswinkel. De oven is er nog. Maar veel vroeger was ’t een café, ik kan me dat nog wel herinneren”. Plotseling vallen er regendruppels in de kamer. Het plafond is gescheurd. Dat had ik nog niet eerder gezien. Bij nat weer er in die hoek dan ook altijd lekkage. Diegene die eronder zat, kiest snel een andere plaats. ,,Vroeger deden ze dat in de Gevangenpoort wel bij de gevangenen”, merkt hij dan op, ,,die mensen werden doodgedruppeld, die werden krankzinnig”. En een hele discussie over de Gevangenpoort ontspint zich dan.

Ik maak van de gelegenheid gebruik om op te staan en mijn bloknoot in mijn tas te stoppen. Ze kijken op. ,,Zo, ga je weer terug?” zeggen ze. Als ik tenslotte vraag of ze niet graag zouden willen dat de ruimte opgeknapt werd, halen ze hun schouders op. .Daar is toch geen beginnen aan”, antwoordt er één, ,,voorlopig vinden we het nog best, hoor”. Wanneer ik even daarna de deur sluit, hoor ik nog net iemand zeggen: ,,,Zullen we dan nou maar ‘n hortje gaan kaarten?”

Knipsel ‘Bejaarden zonder soos’ – 1966

Al in 1966 zag men aankomen dat dit wel eens het einde van de bejaardensoos kon gaan betekenen…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.