Zoete herinneringen aan Tiengemeten

Dit artikel is gepubliceerd in de Hoeksche Waard Exclusief van 29 augustus 2017 (website HWE). U kunt dit artikel downloaden in PDF-formaat: HWE-Tiengemeten-29aug2017

Mieke (81) en Gerrit (87) Ninaber van Eyben woonden dertig jaar op Tiengemeten. Toen het eiland in het Haringvliet in 1996 voor dertig miljoen gulden door AMEV werd verkocht moesten ze enkele jaren daarna hun zo geliefde plek op het eiland verlaten. Wat resteert zijn zoete herinneringen.
Van jongs af aan
Mieke kende het eiland al vanuit haar jeugd, als Maria (roepnaam Mieke) Boer groeide zij op in Zuid-Beijerland. ,,Ik woonde aan de Dorpsstraat, mijn ouders hadden daar een bloeiende manufacturenzaak. Ik kwam vaak bij mijn grootouders, ook in iedere vakantie. Opa Jan Ardon was de opzichter van Tiengemeten, hij woonde met oma op de Nieuwe Polder. Aan de kop van het haventje stond hun huis. Als kind heb ik daar een fantastische tijd beleefd. Je weet gewoon niet wat je overkomt, een lustoord.” Op haar twaalfde werd Mieke door haar druk bezette ouders naar een kostschool in Den Haag gestuurd, een middelbare meisjesschool. Enkele jaren later verhuisden haar ouders naar Den Haag, ze startten daar een textielbedrijf. In de hofstad leerde Mieke haar man Gerrit kennen. Samen staken ze alle energie in hun bedrijf. Gerrit: ,,Mijn vader opende 1917 een speciaalzaak in serviezen, kristal en luxe geschenkartikelen, aan de Frederik Hendriklaan in Den Haag. Wij hebben het bedrijf voortgezet en uitgebreid.”
Een huis om te relaxen
Alle financiële middelen, tijd en energie werden gestoken in het almaar groeiende bedrijf. Om te relaxen en de stad eens te verlaten werd in Drenthe of Gelderland een huisje gehuurd. Dat veranderde na een familiebezoekje. ,,Op visite bij Jan Ardon in Goudswaard, een kleinzoon van opa Jan. Hij werkte op Tiengemeten en bood ons een ritje over het eiland aan. We zagen toen een leeg huis en hadden meteen interesse”, zo herinnert Gerrit zich de eerste aanblik. Mieke vult aan: ,,Het was dichtbij het oude huis van mijn grootouders, schuin achter de boerderij van Vos. Eigenaresse bleek de weduwe Vos-Zevenbergen te zijn. Ik kende haar van vroeger, dus dat hielp.” Omdat het huisje voorbestemd was voor de knecht kon niet meteen zaken worden gedaan. Maar een jaar later, eind jaren zeventig op Hemelvaartsdag, kwam een welkom telefoontje. Gerrit: ,,Na de ramp van 1953 verhuisden de knechten steeds vaker naar het vasteland. Vooral hun vrouwen hadden de vrijheid geroken, de mannen kwamen met de pont om te gaan werken. De knechts huizen kwamen daardoor leeg te staan.”
Tiengemeten 2
Het adres van hun nieuwe buitenverblijf was Tiengemeten 2, de oostelijke kant van een twee-onder-een-kapwoning. ,,Onze zoon en dochter waren 10 en 12 toen we ons nieuwe vakantiehuis betrokken. Van kennissen en vrienden kregen we spullen, na een primitief begin werd het steeds luxer. We probeerden jaarlijks met behang, gordijnen en meubeltjes te variëren. Een muur in de kamer hing vol met gereedschap van mijn oudoom, een wagenmaker.” Het tot Goudswaard behorende huis had een gedeelde stenen berging en een kleine woonkamer. ,,Maar we leefden in de ruimere woonkeuken. Boven drie slaapkamers en een douche, perfect voor ons gezin”.
Alles kon er
Het gevoel van vrijheid, het onthaasten, het maakte een onuitwisbare indruk op de familie. ,,Het was altijd gezellig, alles kon er. Onze zoon Gerrit-Jan kocht van zijn zakcenten een oude auto, voor 150 gulden een Triumph Sport. Hij was toen dertien. Later hoefde hij alleen voor de vorm een rijles te volgen, zijn rijbewijs haalde hij gemakkelijk. Schil Hage had ook een auto. Hij was nog niet zo groot en reed staande achter het stuur. In de boomgaard was het af en toe net een racebaan. Bij de pont stonden autowrakken, ‘als hij maar rijdt’ was het motto. Bij pech pakte je gewoon een andere auto. En iedereen kon op een motorfiets rijden, zo ook Louis van Rossum. Zijn vader Gilles was de opzichter van het eiland. Een prachtmens, daar hebben we heel wat mee afgelachen.” De achtertuin lag midden in een akker, de grootte daarvan was bespreekbaar. Gerrit: ,,Er werd gewoon omheen geploegd. Later ben ik borders gaan maken, de begroeiing hebben we uit de natuur gehaald. Dat werd een enorme bosschage. Om de twee jaar haalden we daar met vrienden karrenvrachten snoeihout uit.”
De boeren passen op de kinderen

Zo midden in de natuur, nabij de gorzen, werd het verblijf steeds langer gerekt. ,,In vakanties en weekenden waren we er altijd te vinden. In de schoolvakantie bleven onze kinderen Hester en Gerrit-Jan daar achter, terwijl wij naar ons werk in Den Haag gingen. De hond bleef eveneens achter en de boeren zeiden ‘wij passen wel op hoor’. Op zondagavond gingen we samen terug naar de stad, enkele dagen later was het weer racen om de pont te halen. Soms waren we net te laat, gelukkig keerde veerman Wout Bijl altijd om als hij ons zag. Dat scheelde in het weekend twee uur verblijf.” Het contact met de lokale bevolking was vanaf het begin warm en hartelijk. Iedereen liep bij elkaar naar binnen, deuren zaten nooit op slot. Gerrit: ,,Alleen als het stormde ging de deur wel eens dicht. Maar de sleutel hing altijd in het zicht, juist om toegang te verschaffen als er eens iets was. Vanaf het begin heb ik mezelf aangepast c.q. opgedrongen. Koffie? Doe maar een borreltje hoor!” Mieke herinnert zich de verjaardagen. De vrouwen zaten bij elkaar en spraken over wassen en breien, de mannen hadden het over aardappelen en bieten. ,,Alle boeren waren er dan, in een kring, in een klein kamertje. Ik zie Leen Hage nog zitten. ‘Gezellig he, alle Tiengemeters onder elkaar’, zo genoot hij hardop.”
Militaire oefeningen – nabij het haventje
Ook vonden militaire oefeningen plaats op het eiland. Ooit stond er een mooie prijs op het spel. ,,De soldaten werden in de nacht gedropt, ze moesten zich verstoppen. Overdag kwam er een heel peloton zoeken en landde er een helikopter op het eiland. Degene die ongezien die helikopter wist te bereiken won daarmee een opleiding in Amerika. Dat is ooit iemand gelukt, hij had zich verstopt achter de gesloten sluisdeuren.” De weg vanaf het huis voerde naar het opzichtershuis en de haven, daar lag het familiemotorjacht ‘Maria’. Door Gerrit vernoemd naar zijn echtgenote. ,,Er lagen ook grote reddingsvlotten in de haven, een overblijfsel uit de nadagen van de Watersnoodramp. Een band van twee bij twee meter, heerlijk voor de kinderen om over te rennen en vanaf te duiken.”

Het einde
Natuurmonumenten werd de nieuwe eigenaar van het eiland, de akkerbouwers op het eiland moesten verhuizen. ,,De weduwe Vos-Zevenbergen vertrok al snel, hierdoor moesten wij ook het veld ruimen. We kregen een boerderij aangeboden op de Oude Polder, maar dan moesten we op zondag open huis houden voor de toeristen. We hebben 7000 gulden verhuiskosten gehad, het meubilair is via een uitverkoop naar de achterblijvers gegaan. Ons huis is gedeeltelijk gesloopt, het staat nu in het water en is een onderkomen voor vleermuizen en andere dieren.” De emoties liepen destijds hoog op, tot een verzoening met het lot van het eiland is het nooit gekomen,. ,,Dat zou iets gemakkelijker zijn geweest als het echt een natuureiland was geworden. De wilde dieren en vogels sprongen en vlogen vroeger over de tractoren heen, nu lopen er jaarlijks tienduizenden toeristen. We zijn nooit meer terug geweest naar de plek van ons oude huis. Als we onze ogen sluiten zien we alles weer terug, die herinnering willen we koesteren. We hebben begrepen dat wordt gedacht aan een monumentje voor Gerrit en Dingeman Ardon, ze zijn verdronken in 1953. Dat zou voor ons een aanleiding zijn om de gang met de pont weer eens te maken.”

Updated: mei 22, 2020 — 9:35 am

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.